Intermezzo voor geheelonthouders

LOG 20130731 01:22

Emile ligt languit in de gebloemde sofa op de redactie, met zijn blote voeten omhoog. Auguste heeft zijn Chesterfieldzetel uit zijn kantoor naar de vergaderruimte gerold. Zijn das is losgetrokken, zijn sokophouders zijn uit en er staat zelfs een knoopje van zijn hemd open. De twee broers liggen er allebei erg lui en passief bij, met elk een groot glas Omer in de hand, maar de discussie die ze voeren is erg heftig.

Emile: “Er is gewoon geen alternatief voor alcohol, Auguste! Wat moet een mens anders drinken?”
Auguste: “Hmm… ja, dat weet ik ook niet zomaar.”
Emile: “Limonade? Melk? Fruitsap? Na drie glazen fruitsap krijg ik het zuur!”
Auguste: “Maar er moet toch iets…”
Emile: “Maar wat dan? Wát? Ik zeg het u, Auguste: er is geen alternatief voor alcohol. Er is gewoon geen alternatief!”
Auguste: “Wijn!”
Emile: “Hé?”
Auguste: “Wijn! We zouden ook wijn kunnen drinken, in plaats van altijd maar die alcoholhoudende dranken.”
Emile: “Wijn… mjaaaa… ja, nee, inderdaad, ge hebt gelijk. Wijn.”

DISCLAIMER: In tegenstelling tot andere webcamepisodes, is dit een opname van een gesprek dat werkelijk plaatsvond op de redactie.

Advertenties

Poëzie is veeleisender dan proza

Marc Vanfraechem is soms een scherp waarnemer en dat kunnen wij waarderen. En wat wij ook waarderen, is de kille arrogantie waarmee hij zijn opmerkingen neerschrijft. Er is natuurlijk ook veel aan Marc dat wij niet waarderen, maar daar gaan we vandaag niet op in, de bedoeling is deze uitzending kort te houden.

Marc stelt zijn waarnemingen te boek in blogposts, die soms een beetje naar essays neigen. Dat is goed. Het moet niet allemaal in 140 tekens. Hij strooit graag culturele referenties in het rond, soms nogal overbodig, maar ook dat is goed. Marc schrijft vlot en wij gunnen iedereen zijn intellectuele ijdeltuiterijtjes.

Wat wij hiermee willen zeggen is: Marc, die lange, beschouwende stukken vol citaten van buitenlandse wijsgeren, wij lezen dat graag. Doe zo verder, doe waar je goed in bent. Age quod agis.

Maar doe alsjeblieft niet waar je niet goed in bent. Schrijf proza, geen poëzie. Je wil het misschien niet eens poëzie noemen, Marc, maar wij bedoelen: geen gedichten. Geen puntverzen, geen gelegenheidsverzen, geen combinatie van beide, niets! Alleen proza! Anders krijgen we dit, nietwaar.

Bij de MR krijgt een stupide gans
als Gaëlle Smet geen tweede kans
maar bij de VLD
viel voor Brusseel het nog wel mee

Wat een zootje is dat, Marc! Wij struikelen met zoveel geweld over het gebrek aan ritme, dat we het rijm nauwelijks nog opmerken! Wij hadden gehoopt dat iemand die zo ijverig koketteert met de klassieken, meer respect zou opbrengen voor een klassieke literaire waarde als het metrum.

Maar het is niet erg dat je voor geen meter kan dichten, Marc. Aanvaard van ons gewoon dit welgemeend advies: doe het niet.

LINK:

Jaja, Guido, tzalwel hé, asgijtzegt

Waarom heeft Guido Everaert, die ‘blogger’ genoemd wordt, eigenlijk een column in De Morgen en De Volkskrant? Men vraagt het zich af. Maar hij schrijft over het verschil tussen Nederlanders en Vlamingen, wat natuurlijk zowel De Morgen als De Volkskrant en dus vooral De Persgroep handig uitkomt. Het zal daar wel wel mee te maken hebben; in elk geval kunnen wij geen andere reden bedenken.

Vandaag heeft Guido het over de taalarmoede van de Vlaming. Ja, dat taboe moest nu eindelijk maar eens geslecht. Hij schrijft:

Ik kan bijna geen column meer schrijven of er wordt gevraagd naar de betekenis van een woord dat mij als normaal voorkomt.

Guido bedoelt ‘dat mij normaal voorkomt’, maar laat ons niet zeuren: de toevoeging van het overbodige ‘als’ zal wel taalverrijking zijn. Maar Guido schrijft ook:

Ik vind het zo jammer, dat mijn stamgenoten verglijden naar een soort monosyllabisch gereutel dat kennelijk volstaat om hen door het leven te leiden. ‘Ja, Neen, kweenie, tzalwel, asgetzegt….’

Hoe normaal komt het woord ‘monosyllabisch’ Guido zélf voor? Weet hij eigenlijk wel wat het betekent? Drie van zijn vijf opgesomde reutels zijn immers niet monosyllabisch.

Waarom krijgt ‘Neen’ een hoofdletter, Guido? Is het niet ‘afglijden naar’ in plaats van ‘verglijden naar’? Waarom niet gekozen voor het mooie Nederlandse woord ‘eenlettergrepig’, in plaats van voor een Grieks-wetenschappelijke term die wij ook maar via het Engels kennen? En verandert die komma na ‘jammer’ de betekenis van de zin niet drastisch?*

Een pot als Guido moet dus een beetje op z’n tellen passen wanneer hij ketels verwijten begint te maken. Maar er is meer mis met Guido’s column dan dat het niet het briljantje van inspirerende taalcreativiteit is dat hij er zelf in ziet.

Lees meer »

De Kaatprijs 2013 (nu voor echt)

In de vorige editie van de Kaatprijs hekelden wij met Frederik Van Eeden de dominee-dichter J.J.L. ten Kate. Maar Van Eeden bood later zijn verontschuldigingen aan voor deze spotternijen. Weliswaar pas toen ten Kate al geruime tijd onder de zoden lag, maar toch. Van Eeden noemde ten Kate

een eerbiedwaardig mensch, die het zeer goed meende, en ook meenig goed vers gemaakt heeft

en zei bovendien:

Men neeme nu ten Kate’s verzen nog eens ter hand, en men zal zien dat het meer is dan vlotte rijmelarij.

Een zeker eerherstel voor Jan Jakob Lodewijk ten Kate dringt zich op, inderdaad. Maar werd dit bij Van Eede gestimuleerd door gêne over zijn jeugdigde baldadigheid, wij vinden precies ten Kates vlotte rijmelarij hiervoor het voornaamste argument.

Ten Kate schreef in verzen van onberispelijk rijm en onberispelijk metrum. Ze waren meestal nogal stichtelijk van aard, maar er zijn ook uitzonderingen. Zo schreef ten Kate parodieën op het sonnet, een versvorm waaraan hij blijkbaar een bloedhekel had. Dit is er eentje:

Geverfde pop, met rinkelen omhangen,
Gebulte jonkvrouw in uw staal’ korset,
Lamzaligste aller vormen, stijf Sonnet!
Wat rijmziek mispunt deed u ’t licht erlangen?

Te klein om één goed denkbeeld op te vangen,
Voor epigram te groot en te koket,
Vooraf geknipt, koepletjen voor koeplet,
Kroopt ge onverdiend in onze minnezangen.

Neen! de echte Muze eischt vrijheid; en het Lied,
Onhoudbaar uit het zwoegend hart gerezen,
Zij als een bergstroom die zijn band ontschiet!

Gij deugt tot niets, ten zij het deugen hiet,
Om, enkel door de broddelaars geprezen,
Op GEYSBEEK een berijmd vervolg te wezen.

Maar dit is het bekendste sonnet van ten Kate dat het sonnet bespot en daarom gebruiken wij het liever niet. Ook vrezen wij dat ten Kate zich later eens verontschuldigd heeft bij Geysbeek, en dan zouden wij bezig blijven.

Daarom vragen wij voor de Kaatprijs 2013 een pastische op dat ándere sonnet van ten Kate, dat de spot drijft met al dat nieuwerwets gerijmel. Wij quoteren zoals gewoonlijk op metrum, rijm, grammaticale steekhoudendheid, inhoudelijke coherentie, stijl, en absolute willekeur.

Tot slot van deze uitzending willen wij graag Michel van der Plas eren, die maandag overleden is. Begin dit jaar hebben wij gelukkig nog één van zijn sterkere limericks uitgezonden. Maar van der Plas heeft, zoals ten Kate sonnetten schreef over sonnetten, ook een limerick over de limerick gemaakt. Die gaat als volgt:

Er was eens een man in Buiksloot
die verdiende met vissen zijn kost
maar het was niet genoeg:
hij begon een café
van de opbrengst van hengel en schip

Denk daar óók maar eens over na. Succes, jonge dichters!

Zomerblockbuster: “Kuifjes in Caïro”

Nu het weer eindelijk zo warm is dat je graag verkoeling zoekt in een klimaatgeregelde bioscoopzaal, laten wij graag onze eigen zomerblockbuster op u los. Een spannende mix van spanning, actie, meer spanning, spitse dialogen, sterke vertolkingen en internationale actualiteit!

tadzaam

Extreme close-up van een blanke man die hard hijgt. Hij draagt een zonnebril en het zweet druipt van zijn gezicht, maar zijn haar ligt onberispelijk. Op de achtergrond horen we geschreeuw, het geluid van vuur en in de verte sirenes.

De camera zoemt langzaam uit: de man loop hard en we herkennen in hem KOERT DEBEUF. Hij wringt zich door opgehitste mensenmassa’s, zijn gezicht staat zorgelijk, bijna paniekerig. Maar zijn driedelig pak is even onberispelijk als zijn kapsel. In zijn mondhoek staat een robuuste sigaar pal.

De hard lopende figuur van KOERT verliezen we langzaam uit het oog, omdat de camera verder uitzoomt en we kunnen hem al snel niet meer onderscheiden in de enorme mensenmassa die door de straten loopt. De camera blijft uitzoomen en we herkennen nu de herkenbare skyline van CAÏRO, met zijn herkenbare piramides, sfinxen en obelisken. De spannende soundtrack van Hans Zimmer, met herkenbare Arabische elementen, zwelt aan, terwijl de Caïrotische avond begint te vallen.

Dan, centraal in beeld, over een shot van het avondlijk Caïro, de titel:

tadzaam

“KUIFJES IN CAÏRO”

Written, directed & produced by Plasky bros.

Lees meer »

Bleif von das Deutsch ab

Wij zeiden het eerder al: doen alsof je Duits kan is een uitstekende manier om op te scheppen. Iedereen vindt het een belangrijke taal, maar niemand spreekt het, dus daar liggen kansen om het eigen imago op subtiele wijze een intellectueel glansje te geven.

Maar je moet er toch mee oppassen, want vroeg of laat kom je toch een leraar Duits tegen die je ontmaskert. Of een Plasky, die geen Duits spreekt maar ook niet gelooft dat jij het wél spreekt, en die dan toch eens gaat opzoeken of dat Duits van jou wel helemaal koosjer is.

Wouter Verschelden heeft zich daar al eens prachtig in verslikt, en wat is het al prettig lang geleden dat we van hem nog iets vernamen. Maar opnieuw in De Morgen toont nu Egbert Lachaert zich van zijn meest gesofistikeerde kant, althans, dat probeert hij:

Daarnaast kwamen er nog eens asymmetrisch samengestelde regeringen over regio en federatie heen die elkaar meer tegenwerkten dan dat ze getuigen van federale ‘Bundestrau’ zoals in Duitsland.

Wat is Bundestrau?

Egbert Lachaert zou zeggen: “Bundestrau, tja, hoe zeg je dat in het Nederlands… ’t Is zo’n typische Duitse term die het idee heel goed omschrijft, maar eigenlijk geen equivalent heeft in het Nederlands . Daarom gebruik ik ook het Duitse woord, zie je.”

Radio Plasky zegt: “Bundestrau is Kartoffelendeutsch. Echt Duits is Bundestreue. En de Nederlandse vertaling luidt ‘federale loyaliteit’. In die zin is “federale Bundestrau” dan ook een pleonasme.”

Geen punten voor Egbert Lachaert dus, en ook geen punten voor de eindredactie op opiniestukken in De Morgen. Zou het trouwens kloppen dat van alle eindredactie die er niet gebeurt in kranten, die het meest niet gebeurt op de opiniepagina’s? Soms krijgen wij die indruk.

LINKS:

Het Monster van Loch Seks (echt waar)

Hadden wij al een prijs voor de krankzinnigste titel? Nee? Nu wel. Wij schenken deze prijs onmiddellijk aan Jogchum Vrielink, die één of ander opiniestuk in De Standaard publiceerde onder deze onwaarschijnlijke kop:

Monster van Loch Seks

We zouden er een wisselbeker van willen maken, maar de kans dat iemand dit gedrocht ooit overtreft lijkt ons uiterst miniem. Je mag je prijs dus meteen houden, Jogchum, en er zelf een mooie naam voor bedenken.

UPDATE 3 OKTOBER 2013

Toen wij per ongeluk nog eens ons antwoordapparaat beluisterden, bleek Jogchum daar een boodschap op te hebben achtergelaten die wij, eerlijkheidshalve, met u moeten delen:

Ik schoot spontaan in de lach toen ik -bij een ‘auto-google’- zojuist jullie post ontdekte van 16 juli jl. over een illustere titel van een opiniestukje van me in De Standaard (‘Het Monster van Loch Seks’).
Hoewel ik uiteraard bijzonder dankbaar ben voor de nominatie en ik de prijs graag de mijne zou noemen (uiteraard met gepaste dank aan mijn familie edm), gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat de eigenlijke eer te beurt valt aan… de redactie van De Standaard.
De titel van het stuk, zoals ik het doorgestuurd had, was “Seksismewet onzinnig en ongrondwettig” (toegegeven, dat was niet bijzonder sexy). Laat ons zeggen dat ik zelf ook enigszins verrast was door de titelmetamorfose :)