Kaarsje van de maand voor…Karel Verhoeven!

Potverdikkie, wat is die Karel Verhoeven, hoofdredacteur van kwaliteitsblad De Standaard, een slimme mens. In zijn laatste stukje zit de zelfverklaarde “nieuwsmaker en filosoof” er in alle genuanceerde eruditie weer pal op: bankiers, die hebben smaak noch stijl.

Lees meer »

Water en meisjes

Mijnheer André, de Oost-Vlaming die zijn Oost-Europese werknemers naar verluidt aanzette tot het verdonkeremanen van water, is niet aan zijn proefstuk toe. Onderzoeksjournalist G. Walschap stuurde ons een fragment toe uit zijn boek Celibaat: En als ze gedorie willen weten waarom het zoo haastig gaat, hewel het is om hunnen mijnheer André, dien vuilderik. Ja, […]

Alles heeft zijn waarde en alles heeft zijn tijd

In de New York Review of Books, in het algemeen een interessant magazine, lezen wij een artikel van Edward Mendelson. Hij bespreekt, klaarblijkelijk naar aanleiding van de film Helvetica, het lettertype Helvetica. Helvetica is misschien het beroemdste lettertype ter wereld en de film is zeker aardig, maar even zeker ook te lang — daarover zijn wij het eens met Mendelson.

Over bijna al de rest niet. Mendelson verkettert Helvetica. Voor hem is Helvetica niet minder dan een totalitaire vijand die elk individualisme wil verpletteren. Even lijkt hij zelfs op weg om elke schreefloze letter te vervloeken. Hij valt ontwerpers aan die meer met theorie dan met praktijk bezig zijn, maar gaat dan zo op in zijn eigen theorie daarover, dat hij de praktijk van Helvetica uit het oog verliest.

Lees meer »

Jouw antipersoon is niet mijn antipersoon

Van al mijn mensafstotende eigenschappen is de niet te stuiten flauwe-woordspelingendrang mij het dierbaarst.

Wanneer ik een woordspeling op een ander bespeur, kan ik dan ook razendsnel nagaan of het om puike, goedgemaakte taalgoochelarij gaat, dan wel om een rasechte flauwe woordspeling.

Stap 1: ik vraag me af of ik ze zelf had kunnen maken. Is het antwoord positief, dan ziet het er al slecht uit voor de woordspeling. Voorbeeld:

Jouw land is niet mijn land, want jouw land is een landmijn.

Check, die schud ik zo uit m’n mouw.Lees meer »

Rocken op z’n Vlaams

Welke eer denkt men Will Tura eigenlijk te bewijzen door een hoopje tweederangsmuzikanten een aantal van zijn nummers te laten coveren? De vraag dringt zich op bij het beluisteren van Turalura 2. Op die plaat, bedoeld als hommage aan Will Tura, spelen veertien Vlaamse rockers een covertje en geven de Keizer van het Vlaamse Lied zo de street cred die hem toekomt.

Of dat is toch het concept. Maar nemen wij het oeuvre van Will Tura er even bij. 67 platen, 143 singles, alle mogelijke genres en meer hits dan wij kunnen tellen. Alle prijzen gewonnen die er te winnen zijn, ereburger van Veurne en Kampenhout. Plaatsen wij daartegenover de prestaties van bijvoorbeeld Customs. Inderdaad, wie of wat is Customs in godsnaam?

Lees meer »

Dromen zijn bedrog

Zouden wij blijven werken als wij het Groot Lot wonnen? De verleiding is groot om ‘ja’ te zeggen, omdat wij het best naar onze zin hebben bij onze werkgever en ook omdat het van een robuust arbeidsethos zou getuigen. Maar het zou grof gelogen zijn.

Waarom immers zouden wij blijven wegkwijnen op een kantoor in Brussel, wanneer wij restaurants in Rome, musea in Sint-Petersburg en eilanden in de Stille Oceaan zouden kunnen bezoeken? Nee, geen twijfel mogelijk:  natuurlijk zouden wij niet blijven werken.

Wel hebben wij lang getwijfeld over wat wij na ons ontslag dan met al dat geld zouden aanvangen. Villa’s in Hollywood en exclusieve sportwagens zeggen ons weinig. We zouden iemand laten komen om onze overhemden te strijken. Maar verder? Lang getwijfeld.

Niet meer, echter, sinds het fantastische Dreams van Seb Lester ons onder ogen kwam. Sindsdien weten wij: wonnen wij het Groot Lot, we kochten ons weer arm aan typografische extravaganties. Dreams eerst, en uiteraard de glanzende versie op het Mirri-papier.

Eén puntje van kritiek slechts: de afmetingen van de print zijn niet in overeenstemming met de grootsheid van het ontwerp.

 

Goede raad hoeft niet duur te zijn

Een tijdje geleden wijdden wij een uitzending aan de Design Police, die slecht grafisch werk keihard afstrafte met genadeloze stickers. Daarop kwam de kritiek dat dat wel een erg agressieve strategie was om beter design te promoten.

Onzin, natuurlijk. Kritiek kan niet té agressief zijn. Een prachtig bewijs daarvan is dit nieuwe initiatief, dat inderdaad op een constructieve manier advies geeft aan weifelende grafici, zonder aan agressiviteit in te boeten.

Een ernstige film

Wij zijn fans van de gebroeders Coen, al was het maar omdat broers die samen projecten ondernemen altijd lof verdienen. Maar ook los daarvan vonden wij A Serious Man een mooie film. Het mooiste eraan is misschien dat iedereen de film een beetje naar zijn eigen smaak en behoefte kan interpreteren. Dat blijkt altijd praktisch bij de nabespreking op café.

Als ernstige liefhebber van Jefferson Airplane meen ik zelf uit de film te leren dat er evenveel wijsheid zit in een artistiekerig hitje uit 1967 als in een millenniaoude religie. Wat de implicaties daarvan zijn voor de waarde van psychedelische popmuziek enerzijds en millenniaoude religies anderzijds, mag ieder voor zich uitmaken.

Het songbook van Jefferson Airplane blijkt even zinvol als spirituele gids. En bovendien makkelijker te ontcijferen.

Ruk door bij toe

De krant is mij soms een middelmatig Belgisch rockconcert. Neem De Morgen van vandaag. De eerste katern blinkt nergens uit, al is ie evenmin kwaad. Je mist wel iets – gebeten journalistiek, bijvoorbeeld, wat meer engagement, gedurfdere prioriteiten – maar al bij al klinkt het niet slecht.

En dan kom je bij de bisnummers. Ongevraagd, met overbodig gebral verknoeien ze het fragiele voorgaande. Je leest dat één op de drie Belgen af en toe een tik geeft aan zijn computer, en je vindt het helemaal niet meer vreemd dat de noemer ‘Belgen’ uit de titel natuurlijk enkel betrekking heeft op Belgische computergebruikers, omdat op de twee pagina’s daarvoor al een federale minister de begrippen ‘consument’ en ‘doorsnee Vlaming’ volledig inwisselbaar acht.

Bis voegt meestal niets toe aan de krant, maar illustreert goed waar het fout loopt.

Lees meer »

Wees gerust: het ligt niet aan mij

Binnenkort, wanneer de media zijn gereanimeerd en Radio Plasky een volwaardige radiozender is, kunnen wij onze geringe energie voor een ander goed doel aanwenden.

Als het aan mij ligt, wordt dat de bellettrie. Een televisieprogramma over literatuur, gepresenteerd door één of meerdere Plasky’s, daar zitten minstens twaalf lezers en een snurkende recensent op te wachten.

Hadden schrijvers maar de ballen om, net als pakweg W.F. Hermans in vroeger tijden, beroerde presentatoren de mond te snoeren.
Hadden schrijvers maar de ballen om, net als pakweg W.F. Hermans in vroeger tijden, beroerde presentatoren de mond te snoeren.

En geen gezeur over de autobiografische grondslag van romans en gedichten, geen interviewers die niet zowat alle boeken van de aanwezige auteur hebben gelezen, geen vragen die beginnen met “ik kan het zelf niet goed benoemen, maar ik heb het gevoel dat…”, geen halfbakken vragenlijstje dat prevaleert op het luisteren naar het antwoord, geen programma dat blijft steken in de goede bedoelingen, geen schreeuwerige decors, geen format dat te veel interactie tussen twee auteurs fnuikt…Lees meer »