Volksvermaak & volksverheffing

Het is ons niet ontgaan dat de Belgische nationale voetbalploeg deelneemt aan een prestigieus toernooi te Rusland, en dat hierover te lande heel wat enthousiasme ontstaan is.

En omdat het ernstig mis kan lopen met een maatschappij wanneer haar intellectuele leiders zich te verheven voelen om plezier te beleven aan volks vermaak, bekeken wij gisteren de spannende voetbalwedstrijd België-Japan op het openbare net.

Zodoende leerden leerden wij hoe gelukkig sommigen zich mogen prijzen dat wij de personeelsdienst niet uitmaken op die Sporza-redactie, zeg.

Mijnheer Raes, met zijn opmerking over de Japanse voetballer genaamd Inui, die geen Eskimo is? Buiten, op staande voet. Vier analisten en een presentator in tijden van zwarte sneeuw? Mínstens twee daarvan buiten. En nog vóór de aftrap waren wij bijna op onze Villo naar Schaarbeek geracet om mijnheer Mulder met pek en veren de studio uit te sleuren.

Maar net toen viel er een opmerking over het ambigram en dus vergaven wij Mulder alles. Alles is vergeven, Jan! Want wie het vulgaire voetbalspel aangrijpt om het Vlaamse volk te verheffen, die verdient altijd een plaatsje op het openbare net.

Een ambigram is een woord dat je ondersteboven kan draaien en dat dan hetzelfde woord blijft. Het is niet eenvoudig om zo’n woorden te vinden of te maken. Je hebt letters nodig die ondersteboven ook een letter zijn. Zo blijven H, I, O, S en Z ondersteboven identiek. Als je met die letters dan een palindroom knutselt, heb je meteen ook een ambigram. Zelf komen wij niet verder dan SOS.

Sommige letters zijn omgekeerd andere letters: d en p, b en q, n en u, m en w. Dit biedt meer mogelijkheden. Neem bijvoorbeeld uw radioscherm vast, draai het 180° en lees de Japanse naam ‘inui’. Aha! Er staat opnieuw ‘inui’! Het is een ambigram!

Nu zijn er mensen, meestal typografen, die hierop zeggen: “Neen, dat klopt niet! De hoofdletter wordt vergeten. Een u is niet helemaal hetzelfde als een ondersteboven n! En de puntjes van de i staan dan aan de ónderkant!!”

Andere mensen, meestal typografen, zeggen: “Geweldig! Maar weet je wat: een a en een e, dat is ook bijna hetzelfde. En een f kan ik ook wel zo maken dat ze ondersteboven leesbaar is. En een g ook. Of een b en g! Of een h en een y! Of een h en een q!”

De eerste groep mensen heeft natuurlijk gelijk. Maar het is een stelletje zuurpruimen dat zich ver van het ambigram moet houden. De tweede groep mensen heeft ook gelijk en op een veel leukere manier. Dat is een beter soort gelijk.

Of ambigrammen werken, hangt in feite vooral af van je talent als kalligraaf, en slechts in mindere mate van je talent als opperlandicus. Meer nog: de strafste ambigrammatici weten van élk woord een ambigram te maken. Bijvoorbeeld van ambigram.

Image result for ambigram

Advertenties

#spellingskunstenaars

Altijd lachen met @ElHammouchiOthm. Nu weer denkt hij een mening te hebben over de #dt-regels. Tijd om deze #uitzending nog eens te tweeten.

#NietGedogen

“Het bekende Dogenpaleis” is niet zó bekend bij @destandaard dat ze het woord ook drie keer correct kunnen spellen (of zelfs maar één keer).

#antwoordt #doodden

Twee dt-fouten in één persbericht van @BelgaNewsAgency over Myanmar. Benieuwd in welke media wij nu dezelfde fouten zullen zien verschijnen.

#ProLeo

Topman bij Itinera, advocaat, ooit voorzitter van belga en tien jaar algemeen lobbyist bij pharma.be. Kortom, ‘hoogleraar emeritus’. #vrtnws

Neels

#DatMenVluchte

Sowieso lees ik ongaarne over voetbal. @destandaard bespaart het zich ook me te overhalen. Of kan de eindredactie geen sporttekst meer zien?

Suárez

Goed begonnen is half gewonnen

Wij lezen geen lifestylejournalistiek en dat komt zo: wij hebben een krachtig vermoeden dat onze levensstijl niet voldoet aan de vereisten om lifestylepagina’s te sieren, en dat nemen wij erg persoonlijk. Als wij er niet in mogen, interesseert die hele krant ons al niet meer!

Toch kwam het er dit weekend van, omdat wij heel erg geboeid waren door de beginzin van een artikel over make-up:

Je kunt natuurlijk gewoon slapen of lezen, maar voor steeds meer vrouwen is de treinrit naar het werk het perfecte moment om zichzelf op te maken.

“Om zichzelf op te maken”, schrijft Laure Vandendaele. En wij vragen ons onmiddellijk af: maakten die vrouwen vroeger dan iemand anders op? Zo ja, wie dan? Mannen wellicht, aan wie het de nodige handigheid ontbrak? Nee, wacht, daarover ging deze uitzending toch niet? (Inderdaad niet, red.) Momentje, we beginnen opnieuw!

“Het perfecte moment,” schrijft Laure Vandendaele. En wij vragen ons onmiddellijk af: is een treinrit een moment? Zo ja, hoe lang kan een moment dan duren? En heeft elk transportmiddel zijn eigen maximale momentduur? Nee, sorry, dit was het toch ook niet, denk ik. Momentje hoor, ik neem er mijn notities er even bij. (Concentratie!!, red.)

“Steeds meer vrouwen”, schrijft Laure Vandendaele. En wij vragen ons onmiddellijk af: bestaan daar dan cijfers van? Zo ja, welke? En hoe zou dat berekend worden? Ja, deze was het!

Luister: zou het niet fantastisch zijn (en ook heel akelig) als we cijfers hadden over de tijdverdrijven der pendelaars? Lezen, smartphonespelletjes spelen, voor zich uit staren, of ja, schmink aanbrengen. Dat valt in statistieken te gieten!

Wij proberen ’s ochtends soms de percentages te berekenen voor ons metrostel, maar dat is niet zo evident omdat het wiskundige deel van ons brein zo vroeg op de dag nog niet warmgedraaid is, en ook omdat er de hele tijd maar mensen in- en uitstappen, wat voortdurende herberekeningen vereist.

Dus hoe handig zou het zijn als een officiële instantie hiervoor officiële cijfers bijhield! Gespannen lazen wij dus verder. Na dik twee paragrafen werden wij echter danig teleurgesteld:

Er zijn geen cijfers over het aantal Belgische vrouwen dat met een make-uptasje op de trein stapt […].

Nu betekent dit strikt genomen helemaal niets voor de gegevens van die zinnenprikkelende openingszin. Want:

  • Vrouwen moeten hun make-up niet noodzakelijk in een make-uptasje meenemen.
  • Vrouwen moeten niet noodzakelijk make-up meenemen, als er make-up aan boord van de trein beschikbaar is.
  • Vrouwen die met een make-uptasje op de trein stappen, gebruiken die make-up niet noodzakelijk op de trein.
  • Vrouwen die op de trein hun make-up aanbrengen, zijn niet noodzakelijk Belgisch.

Maar wie houden we hiermee voor de gek, behalve de sukkels van Plasky Statistics?  Na dik twee paragrafen is al lang duidelijk uit welke hoek de wind waait: de boude beginstelling zal niet onderbouwd worden! Het is niet meer dan een flauw verzinsel!

Nu lezen wij verder nog wel dat de cosmetica-industrie steeds meer producten verkoopt die je op de trein zou kunnen gebruiken. Maar we lezen ook over een vrouw die lippenstift gebruikt om haar oogleden te maquilleren, dus aan de verkoopcijfers van bepaalde opsmukproducten zouden wij geen te harde conclusies verbinden.

Neen, Laure, dat was een bittere teleurstelling. Maar weten wij ons getroost: het betreft hier lifestylejournalistiek en dat lezen wij dus niet.

LINKS: