Een prekerig schotschrift

Binnenkort zijn het verkiezingen! Dat concluderen wij althans uit de propaganda die sinds kort onze brievenbus overlaadt. Bij verkiezingen, we zeggen het er even bij, kiezen wij als burgers van een democratische rechtsstaat welke weg we willen dat onze maatschappij inslaat.

Dat is toch tamelijk belangrijk en daarom verschijnen wij graag goed geïnformeerd in het stemhokje. Om goed geïnformeerd te zijn moeten wij, dit spreekt voor zich, de integrale pers links laten liggen. Dat kostte ons gelukkig weinig moeite. Wij concentreerden ons meteen op het echte werk: de partijprogramma’s!

Die bleken echter aan de saaie kant en bovendien niet bijster goed geschreven, zodat wij dat al snel hebben opgegeven.

Daarom namen wij Het Belgisch labyrinth van Geert van Istendael ter hand. Dat werk stond nu al een tijdje in onze boekenkast ongelezen te wezen en dit leek ons een gepast moment om ons daar eindelijk eens door te werken.

Dit bleek een misvatting. Er bestaat geen geschikt moment om Het Belgisch labyrinth te lezen. Wij willen niet ontkennen dat er links en rechts interessante informatie uit op te pikken valt; daar gaat het ons niet over. Het gaat ons over dat toontje. Dat verontwaardigde, schoolmeesterige, drammerige, prekerige toontje. In combinatie met de inhoudelijke incoherentie, natuurlijk.

Het Belgisch labyrinth is meer een pamflet dan een academisch werk. Goed. Daar brengen wij een zeker begrip voor op. Maar én verontwaardigd zijn, én incoherent, én dan nog eens belerend ook — dat is van het goede teveel, zelfs voor een tolerante lezer als een Plasky.

Toch hebben wij het boek nog wel enige hoofdstukken volgehouden. Tot we aan dat deeltje kwamen waar van Istendael begint te preken over het talige onvermogen van de verkavelingsvlaming.

Nu valt daar inderdaad één en ander over te zeggen, maar een boek dat vindt dat de Vlaming zijn Nederlands veracht, miskent, bespuwt en vertrapt — zo’n boek zou op z’n minst zelf in onberispelijk Nederlands moeten zijn uitgegeven, waar of niet.

Maar de titel krijgt zijn adjectief niet eens correct verbogen. Wij hebben de hele zwik dan ook welgezind weer dichtgeslagen en zwierig de papierbak in gemikt. Van dergelijke schoolmeester hebben wij geen lessen te leren.

Verdere pogingen om welingelichte burgers te worden zijn voorlopig gestaakt;  wij lezen nu P.G. Wodehouse. Benieuwd wie op 14 oktober onze slecht geïnformeerde stem zal binnenhalen!

Advertenties

Volksvermaak & volksverheffing

Het is ons niet ontgaan dat de Belgische nationale voetbalploeg deelneemt aan een prestigieus toernooi te Rusland, en dat hierover te lande heel wat enthousiasme ontstaan is.

En omdat het ernstig mis kan lopen met een maatschappij wanneer haar intellectuele leiders zich te verheven voelen om plezier te beleven aan volks vermaak, bekeken wij gisteren de spannende voetbalwedstrijd België-Japan op het openbare net.

Zodoende leerden leerden wij hoe gelukkig sommigen zich mogen prijzen dat wij de personeelsdienst niet uitmaken op die Sporza-redactie, zeg.

Mijnheer Raes, met zijn opmerking over de Japanse voetballer genaamd Inui, die geen Eskimo is? Buiten, op staande voet. Vier analisten en een presentator in tijden van zwarte sneeuw? Mínstens twee daarvan buiten. En nog vóór de aftrap waren wij bijna op onze Villo naar Schaarbeek geracet om mijnheer Mulder met pek en veren de studio uit te sleuren.

Maar net toen viel er een opmerking over het ambigram en dus vergaven wij Mulder alles. Alles is vergeven, Jan! Want wie het vulgaire voetbalspel aangrijpt om het Vlaamse volk te verheffen, die verdient altijd een plaatsje op het openbare net.

Een ambigram is een woord dat je ondersteboven kan draaien en dat dan hetzelfde woord blijft. Het is niet eenvoudig om zo’n woorden te vinden of te maken. Je hebt letters nodig die ondersteboven ook een letter zijn. Zo blijven H, I, O, S en Z ondersteboven identiek. Als je met die letters dan een palindroom knutselt, heb je meteen ook een ambigram. Zelf komen wij niet verder dan SOS.

Sommige letters zijn omgekeerd andere letters: d en p, b en q, n en u, m en w. Dit biedt meer mogelijkheden. Neem bijvoorbeeld uw radioscherm vast, draai het 180° en lees de Japanse naam ‘inui’. Aha! Er staat opnieuw ‘inui’! Het is een ambigram!

Nu zijn er mensen, meestal typografen, die hierop zeggen: “Neen, dat klopt niet! De hoofdletter wordt vergeten. Een u is niet helemaal hetzelfde als een ondersteboven n! En de puntjes van de i staan dan aan de ónderkant!!”

Andere mensen, meestal typografen, zeggen: “Geweldig! Maar weet je wat: een a en een e, dat is ook bijna hetzelfde. En een f kan ik ook wel zo maken dat ze ondersteboven leesbaar is. En een g ook. Of een b en g! Of een h en een y! Of een h en een q!”

De eerste groep mensen heeft natuurlijk gelijk. Maar het is een stelletje zuurpruimen dat zich ver van het ambigram moet houden. De tweede groep mensen heeft ook gelijk en op een veel leukere manier. Dat is een beter soort gelijk.

Of ambigrammen werken, hangt in feite vooral af van je talent als kalligraaf, en slechts in mindere mate van je talent als opperlandicus. Meer nog: de strafste ambigrammatici weten van élk woord een ambigram te maken. Bijvoorbeeld van ambigram.

Image result for ambigram

#spellingskunstenaars

Altijd lachen met @ElHammouchiOthm. Nu weer denkt hij een mening te hebben over de #dt-regels. Tijd om deze #uitzending nog eens te tweeten.

#NietGedogen

“Het bekende Dogenpaleis” is niet zó bekend bij @destandaard dat ze het woord ook drie keer correct kunnen spellen (of zelfs maar één keer).

#antwoordt #doodden

Twee dt-fouten in één persbericht van @BelgaNewsAgency over Myanmar. Benieuwd in welke media wij nu dezelfde fouten zullen zien verschijnen.

#ProLeo

Topman bij Itinera, advocaat, ooit voorzitter van belga en tien jaar algemeen lobbyist bij pharma.be. Kortom, ‘hoogleraar emeritus’. #vrtnws

Neels

#DatMenVluchte

Sowieso lees ik ongaarne over voetbal. @destandaard bespaart het zich ook me te overhalen. Of kan de eindredactie geen sporttekst meer zien?

Suárez