Openbaar overnamebod

LOG20171109 12:45

Alles is peis, rust en vree in het redactielokaal. Maurice en Emile zitten aan de vergadertafel, maar vergaderd wordt er niet. Emile is aardappeltjes aan het schillen boven een ongelezen weekendkrant. Maurice pent een venijnige theaterrecensie in een commercieel geruite blocnote. 

Maurice: “Hmm… ‘amateuristisch gestuntel’ of ‘stuntelig amateurisme’, Emile?”
Emile: “‘Stuntelig amateurisme’. Maar ik hou niet van ‘amateur’ als verwijt.”
Maurice: “Ik wel. Het is lekker gemeen.”
Emile: “Maar ge schrijft een recensie over amateurtheater, Maurice.”
Maurice: “En dan? Het waren amateurs, en ze stuntelden dat het een aard had!”
Emile: “Ge kunt amateurs toch niet verwijten dat ze amateuristisch zijn?”
Maurice: “Natuurlijk wel! Amateurs zijn het, en…”

Dit diepgravende gekeuvel wordt wreed verstoord door een deur die uit haar omlijsting knalt. In de wolk kalkstof die nu de deuropening vult, ontwaren we het imposante silhouet van Auguste Plasky. In zijn armen draagt hij tientallen bruine glazen flesjes, met een geschatte inhoud van 33 cl.

Auguste: “Mannekes, waar ge ook mee bezig waart, ge stopt er maar mee! Het is redactievergadering, want ik heb klachten!”
Emile: “Hola, klachten!”
Auguste: “Maar help mij hier eerst eens dat bier koud te zetten.”
Maurice: “Natuurlijk, nonkel. Ik help u al!”

Daar verdwijnt de behulpzame neef al naar de achterkeuken, met bier! Spoedig keert hij weer, maar zonder bier. Dat heeft hij netjes in de bierkoelkast opgeborgen.

Emile: “Wat was dat voor bier, Auguste? Zonder etiket, en zonder logo op de stopselkes?”
Auguste: “Emileken, dat bier is mijn economisch tegenoffensief! Ik weet niet of ge het gelezen hebt, maar bier is de voorbije vier jaar tweeëntwintig procent duurder geworden!”
Emile: “Amai! Ik heb dat niet gelezen, maar precies wel gemerkt. Ik dronk gisteren nog iets met onze Maurice in de Flamingo. Vijf euro voor een degelijke maar eenvoudige ipa!”
Maurice: “Ik had chance dat Emile in een genereuze bui was, anders was ik niet dronken geraakt, wegens cashflow-problemen.”
Auguste: “Voilà. Om dat ellendige lot te vermijden, heb ik een bevriende amateurbrouwer gesommeerd mij wekelijks te voorzien van zijn producten, aan een vriendprijsje! En mannekes, ik bezweer u: qua prijs/kwaliteit gaat dit het beste zijn dat ge in lang gedronken hebt. Mauriceke!”

Daar verdwijnt de behulpzame neef al naar de achterkeuken! Spoedig keert hij weer, met bier, en met glazen, én met een flessenopener! Met ervaren hand schenkt Auguste drie glazen vol roggesaison, met een fraaie schuimkraag.

Maurice: “Jam zeg, lekker biertje, Auguste!”
Emile: “Ge ziet, Maurice, dat amateurs van tijd toch ook wel kwaliteit kunnen leveren.”
Maurice: “Nee, Emile, amateurisme, dat is…”
Auguste: “Ja, als ik even stilte mag! Dank u. Nu de formaliteiten achter de rug zijn, kom ik graag tot de essentie. Ik heb klachten!”
Maurice: “Dat kan dus in feite niet, nonkel. Wij hebben al járen niets meer uitgezonden!”
Emile: “Auguste, onze luistercijfers zijn lager dan ooit. Ik kreeg een bezorgd telefoontje van het CIM , omdat ze niet goed wisten wat ze aanmoesten met negatieve luistercijfers.”
Auguste: “Het gaat dan ook niet over luistercijfers, uilskuikens! Mijn klacht is deze: waarom moet ik altijd degene met de briljante ideeën zijn?”
Maurice: “Hoezo? Briljante ideeën? Wat bedoelt ge?”
Emile: “Ik snap het ook niet hoor, Auguste.”
Auguste: “Dat is geen antwoord, kloefkappers! Maar bon, de domheid van jullie non-antwoord is in zekere zin ook een antwoord, wellicht zelfs hét antwoord.”
Emile: “Nu snap ik het nog minder, Auguste.”
Maurice: “Ik snap het het minst, denk ik.”
Auguste: “Het gaat hierom, kwistenbiebels: ik heb een briljant businessplan ontworpen voor Radio Plasky. Houdt u goed vast aan uw bretellen, want: wij gaan Twitter overnemen!”

Emile verslikt zich verschrikkelijk in het schuim van de saison. Hij slaat zijn glas om en dendert hoestend van zijn stoel. Reutelend rolt hij onder tafel. Maurices glas valt uit zijn hand. Hij staart Auguste aan, met stomheid geslagen. 

Auguste: “Maar allez, mannekes! Wat een gesmos is dat hier! Maurice, kuis dat op en haal nieuw bier. Emile, stop met u aan te stellen en zet u terug aan tafel!

Daar verdwijnt de behulpzame neef alweer naar de achterkeuken! Spoedig keert hij weer, met de nodige benodigdheden. Auguste ruimt het gemorste bier op, veegt de tafel proper, hijst Emile weer in zijn stoel, opent drie nieuwe flesjes en schenkt drie nieuwe glazen in.

Auguste: “Luister: op Twitter, zo las ik in een belangrijke financiële periodiek, moogt ge nu 280 tekens gebruiken. En dat is niet naar de zin van veel veel gebruikers! Die zijn massaal ontevreden, ik moet u niet uitleggen waarom. Dus, mannekes, gaan wij in dat gat springen!”
Emile: “Aha… Wij gaan dus uitzenden in maximaal 140 tekens…”
Auguste: “In exáct 140 tekens…”
Maurice: “… En zo al die misnoegde gebruikers weglokken…”
Auguste: “… En daarmee ook de misnoegde investeerders! Want die zijn ons ware doelwit, natuurlijk.”
Emile: “Maar Twitter is totaal niet winstgevend, Auguste.”
Maurice: “Die sukkelen al jaren om een goed businessmodel te vinden, en ze zijn er nog altijd niet.”
Auguste: “Precies! Dus, hoe stom moet ge als investeerder zijn om daar geld in te blijven pompen? Zo’n investeerders wil ik ook: dommeriken die ons met veel plezier eindeloos centjes blijven toeschuiven!”
Emile: “Auguste, ik moet toegeven dat dit een heel, heel slim plan is. Proficiat!”
Maurice: “Financieel is dit inderdaad onfeilbaar. Maar als ik toch een kleine bezorgdheid mag uiten: als al die misnoegde Twitteraars naar hier komen, gaan wij dan niet gewéldig veel luisteraars krijgen?”
Auguste: “Op Twitter heet dat ‘followers’, Riske, niet ‘luisteraars’.”
Emile: “En dat is iets anders?”
Auguste: “Iets hélemaal anders, inderdaad. Vooruit mannekes, uitzen… tweeten maar! Met hashtags en alles erop en eraan, zodat wij nog vóór het einde van het jaar de boekhouding kunnen aanzuiveren. En dan kunnen wij eindelijk dit amateuristisch brouwsel achter ons laten, en ons aan dure, prestigieuze merken laven!”

Nieuw op onze zender: radiostilte!

LOG151118 22:03

Alles is peis en rust en vree op de redactie van Radio Plasky. Maurice ligt in de hangmat met een ansichtkaart uit Cambodja op zijn buik. Met gesloten ogen dicteert hij aan zijn neef Emile, die een Royal op de schoot heeft in de bloemetjessofa.

Maurice: “‘Liefste Max’…”
Emile: “‘Liefste’!?”
Maurice: “Wat is er mis met ‘liefste’?”
Emile: “Max is niet lief! Hij is een genadeloze trendsetter, een gluiperige girlgetter!”
Maurice: “Heb ik nooit iets van gemerkt, hoor.”
Emile: “Omdat gij geen vrouw zijt en geen gevoel voor smaak hebt.”
Maurice: “Gij toch ook niet? Maar goed, we zullen er ‘Waarde Max’ van maken.”
Emile: “Da’s beter! Ik schrijf het op! W…a…a…r…d…e…M…a… euh… waar staat die verdomde ‘x’ op dit klavier?”
Maurice: “Centraal onderaan, Emile. Wat een idee ook om een Dvorakklavier te gebruiken!”
Emile: “’t Is niet mijn keuze. Ik wou zo graag een schrijfmachine van Royal, maar er was alleen redactiebudget voor één met een Dvorakklavier.”
Maurice: “Wat een idioot idee. Waarom?”
Emile: “Het is bedoeld als eerbetoon aan Dominique Strauss-Kahn, geloof ik.”
Maurice: “Typisch Auguste.”

Wel, als men van den duivel spreekt…! Daar stormt Auguste alweer op welbekende wijze het redactielokaal binnen! De deur doet kreunend haar best in de scharnieren te blijven hangen, de fotokader van tante Alice dendert hulpeloos van zijn spijkertje. Gelukkig heeft Auguste een fles tequila, een fles triple sec en een netje limoenen bij!

Auguste: “Mannekes! Redactievergadering, nu! Ik heb klachten!”Lees meer »

Intermezzo voor geheelonthouders

LOG 20130731 01:22

Emile ligt languit in de gebloemde sofa op de redactie, met zijn blote voeten omhoog. Auguste heeft zijn Chesterfieldzetel uit zijn kantoor naar de vergaderruimte gerold. Zijn das is losgetrokken, zijn sokophouders zijn uit en er staat zelfs een knoopje van zijn hemd open. De twee broers liggen er allebei erg lui en passief bij, met elk een groot glas Omer in de hand, maar de discussie die ze voeren is erg heftig.

Emile: “Er is gewoon geen alternatief voor alcohol, Auguste! Wat moet een mens anders drinken?”
Auguste: “Hmm… ja, dat weet ik ook niet zomaar.”
Emile: “Limonade? Melk? Fruitsap? Na drie glazen fruitsap krijg ik het zuur!”
Auguste: “Maar er moet toch iets…”
Emile: “Maar wat dan? Wát? Ik zeg het u, Auguste: er is geen alternatief voor alcohol. Er is gewoon geen alternatief!”
Auguste: “Wijn!”
Emile: “Hé?”
Auguste: “Wijn! We zouden ook wijn kunnen drinken, in plaats van altijd maar die alcoholhoudende dranken.”
Emile: “Wijn… mjaaaa… ja, nee, inderdaad, ge hebt gelijk. Wijn.”

DISCLAIMER: In tegenstelling tot andere webcamepisodes, is dit een opname van een gesprek dat werkelijk plaatsvond op de redactie.

De blijde intrede van Marijke

LOG 20130522 04:34

Er is geen redactievergadering. Alleen Auguste en Emile bevinden zich in het redactielokaal. Ze zitten aan de vergadertafel, hoewel ‘zitten’ misschien een beetje een overdreven term is voor Emiles toestand. Hij leunt zwaar op de tafel met zijn beide ellebogen, met zijn hoofd in zijn handen, en hij staart naar het tafelblad. Deze houding drukt zowel dronkenschap als wanhoop uit en de waarheid is dat beide Emile midscheeps getroffen hebben. Blinkt daar een dronkenmanstraan in zijn linkeroog? Het zou kunnen, maar de resolutie van deze webcamera is te laag om het met zekerheid te kunnen zeggen.

Auguste ziet er heel wat schappelijker uit, hoewel kenners zouden opmerken dat zijn oren verdacht rood aangelopen zijn. In elk geval lijkt hij nog zelfstandig te kunnen zitten en het is ook zeker dat in zijn ogen geen tranen blinken.

Rond beide broers bevinden zich meerdere lege flessen Grimbergs bier en ook twee grote glazen. Hieruit kan men al dan niet conclusies trekken.

Emile: “Kaat had gelijk, Auguste. Ze had gelijk! Ik was te mild voor Timmerman, veel te mild. Hoe kan dat nu? Ik ben toch een Plasky!”
Auguste: “Natuurlijk zijt gij een Plasky, Mieleken. Ge moet u dat zo niet aantrekken. Kaat is maar een luisteraar, hoor.”
Emile: “Ik trek het mij tóch aan. Wacht maar tot Timmerman nog eens iets schrijft. Dan zal ik mijn fout rechtzetten!”
Auguste: “Ge zijt te emotioneel, Miel. Wij breken mensen af omdat ze dat verdíenen, niet om ons gekwetste ego te genezen. Weet ge wat gij zijt? Veel te emotioneel, dát zijt gij.”
Emile: “Ja, maar gij giet mij al een hele avond vol bier! Natuurlijk ben ik emotioneel!”
Auguste: “’t Is al goed, ’t is al goed. Wacht, ik doe nog een fles open.”

Lees meer »

Bericht aan Hans Klis

Beste Hans,

wij hebben slecht nieuws voor u. Meer nog: eigenlijk hebben wij twee slechte nieuwsen voor u. Maar u mag zelf kiezen welk van de twee het is.

A) Iemand maakt van uw naam en e-mailadres gebruik om onze redactie lastig te vallen. Wij zitten er zo niet mee, maar misschien is het voor u wel vervelend.

B) U bent zo stom te denken dat wij ook stom zijn. Wanneer u meer over ons te weten wil komen, zal u beter moeten doen dan een leugenachtig mailtje sturen in de hoop ons ip-adres te achterhalen.

Hopelijk kiest u juist!

Al dan niet hoogachtend,

De redactie van Radio Plasky

Elke luisteraar die op deze afbeelding klikt, doet ons daarmee een groot plezier.
Wat zou iemand trouwens met een ip-adres van één van onze werkgevers zijn? Ons is het een raadsel.

Alsnog: een karton pralinen!

LOG20130127 23:59

In het redactielokaal zitten Emile en Maurice vier-op-een-rij te spelen. Omdat geen van beiden de spelregels echt snapt, schiet het spel niet goed op. Gelukkig doet dat er niet toe, want daar stormt Auguste alweer het redactielokaal binnen. De deur davert ditmaal niet in haar hengsels, maar wordt er woedend uitgetrapt. Nog nooit hebben Emile en Maurice hun hoofdredacteur zó kwaad gezien. Hij laait en briest en stoomt, en het lijkt zelfs alsof er geen tijd is voor drank…

Auguste: “Mannekes! Wat zijn dat hier voor manieren!? Het is een godgeklaagde schande!”
Emile: “Wat? Zijn er klachten?”
Maurice: “Waarover nu weer?”
Auguste: “Over de luistercijfers, snotapen! Waarover anders? Termen als drama, catastrofe en apocalyps zijn hier niet op hun plaats, omdat het belachelijke eufemismen zijn voor de crisis waarin we ons bevinden! We zijn de totale rampzaligheid vér voorbij!”
Maurice: “En is dat onze schuld?”
Emile: “Allicht. Wij verzorgen de uitzendingen. Toch, Auguste?”
Auguste: “Precies, Emile. Maurice, ge dacht toch niet dat het mijn schuld zou zijn?”
Maurice: “Nee, dat had ik moeten weten.”
Auguste: “Emileken, gij eerst. Uw uitzending over Bart Van Der Bellen. Weet gij hoeveel luisteraars mij dat gekost heeft?”
Emile: “Neen.”
Auguste: “Koester u dan maar in uw zalige ontwetendheid. Véél te veel, dát is hoeveel!”
Emile: “Maar ge kunt zo’n halvegare als Bart Van Belle toch ook niet fluitend zijn gangetje laten gaan? Die vent heeft plagiaat gepleegd, godbetert.”
Auguste: “Is dat een reden om er zoveel luisteraars mee aan te trekken?”
Emile: “Ik moet toegeven dat ik niet wist dat Van Belle zo wijdverbreid impopulair was, al verbaast het me nu ook weer niet. Vorige uitzendingen over zijn van elke journalistieke deontologie verstoken strapatsen hadden nooit zoveel beluisters. Maar ik zal er in de toekomst natuurlijk rekening mee houden, chef.”
Auguste: “Goed. Voor één keer zie ik het door de vingers. Mauriceken, denkt maar niet dat gij er zo gemakkelijk vanaf komt.”
Maurice: “Ik wijs er graag op dat ik heb helemaal niets over Bart Van Belle uitgezonden.”
Auguste: “Nee, en dat is het probleem. Ge zond niets uit over Bram Bellemans, niet over zijn gazet, zelfs niet over de pers in het algemeen.”
Maurice: “Is dat dan niet goed?”
Auguste: “Ge hebt nondegodversemiljaardedju een uitzending over uw pathetische werklozenbestaan geschreven! En met die afgezaagde, voorspelbare formule hebt ge een recordaantal luisteraars bereikt! Allerlei andere werklozen begonnen naar de studio te bellen om u bij te vallen!”
Emile: “’t Is waar. Ik heb een hele dag de hoorn alsmaar moeten opgooien. Mensen die zich ‘Dennis Den Dopper’ en zo noemden. Echt akelig.”
Auguste: “Die Lauren Heeffer, wier werk wij zéér terecht zo hard hebben afgebrand dat De Morgen haar rubriekske moest stopzetten, applaudiseerde voor u! Op Twitter was het gejuich van een heel leger luie, ongewassen, werkloze sukkels oorverdovend!”
Emile: “Tiens. Zit gij op Twitter, Auguste?”
Auguste: “Maurice, ge hebt het zover gedreven dat ik Knotwilg gelijk heb moeten geven! Knotwilg!”
Maurice: “Ja, okay, maar Knotwilg, dat is toch een respecta…”
Auguste: “Knotwilg is een luisteraar, Maurice. Een luis-te-raar! Ik heb een luisteraar gelijk moeten geven!”
Maurice: “Ja, wat zal ik zeggen…”
Auguste: “Niets! Gij gaat niets zeggen, Mauriceke, gij gaat eens heel goed luisteren. Ik, de grote Auguste F. Plasky, hoef dit niet te pikken. Ik hoef niet van mijn medewerkers te pikken dat ze mij en mijn glorieuze radiozender belachelijk maken. Een flauwe uitzending, alla, het overkomt de besten. Maar dat werkloos tuig onze redactietelefoon inpalmt, dat er meer luisteraars dan ooit op onze frequentie zitten, en dat ik één van hen gelijk heb moeten geven, dat gaat te ver! Ik zal maatregelen moeten treffen!”
Maurice: “Oei.”
Emile. “Ja. Amai. Oei.”
Auguste: “Ik vind het ook niet plezant, want tot nu toe volstonden gekaffer en gescheld om deze redactie in de pas te laten lopen, maar er is een grens overschreden. Maurice, ik zal u moeten degraderen!”
Maurice: “Degraderen?”
Auguste: “Ge wordt weer plattelandsneef! En dat blijft ge, tot ge uw strepen als volwaardig familielid weer verdiend hebt.”
Maurice: “…”

Maurice valt flauw en ploft voorover, op de redactietafel. Gelukkig staan er geen glazen. Emile en Auguste discussiëren heftig verder, zonder veel acht te slaan op de arme Maurice.

Emile: “Met alle respect, broer, hoofdredacteur – is dat niet wat drastisch?”
Auguste: “Natuurlijk is dat drastisch. Maar hebt gij soms een beter idee?”
Emile: “Wel, veel kwaad bloed is gezet door Knotwilg de Kaatprijs niet te geven. Net toen dat een beetje in orde leek te komen, heeft Maurice gelogen dat hij Knotwilg ter verzoening een karton pralinen heeft gestuurd. Ja, kijk, als mij valselijk een karton pralinen beloofd wordt, dan ben ik ook pisnijdig. En als Knotwilg niet zo scherp had gestaan, had gij hem nooit gelijk moeten geven. We hebben immers wel vaker flauwe uitzendingen, en zelden komt daar kritiek op.”
Auguste: “Kom ter zake, Emile. Wat stelt ge nu eigenlijk voor?”
Emile: “Dat ge Maurice verplicht alsnog de beloofde pralinen op te sturen naar Knotwilg. Met een handgeschreven kaartje met excuses.”
Auguste: “Excuses omdat hij de Kaatprijs niet kreeg! Ja, goed idee!”
Emile: “Euh, nee, die Kaatprijs, dat was mijn beslissing. Dat was natuurlijk een heel gerechtvaardigd besluit en daarvoor kan ik mij dus niet excuseren, laat staan dat Maurice dat kan.”
Auguste: “Excuses voor zijn onbesuisde jongelingengedrag, dan. En voor zijn gebrek aan opvoeding. Ik zal het er tijdens het Paasontbijt toch nog eens met zijn moeder over moeten hebben. Goed, Emile, gij moogt dit goede nieuws aan Maurice melden, wanneer hij weer is bijgekomen. Het was tenslotte uw idee. En schenk mij nu maar eens een goed glas Ierse whiskey in, dat ik wat kan bekomen van zoveel emotionaliteit.”
Emile: “Wat whisky zal Maurice ook deugd doen, denk ik.”
Auguste: “Whiskey! Niet whisky! Ik zei toch dat hij Iers moest zijn!”
Emile: “Ik wist niet dat gij Ierse whiskey dronk.”
Auguste: “Dat doe ik ook niet, eigenlijk… Weet ge wat, nu ik erover nadenk: geef die Ierse brol maar aan Maurice. En schenk mij een goed glas whisky in.”

LINKS:

Fritzgerald

Maurice: “Wij onderbreken dit programma voor een pas binnengelopen bericht. Ons werd zonet gemeld dat de hoofdredacteur van ons radiostation in werkelijkheid niet gewoon ‘Auguste Plasky’ zou heten. Emile, jij staat bij de hoofdredacteur op dit moment, kan jij ons meer vertellen?”

Emile: “Inderdaad, Maurice. Ik verkeer niet toevallig in de gelegenheid om de beroemde hoofdredacteur enkele vragen te stellen omtrent de naamkundige onthullingen. Dat zal ik nu dus doen. Ahum.”

Lees meer »

Satire of geen satire?

LOG 20121204 20:56

In het redactielokaal lezen Maurice en Emile mekaar om de beurt gedichten van De Schoolmeester voor uit een beduimeld boekje. Dat is niet eenvoudig, want het metrum is onbestaande en het papier valt uit mekaar. Naast hen ligt een grote zak vers geroosterde koffiebonen, te wachten op de gepaste drank.

Emile: “Daar is altijd een groot dispuut geweest-”
Maurice: “Of een aap een mens is of een beest-”
Emile: “En dat verwondert ons ook niet-”
Maurice: “Daar men zoveel apen onder de mensen ziet!”
Emile: “Héhéhé.”
Maurice: “Lieve help, dat knittelrijm is een voorleesramp…”

Ondanks het inderdaad voorleesrampzalige antimetrum is de stemming toch tamelijk vredig, dat wil zeggen, tot Auguste binnenvalt, met onder elke arm een fles sambuca.

Auguste: “Mannekes, ik heb klachten! Dat ik klachten heb! Klachten, klachten, klââââchten!!”
Maurice: “Ik vind dat een beetje een negatieve attitude hoor, Auguste.”
Auguste: “Natuurlijk is dat een negatieve attitude! Heel onze zender is één grote negatieve attitude!”
Emile: “Ik heb eens voorgesteld om dat een ‘negatude’ noemen, Maurice, maar dat idee is negatief onthaald.”
Auguste: “Stop met dat gezever, Emileken, en schenk de glazen in. Hier is de klacht: Apache heeft gevraagd of we hen willen helpen met hun afdeling satire! Wat gaan jullie daaraan doen, kloefkappers?”
Maurice: “Dat is onze schuld toch niet? Zíj vragen dat aan óns. Andermans daden vallen buiten mijn verantwoordelijkheidsperimeter, hoor.”
Auguste: “Ik zeg niet dat het uw schuld is, Maurice. Ik zeg alleen dat ge het moet oplossen!”
Emile: “Het begint inderdaad wel problematisch te worden. Eerst polste Humo eens voorzichtig naar een mogelijke samenwerking, en nu Apache. En dan heb ik tussendoor nog eens een halfslachtig aanbod van Apache om met Plasky Statistics samen te werken moeten negeren.”
Auguste: “Het loopt hier zwaar uit de hand! Maurice, waarom willen al die knuppels met ons samenwerken!?”
Maurice: “Hoe moet ik dat nu weten?”
Auguste: “Gij zijt de jongste! Gij staat het dichtst bij de doelgroep van het internetblad Apache en het waardeloze prutsblad Humo!”
Maurice: “Maar ik lees geen van beide! Ik lees alleen de Poëziekrant.”
Auguste: “Hoe kan ik hier verdomme een redactie leiden als ik omringd ben door ignorante prutsers!? Beseffen jullie de ernst van de situatie wel!?”
Emile: “Auguste, jongen, kalmeer eventjes. Drink nog iets. En vertel dan wat het probleem nu eigenlijk precies is.”Lees meer »

Post hoc ergo propter hoc

LOG 20121002 19:46

Alles is rustig in het redactielokaal. Emile hangt achterover in een bureaustoel en probeert met zijn blote tenen zijn Remingtonmachine tot een artikel te overhalen. Het werk aan dit artikel vordert slechts langzaam, maar niet noodzakelijk langzamer dan anders en Emile lijkt er schik in te hebben.

Deze sfeer van rustige concentratie slaat echter snel om wanneer de deur met veel misbaar openslaat en Auguste probeert binnen te stormen. Hij wordt hierbij echter gehinderd door de Poëzie Prijs voor Pastiches op Parodieën, die bijzonder onpraktisch de doorgang blokkeert. Auguste komt hard in botsing met het knullig vormgegeven ding, struikelt, en sleept de Prijs mee in zijn val.

Auguste: “EMILE! Nondegodvermiljaarde! Wat doet die achterlijke prijs hier nog!?”
Emile: “Die staat daar maar tijdelijk, hoor.”
Auguste: “En waarom staat hij in het midden van de gang, vlak voor de deur!?”
Emile: “Tja… die mannen van FedEx hebben hem daar gezet. En Maurice is hem nog niet komen ophalen.”
Auguste: “Zorgt dat hij daar weggeraakt, knuppel! Ik breek bijna mijn nek. En wat erger zou zijn: deze twee flessen rosé, die zo goed samengaan met deze mooi nazomerende herfstdagen.”

Auguste krabbelt recht, klopt het stof van zijn kostuum en  zet zich aan de redactietafel. Emile haalt in de bijkeuken een kurkentrekker en twee glazen, en daar kan de redactievergadering alweer van start gaan.

Auguste: “Emile, uw uitzendingen stemmen mij zeer droevig.”
Emile: “Mij ook. Maar de deerniswekkende teloorgang van de media is nu eenmaal het thema van deze zender, dus we kunnen niet buiten een beetje pessimisme.”
Auguste: “Het gaat mij niet om de inhoud, oelewapper! Het gaat mij om uw luistercijfers!”
Emile: “Wat? Heb ik wéér teveel luisteraars? Ik zend nochtans vaak uit over versvoeten!”
Auguste: “Niet vaak genoeg, blijkbaar. Die uitzending over fact checking in De Morgen, bijvoorbeeld, was een dramatisch hoogtepunt in ons luisterbereik, Emile. Tot in Holland hebben ze erover getwitterd!”
Emile: “Ah, die uitzending. Ja, uitstekende radio was dat. Goed onderwerp, slim aangekaart, een aantal mooie vondsten… een prachtuitzending, ja ja. Ik was ook goed bij stem die dag.”
Auguste: “Een prachtuitzending!? Een rampuitzending die ons honderden, duizenden, wat zeg ik, miljoenen luisteraars heeft opgeleverd!!”
Emile: “Ja, maar dat was het waard, Auguste.”
Auguste: “Niets is mij zoveel luisteraars waar, Emile! Niets!!”
Emile: “Ha, dat dénkt ge, Auguste! Maar hebt gij sinds die uitzending De Morgen nog gelezen?”

Augustus zwijgt even, en schenkt de glazen rosé nog eens tot aan de rand vol. Hij kijkt Emile met misprijzen aan. Emile echter kijkt alleen naar de rosé en het psychologisch effect van Augustes intimiderende blik gaat hierdoor grotendeels verloren.

Auguste: “Emile, ik heb die prutsgazet nog nooit gelezen en ik ben ook niet van plan dat te doen zolang de Kommunistische Partij daar niet opnieuw de plak zwaait.”
Emile: “Als ge die prutsgazet wél had gelezen, had ge misschien opgemerkt dat bepaalde rubriek al een tijdje geleden geschrapt is. Meer bepaald nadat onze zender zich er mild kritisch over uitliet.”
Auguste: “Wat!?”
Emile: “Ja, sinds wij de Feitenchecker met de grond gelijk hebben gemaakt, lijkt het er sterk op dat De Morgen die rubriek heeft afgeschaft. ”
Auguste: “Dankzij uw uitzending?”
Emile: “Post hoc ergo propter hoc, Auguste! Dat is Latijn, dus dan is het waar.”
Auguste: “Jezus Maria Jozef. Ongelooflijk, dat stelletje bosapen heeft die onnozele rubriek afgeschaft. Dát stemt mij pas droevig.”
Emile: “Mij ook. Want ik was van plan in de toekomst wekelijks een uitzending aan te wijden aan die Feitenchecker.”
Auguste: “Nee, sukkel. Het stemt mij droevig omdat de vaderlandse pers er nog erger aan toe is dan gevreesd, als ze met uw uitzendingen rekening beginnen houden.”

Donders, een dubbele amfibrachys!

LOG 20120817 18:34

In het redactielokaal ligt Emile lui met zijn voeten op de redactietafel en leest een bundel amusante verhalen, waarvan de literaire meerwaarde helaas niet buiten kijf staat. Hierbij drinkt hij een fris glaasje Normandische appelcider, ideale dorstlesser bij dit prachtige weer. Maar hoe wreed wordt dit vredig tafereel verstoord door Auguste, die heftig zwetend in zijn driedelig pak van kwaliteitszomerlinnen de redactie komt binnendonderen.

Auguste: “Emile, ik heb klachten. Klachten heb ik! Klachten, klachten, klachten!”
Emile: “Hoe…”
Auguste: “Maar geeft mij eerst een glas cider! Snel! Van de Frank moeten we veel drinken met dit weer, een advies dat ik ter harte wens te nemen!”

Emile schenkt Auguste een groot glas cider uit, en ontkurkt alvast de volgende fles. Met twee enorme slokken ledigt de hoofdredacteur zijn glas. Met zijn mouw veegt hij enkele druppeltjes van zijn snor. Met een klap zet hij het lege glas weer neer. Met veel plezier schenkt Emile de glazen nog eens vol.

Auguste: “Goed, over naar de orde van de dag: dat ik klachten heb! Over u!”
Emile: “Maar allez. Wie klaagt er nu over mij?”
Auguste: “Ik! Uw hoofdredacteur! Emile, uw laatste uitzending was totaal onverteerbaar. Duurde uren, was veel te technisch, en behandelde een onderwerp dat geen hond interesseerde. Het was verschrikkelijk, het was rampzalig, het was catastrofaal!”
Emile: “Maar een luisteraar…”
Auguste: “En dan liet ge een luisteraar inbellen en hebt ge er nóg eens uren over doorgeboomd! Zomaar, live in de ether! Emile, wat zijn dat voor manieren?”
Emile: “Jamaar, dit kadert in een nieuwe strategie! Luister: iederéén klaagt graag over de gazetten. Dus luisteren de mensen als wij dat ook doen. Maar wie klaagt er nu graag over versvoeten? Niemand, enfin, op één luisteraar na dan. Dus door dit radiostation te heroriënteren van mediakritiek naar versvoetenkritiek, kan ik ons luistercijfer spectaculair terugdringen!”
Auguste: “Dat is het stomste plan dat ik ooit heb gehoord, Emile.”
Emile: “Oh. Waarom?”
Auguste: “Omdat één luisteraar er nog altijd één te veel is. Ik wil géén luisteraars, want luisteraars zijn onderontwikkelde idioten die het niet verdienen door een Plasky toegesproken te worden!”
Emile: “Overdrijft ge nu niet een beetje, Auguste? Ik vind dat iedereen het verdient om door mij toegesproken te worden. Trouwens, ik denk dat ge sommige luisteraars onderschat!”
Auguste: “O ja?”
Emile: “Herinnert ge u onze Poëzie Prijs voor Pastiches op Parodieën nog?”

Lees meer »