De blauwe rakkers van de VRT

Laat niemand ooit nog beweren dat de VRT een rood bastion is. Want zoals Patricia Ceysens (Open VLD) daar gisteren is gespaard, dat valt alleen te verklaren door een irrationele, diepblauwe liefde aan de Reyerslaan.

Ceysens is gisteren door het Vlaams Parlement vakkundig aan mootjes gesneden en gefileerd. Wij hopen dat zij over enkele weken feestelijk opgediend wordt. Onder meer Jan Roegiers (spirit) hanteerde het slagersmes voorbeeldig. Eindelijk spektakel, ze kunnen eens wat tonen in Villa Politica, denk je dan. Maar in Villa Politica was er vreemd genoeg van het gestamel, gestotter en gestuntel van Ceysens niets te zien.

In Ter Zake kwam het nog wel ter sprake. Maar ook daar weigerden ze Ceysens negatief in beeld te brengen: alleen een stukje van haar haperende verdediging werd getoond. En onder meer Roegiers werd kritisch ondervraagd over zijn kritische ondervraging. Emmanuel Rottey durfde zelfs vragen of dit geen verantwoordelijkheid van de hele regering was, hoewel Kris Peeters (CD&V) in het parlement al had gezegd dat wapenhandel een toegewezen bevoegdheid is, waarover Ceysens dus op haar eentje beslist.

Een minister gaat zwaar in de fout, parlementsleden ruiken bloed en wetten de messen, en wat doet het journaille van de VRT? Loom toekijken en en een beetje lamlendig de minister proberen te verdedigen. Waakhond van de democratie? Het zal wat.

Advertenties

Ballade van de luie vrijgezel

Zeer graag zei ik mijn baan gedag
En ging als huisman aan de slag
Doch hierbij wil mij hinderen
Gebrek aan vrouw en kinderen
Dus wilt, gij rijke knappe vrouwen,
Toch zeer spoedig met mij trouwen

E.P.

Lees meer »

Crossmediale personalities onder mekaar

Haar gastoptredens in Het Leugenpaleis waren wat ons betreft het beste dat Katleen Cools bij de VRT gepresteerd heeft. Haar weblog bijvoorbeeld, is niet zo’n succesnummer. Ze reageert deze week op een opiniestuk van Jo Van Damme in De Standaard, maar wat ze daar precies van vindt, is niet uit de blog uit op te maken.

Pas in de vijfde alinea snijdt ze dat onderwerp aan, “nu even zonder ironie,” wat ons vruchteloos naar ironie doet speuren in de eerste vier paragrafen. Pas daarna begint ze vreemd genoeg een soort ironie te gebruiken, maar die maakt alles vooral erg onduidelijk. Misschien is dat om te maskeren dat ze niets te zeggen had, dat suggereerde de inleiding ook al. Het stukje strompelt zo verder, tot het tenslotte ook niet meer over Van Damme gaat, maar waarover wel is een groot raadsel.

Een gemiste kans. Van Damme zijn opiniestuk verdient het namelijk wel om aan spaanders te worden gehakt en zo moeilijk is dat ook niet. Omdat Cools vroeger ook voor de radio werkte, zijn wij niet te beroerd haar daar tips voor te geven. Ziehier, mevrouw Cools, drie argumenten als kliefhamers, waarmee u Van Damme in geen tijd tot het brandhout verwerkt dat hij eigenlijk is.

1. Hij denkt humoristisch te moeten schrijven? Schrijf dat zijn ironie contraproductief werkt. Niet alleen is zijn stuk daardoor veel te lang, niemand gelooft ook dat hij Rudi Vranckx’ ernst echt waardeert, als hij daar eerst een karikatuur van heeft gemaakt. Wijs Van Damme om het punt ‘humor’ nog pijnlijker te maken op zijn tv- en radioprestatie van De Rechtvaardige Rechters.

2. Hij heeft kritiek op het crossmediaal karakter van de VRT-nieuwsdienst? Vermeld even dat hij zelf voor radio, tv en geschreven pers gewerkt heeft.

3. Hij vindt dat journalisten geen personalities moeten worden? Merk handig op dat hij vroeger zelf journalist was en nu presentator en dus bv.

Een minimum aan schrijftalent combineert die elementen moeiteloos tot een splinterbom van een log, waarna we het eerstkomende decennium geen opiniestukken van Van Damme meer te vrezen zullen hebben. Herschrijf uw laatste bijdrage dus, mevrouw Cools. Doe het voor ons, maar doe het vooral voor uzelf. En zeg niet dat u het niet kan, want als u geen schrijftalent bezit, waarom heeft de VRT u dan aan het bloggen gezet?

Eén heel goede reden om de opwarming van het klimaat tegen te gaan

Tsunami’s, El Nino, droogte, honger, woestijnvorming, stijging van de zeespiegel, ontwrichte ecosystemen. ’t Is allemaal verschrikkelijk, maar nog niet zo erg als het recentste symptoom: hooikoorts in januari.

Slechte Sex wint Prijs

Lulu Wang heeft de Slechtste Sex Prijs gewonnen. Wang zei blij te zijn met de prijs, maar vond het jammer dat het fragment uit de context is gehaald.

Wij vonden het dan weer jammer van het flauwe idee (tijger bespringt gazelle), de slecht volgehouden allegorie (de tijger blijkt over handen te beschikken, de gazelle over een gewaad), de misselijkmakende eufemismen (de liefdesdolk) en de verontrustende meligheid van de romantiek (o ja, vervoer me naar het zalige einde van jouw beminnelijkheid).

Je kan zo’n fragment ook moeilijk in zijn context laten staan, want dan is het geen fragment maar het hele boek. Maar al bij al hebben wij geen klagen natuurlijk. Getrouwd zijn met de winnares van de Slechtste Sex Prijs: dàt is pas balen.

Doe zelf eens iets aan dat fundamentalisme

Sommigen maken zich zorgen om het toenemend islamfundamentalisme. Zij willen de trend tegengaan en verenigen zich daartoe in buurtcomités, hangen affiches van lelijke politici voor het venster, slaan tijdens het wiezen bedenkelijke praat uit. Dat schiet niet op, natuurlijk.

Gelukkig zijn er ook mensen die op creatievere wijze het fundamentalisme bestrijden.

Ik overweeg momenteel zelf de aanschaf van zo’n uniform, in de hoop dat soortgelijke taferelen ook mij te beurt zullen vallen.

Rik Van Cauwelaert als meta-meta-intellectueel

Ik geloofde het ook niet meer, maar de feiten in Knack deze week zijn wat ze zijn: Rik van Cauwelaert kan toch nog over iets anders dan de noodzaak van een staatshervorming of het wanbeleid van Open VLD schrijven. Het werd ook wel tijd, zijn reputatie begon er onder te lijden. Wie nam Van Cauwelaert en zijn agressieve mantra nog serieus, eigenlijk?

Daarom kwam het wel goed uit dat zijn eigen blad hem als zesde meest invloedrijke intellectueel kon opvoeren. Om het niet al te bespottelijk te maken, werd Van Cauwelaert niet geïnterviewd in zijn eigen blad, maar dat was dan ook volstrekt overbodig. Van Cauwelaert gaat in zijn redactioneel voor een keer niet de politieke toer op, maar hij concentreert zich op het erg hard proberen bewijzen dat die zesde plaats terecht is.

Hij opent sterk met een anekdotische schets over hoe ze in Frankrijk en China over intellectuelen dachten. De intellectueel spreekt over intellectuelen die over intellectuelen spreken: meta-meta-intellectueel! Wat ons betreft is daarmee al afdoende bewezen dat Van Cauwelaert een topdenker is. Maar er zijn altijd criticasters natuurlijk.

Daarom neemt Van Cauwelaert het zekere voor het onzekere. Hij haalt verder namelijk nog vier tijdschriften aan, plaatst zes historische kanttekeningen en vernoemt twaalf andere intellectuelen, wat resulteert in zeven citaten. En dat alles dus in één redactioneel.

Een intellectuele topprestatie, inderdaad. In een verkiezing van de meest ijdele intellectueel was Van Cauwelaert ongetwijfeld nog flink wat hoger geëindigd.