Gedichtendag

Het moeten niet altijd ollekebollekes zijn.

Een man uit een stad met een haven
Wou middels de dichtkunst beschaven
Hij zag dat zeer groots,
Wou daarvoor desnoods
Het stadsdichterschap wel begraven

(André Gantman: “Schaf het stadsdichterschap af en engageer deze schrijvers om aan nieuwkomers een inzicht te geven in de geschiedenis van de Vlaamse literatuur.”
Gazet van Antwerpen, 30/01/2013.)

Advertenties

Een nieuwe standaard

De Standaard vernieuwt! kreten Bart Sturtewagen en Karel Verhoeven. En daarbij hoorde een stukje tekst dat in elke krant bij elke vernieuwing kan staan, zo algemeen en nietszeggend was het. Toch pikken wij er graag een paar zinnetjes uit:

Maar vooral inhoudelijk heeft de redactie aan uw krant gesleuteld.

De redactie beoogt met deze operatie een krant die meer kan verrassen met relevante journalistiek.

We hebben een krant ontworpen die scherper nieuws maakt en die voluit inzet op journalistieke duiding en achtergrond […].

U ziet het: er is dan wel een ‘dagelijkse spitse blog over televisie’, maar ook wordt  volop de kaart der journalistieke relevantie en relevante journalistiek getrokken.

Vandaag lezen wij van sterreporter Maarten Goethals een politiek stuk dat die ambities helemaal waarmaakt:

Waarom Lien Van de Kelder voor een kabinet werkt

Samengevat: ze heeft er het geschikte diploma voor en acteurs doen wel vaker iets in de politiek. Echt wat je ‘nieuws’ noemt en dus zeker zeshonderd woorden waard.

Als u de intussen clichématige opmerking hoort vallen dat De Standaard eigenlijk een betere De Morgen is, zou dat wel eens aan dit soort artikels kunnen liggen.

Karel Verhoeven en Bart Sturtewagen
Karel Verhoeven en Bart Sturtewagen, of Brecht Decaestecker en Yves Desmet? Het verschil is niet altijd even duidelijk.

LINKS:

Inzicht en katharsis

In een stukje in De Standaard, gelukkig niet eentje waarin hij Ombudspersoon speelt, zegt Tom Naegels al bij al zinnige dingen over de hetze over het gebrek aan algemene kennis van aspirant-leerkrachten. Naegels vraagt zich af hoe algemeen die veronderstelde algemene kennis eigenlijk echt is.

Denkt u dat er veel IT-consultants zijn die kunnen uitleggen waarom Malcolm X werd vermoord? Of veel chief financial officers, die zo kunnen zeggen wie Nehru was?

Ziehier een intellectuele publicist op zijn best. Middels twee retorische vragen houdt hij ons een spiegel voor, in de beste traditie der West-Europese intellectuelen. Want terwijl wij deze twee vragen proberen beantwoorden, vinden wij het antwoord op heel andere vragen. Niet over Nehru of Malcolm X, maar over onszélf. Aha! Inzicht verrijkt ons, katharsis overspoelt ons.

Deze briljante retoriek werkt natuurlijk alleen wanneer de vragen werkelijk goede retorische vragen zijn.

Dat zijn het hier niet. Want waarom, beste Tom Naegels, werd Malcolm X vermoord? Ik denk inderdaad niet dat er veel IT-consultants zijn die het weten, maar goed, per slot van rekening zijn politie, gerecht, en geschiedschrijving er ook nog steeds niet helemaal uit.

Politieke afrekening door de Nation of Islam? Persoonlijke afrekening door leden van de Nation of Islam? Samenzwering van de FBI? Of van een ander overheidsorgaan? Toch maar de drugsdealers? Laat het ons weten, Tom Naegels. Wij wachten op inzicht en katharsis.

LINKS:

Alsnog: een karton pralinen!

LOG20130127 23:59

In het redactielokaal zitten Emile en Maurice vier-op-een-rij te spelen. Omdat geen van beiden de spelregels echt snapt, schiet het spel niet goed op. Gelukkig doet dat er niet toe, want daar stormt Auguste alweer het redactielokaal binnen. De deur davert ditmaal niet in haar hengsels, maar wordt er woedend uitgetrapt. Nog nooit hebben Emile en Maurice hun hoofdredacteur zó kwaad gezien. Hij laait en briest en stoomt, en het lijkt zelfs alsof er geen tijd is voor drank…

Auguste: “Mannekes! Wat zijn dat hier voor manieren!? Het is een godgeklaagde schande!”
Emile: “Wat? Zijn er klachten?”
Maurice: “Waarover nu weer?”
Auguste: “Over de luistercijfers, snotapen! Waarover anders? Termen als drama, catastrofe en apocalyps zijn hier niet op hun plaats, omdat het belachelijke eufemismen zijn voor de crisis waarin we ons bevinden! We zijn de totale rampzaligheid vér voorbij!”
Maurice: “En is dat onze schuld?”
Emile: “Allicht. Wij verzorgen de uitzendingen. Toch, Auguste?”
Auguste: “Precies, Emile. Maurice, ge dacht toch niet dat het mijn schuld zou zijn?”
Maurice: “Nee, dat had ik moeten weten.”
Auguste: “Emileken, gij eerst. Uw uitzending over Bart Van Der Bellen. Weet gij hoeveel luisteraars mij dat gekost heeft?”
Emile: “Neen.”
Auguste: “Koester u dan maar in uw zalige ontwetendheid. Véél te veel, dát is hoeveel!”
Emile: “Maar ge kunt zo’n halvegare als Bart Van Belle toch ook niet fluitend zijn gangetje laten gaan? Die vent heeft plagiaat gepleegd, godbetert.”
Auguste: “Is dat een reden om er zoveel luisteraars mee aan te trekken?”
Emile: “Ik moet toegeven dat ik niet wist dat Van Belle zo wijdverbreid impopulair was, al verbaast het me nu ook weer niet. Vorige uitzendingen over zijn van elke journalistieke deontologie verstoken strapatsen hadden nooit zoveel beluisters. Maar ik zal er in de toekomst natuurlijk rekening mee houden, chef.”
Auguste: “Goed. Voor één keer zie ik het door de vingers. Mauriceken, denkt maar niet dat gij er zo gemakkelijk vanaf komt.”
Maurice: “Ik wijs er graag op dat ik heb helemaal niets over Bart Van Belle uitgezonden.”
Auguste: “Nee, en dat is het probleem. Ge zond niets uit over Bram Bellemans, niet over zijn gazet, zelfs niet over de pers in het algemeen.”
Maurice: “Is dat dan niet goed?”
Auguste: “Ge hebt nondegodversemiljaardedju een uitzending over uw pathetische werklozenbestaan geschreven! En met die afgezaagde, voorspelbare formule hebt ge een recordaantal luisteraars bereikt! Allerlei andere werklozen begonnen naar de studio te bellen om u bij te vallen!”
Emile: “’t Is waar. Ik heb een hele dag de hoorn alsmaar moeten opgooien. Mensen die zich ‘Dennis Den Dopper’ en zo noemden. Echt akelig.”
Auguste: “Die Lauren Heeffer, wier werk wij zéér terecht zo hard hebben afgebrand dat De Morgen haar rubriekske moest stopzetten, applaudiseerde voor u! Op Twitter was het gejuich van een heel leger luie, ongewassen, werkloze sukkels oorverdovend!”
Emile: “Tiens. Zit gij op Twitter, Auguste?”
Auguste: “Maurice, ge hebt het zover gedreven dat ik Knotwilg gelijk heb moeten geven! Knotwilg!”
Maurice: “Ja, okay, maar Knotwilg, dat is toch een respecta…”
Auguste: “Knotwilg is een luisteraar, Maurice. Een luis-te-raar! Ik heb een luisteraar gelijk moeten geven!”
Maurice: “Ja, wat zal ik zeggen…”
Auguste: “Niets! Gij gaat niets zeggen, Mauriceke, gij gaat eens heel goed luisteren. Ik, de grote Auguste F. Plasky, hoef dit niet te pikken. Ik hoef niet van mijn medewerkers te pikken dat ze mij en mijn glorieuze radiozender belachelijk maken. Een flauwe uitzending, alla, het overkomt de besten. Maar dat werkloos tuig onze redactietelefoon inpalmt, dat er meer luisteraars dan ooit op onze frequentie zitten, en dat ik één van hen gelijk heb moeten geven, dat gaat te ver! Ik zal maatregelen moeten treffen!”
Maurice: “Oei.”
Emile. “Ja. Amai. Oei.”
Auguste: “Ik vind het ook niet plezant, want tot nu toe volstonden gekaffer en gescheld om deze redactie in de pas te laten lopen, maar er is een grens overschreden. Maurice, ik zal u moeten degraderen!”
Maurice: “Degraderen?”
Auguste: “Ge wordt weer plattelandsneef! En dat blijft ge, tot ge uw strepen als volwaardig familielid weer verdiend hebt.”
Maurice: “…”

Maurice valt flauw en ploft voorover, op de redactietafel. Gelukkig staan er geen glazen. Emile en Auguste discussiëren heftig verder, zonder veel acht te slaan op de arme Maurice.

Emile: “Met alle respect, broer, hoofdredacteur – is dat niet wat drastisch?”
Auguste: “Natuurlijk is dat drastisch. Maar hebt gij soms een beter idee?”
Emile: “Wel, veel kwaad bloed is gezet door Knotwilg de Kaatprijs niet te geven. Net toen dat een beetje in orde leek te komen, heeft Maurice gelogen dat hij Knotwilg ter verzoening een karton pralinen heeft gestuurd. Ja, kijk, als mij valselijk een karton pralinen beloofd wordt, dan ben ik ook pisnijdig. En als Knotwilg niet zo scherp had gestaan, had gij hem nooit gelijk moeten geven. We hebben immers wel vaker flauwe uitzendingen, en zelden komt daar kritiek op.”
Auguste: “Kom ter zake, Emile. Wat stelt ge nu eigenlijk voor?”
Emile: “Dat ge Maurice verplicht alsnog de beloofde pralinen op te sturen naar Knotwilg. Met een handgeschreven kaartje met excuses.”
Auguste: “Excuses omdat hij de Kaatprijs niet kreeg! Ja, goed idee!”
Emile: “Euh, nee, die Kaatprijs, dat was mijn beslissing. Dat was natuurlijk een heel gerechtvaardigd besluit en daarvoor kan ik mij dus niet excuseren, laat staan dat Maurice dat kan.”
Auguste: “Excuses voor zijn onbesuisde jongelingengedrag, dan. En voor zijn gebrek aan opvoeding. Ik zal het er tijdens het Paasontbijt toch nog eens met zijn moeder over moeten hebben. Goed, Emile, gij moogt dit goede nieuws aan Maurice melden, wanneer hij weer is bijgekomen. Het was tenslotte uw idee. En schenk mij nu maar eens een goed glas Ierse whiskey in, dat ik wat kan bekomen van zoveel emotionaliteit.”
Emile: “Wat whisky zal Maurice ook deugd doen, denk ik.”
Auguste: “Whiskey! Niet whisky! Ik zei toch dat hij Iers moest zijn!”
Emile: “Ik wist niet dat gij Ierse whiskey dronk.”
Auguste: “Dat doe ik ook niet, eigenlijk… Weet ge wat, nu ik erover nadenk: geef die Ierse brol maar aan Maurice. En schenk mij een goed glas whisky in.”

LINKS:

Kwatrijn, tetrastichon, vierregelig gedicht

Indien men zichzelf een wervelbreuk wil besparen, en tevens zijn tijd nuttig wilt doorbrengen, dan dient men de Vlaamse weekendkranten te mijden als de pest. Wij spenderen onze weekends vér uit de buurt van onze brievenbus, en laten al dat overbodige papier maandagochtend meteen bij mekaar vegen door onze Poolse poetshulp. Zij beheerst het Nederlands niet en is verzekerd tegen arbeidsongevallen.

Toch is het ons niet ontgaan dat er sinds enige tijd des zaterdags een rubriekje in De Standaard prijkt met de aardige naam ‘Kwatrijnen’. Een kwatrijn, dat weet u, is een vierregelig gedicht, dat in zijn klassiekste vorm het rijmschema aaba bezigt, maar abba of zelfs aabb mogen ook best. Wat betreft het metrum zijn er geen vereisten, zolang er maar een metrum is.

De kwatrijnen in die verfoeide weekendkrant zijn opgevat als puntdichten, en dat vergenoegt ons zeer. De plezierdichterij wordt te weinig naar waarde geschat in Vlaanderen en wanneer een dappere onverlaat er zich toch aan waagt, is het resultaat zelden indrukwekkend. Dat komt natuurlijk omdat wij onze dichters niet voldoende gelegenheid geven zich te oefenen, en daarom verdient het initiatief van De Standaard alle lof.

Tegelijk toont de rubriek aan hoe droef precies het gesteld is met de beheersing van de schone puntdichtkunst in onze contreien. Lees meer »

Tom Heremans, de aandoenlijke puber

Nu iedereen, van Joost Vandecasteele tot Peter Casteels, zijn zegje heeft gedaan over Tom Heremans en zijn cactus, willen wij er ook ons licht eens op laten schijnen. Er zit namelijk een hardnekkig misverstand in de hele discussie, en dat willen wij graag uitklaren.

Maar laat ons het eerst hebben over het belachelijkste twitterbericht van het decennium, voorwaar geen geringe prestatie, de algemene belachelijkheid van dat medium in acht genomen. Het bericht is van de hand van Bart Sturtewagen en luidt als volgt: “Wie Tom Heremans niet geestig vindt, is zielig. Ik wil boos zijn, maar ik ben triestig.” Dankjewel, Bart, voor dit welonderbouwde morele oordeel.

Tot zover Bart, weer over naar Tom. Tom Heremans wordt door zijn entourage steeds met hetzelfde argument verdedigd: Tom is humor, en humor mag altijd en alles. Peter Casteels vraagt zich op Apache af wat dat dan eigenlijk over die humor zegt. Hij heeft daar beslist een punt, maar volgens ons raakt ook die analyse niet de kern van de kwestie, want die is dat Heremans helemaal niet grappig is.

Lees meer »