Harder graven, en vooral dieper

Al bij al heeft Corry Hancké voor De Standaard van vandaag een tamelijk genuanceerd en redelijk gedocumenteerd stuk geschreven. Het gaat over welke bewijzen er nu wel of juist niet zijn voor het gebruik van chemische wapens door het Syrische regime.

U merkt dat wij met deze lofuiting toch een stevige slag om de arm houden. Dat is omdat het stuk van Hancké nog heel wat beter had gekund. En daarmee bedoelen wij: heel wat correcter.

Hancké schrijft:

Harde bewijzen die rechtstreeks naar het regime van de president leiden, zijn nog niet boven water gekomen. In de publieke documenten van de Amerikaanse en Franse inlichtingendiensten wordt beweerd dat alleen het Syrische regime zo’n grootschalige aanval kan uitvoeren.

Is dat correct? Ja, dat is betrekkelijk correct. Maar bedenk dat het gaat om publieke documenten van twee regeringen die erg graag bewezen willen zien dat het Syrische regime schuldig is. Dan is het een goed idee om de informatie uit die documenten grondig te onderzoeken.

Dat heeft Corry Hancké niet gedaan. Een andere journalist, Gareth Porter, gelukkig wel. Zijn conclusie luidt: er is zelfs nauwelijks bewijs dat er een grootschalige aanval met chemische wapens heeft plaatsgevonden.

The contradiction between the emotionally charged visual evidence and the technical analysis by chemical weapons specialists, however, poses an unresolved issue.

Porters kritische bedenkingen tonen aan hoe belangrijk diepgravende, kritische journalistiek kan zijn. Het artikel is niet alleen interessant voor wapenfreaks, maar kan invloed uitoefenen op de politieke beslissing om al dan niet ten oorlog te trekken tegen Syrië. Dat is relevante journalistiek.

Tegelijk toont het artikel daarmee ook aan hoe waardeloos generalistische journalistiek eigenlijk is. Want wat levert dat op? Op z’n best: tamelijk genuanceerde en redelijk gedocumenteerde stukken.

LINKS:

 

 

Advertenties