Juryverslag: Poëzie Prijs voor Pastiches op Parodieën

1. VOORAF

De opdracht voor de prijs luidde als volgt: schrijf een finalestrofe op het in memoriam dat Emile Plasky voor Kaat schreef.

Dit gedicht was, natuurlijk, een pastische op Aan J.J.L. ten Kate, een briljant spotvers van de hand van Cornelis Paradijs (ps. Frederik van Eeden). De jury keek naar metrum, rijm, zinsbouw en inhoud en volgde verder haar hoogst subjectieve voorkeuren waarover zij geen enkele verantwoording aflegt.

De originele finalestrofe van Paradijs zag er zo uit:

Zing op! Zing op! ten Kate!
(Gij kunt het toch niet laten)
Laaf onze ziel aan Harmonie,
Al wat gij zingt is Poëzie!
Zing dartel, speelsch of vroom van zinnen
Op kerken, vorsten of vorstinnen,
Wij minnen alles wat gij doet:
Want wat ten Kate schrijft is goed!
Zing, J.J.L. ten Kate,
Ten aller vromen bate!

Dat zijn dus tien regels, in het rijmschema aa-bb-cc-dd-ee. De eerste twee regels hebben negen lettergrepen, de volgende twee acht, dan zeven, dan weer acht en de laatste twee opnieuw negen. De klemtonen vallen in alle verzen op de even lettergrepen, wat maakt dat de a-, c- en e-regels vrouwelijk rijm hebben en de b- en d-regels mannelijk rijm.

Het rijmschema en het metrum overnemen waren de technische minimumvereisten. Verder moest ook de inhoud en toon overgenomen worden: een archaïsch Nederlands met zwaarbeladen metaforen en opgeblazen zinsconstructies.

Of de strofe van Paradijs perfect is of niet doet er verder niet toe: ze is het model waarop de deelnemers zich moesten richten. Gaan wij dan nu over tot de evaluatie van inzendingen.

Lees meer »

Advertenties

Zijn naam klinkt Frans, het zal wel een Waal zijn

Omdat ik de laatste tijd net iets te vaak lacherig hoor beweren dat ze vallen als vliegen bij de PS: Etienne Mangé was penningmeester van de SP. Trek je feiten na, grappenmakers.

Cartoon uit een kwaliteitskrant die zich profileert op haar politieke verslaggeving.

Het checken der feiten der feitencheckers

Waaraan herkent men een goede redactie? Aan hun afdeling fact checking! Fact checkers controleren de gegevens in een artikel op hun waarheidsgehalte vóór de publicatie. Als ze een foutje vinden, dan werkt de journalist zijn stuk bij en zo komen we tot een betere verslaggeving, gebaseerd op correcte gegevens. Goed bedacht vinden wij dat, zo’n dienst met feitennatrekkers.

Maar er is ook een vervelend probleem met die fact checkers. Als ze een foutje vinden, dan werkt de journalist zijn stuk bij en zo komen we tot tragere verslaggeving, met teveel nuances, die meer geld kost. Dat kan je niet maken als uitgever. Maar dat wil niet zeggen dat je fact checking moet afschaffen.

De Morgen heeft iets beters bedacht. In plaats fact checkers in stilte en achter de schermen te laten werken, waar ze journalisten maar op de zenuwen werken, kan je hen beter zelf stukken laten schrijven. Goed voor het kwaliteitsimago van de krant en een hele verbetering voor de reporters, die nu tenminste in ijltempo stukken vol fouten kunnen publiceren. Twee keer winst voor de moderne krant!

Hoe werkt het in de praktijk? Nemen wij de laatste Feitenchecker van De Morgen er even bij. Lees meer »

Donders, een dubbele amfibrachys!

LOG 20120817 18:34

In het redactielokaal ligt Emile lui met zijn voeten op de redactietafel en leest een bundel amusante verhalen, waarvan de literaire meerwaarde helaas niet buiten kijf staat. Hierbij drinkt hij een fris glaasje Normandische appelcider, ideale dorstlesser bij dit prachtige weer. Maar hoe wreed wordt dit vredig tafereel verstoord door Auguste, die heftig zwetend in zijn driedelig pak van kwaliteitszomerlinnen de redactie komt binnendonderen.

Auguste: “Emile, ik heb klachten. Klachten heb ik! Klachten, klachten, klachten!”
Emile: “Hoe…”
Auguste: “Maar geeft mij eerst een glas cider! Snel! Van de Frank moeten we veel drinken met dit weer, een advies dat ik ter harte wens te nemen!”

Emile schenkt Auguste een groot glas cider uit, en ontkurkt alvast de volgende fles. Met twee enorme slokken ledigt de hoofdredacteur zijn glas. Met zijn mouw veegt hij enkele druppeltjes van zijn snor. Met een klap zet hij het lege glas weer neer. Met veel plezier schenkt Emile de glazen nog eens vol.

Auguste: “Goed, over naar de orde van de dag: dat ik klachten heb! Over u!”
Emile: “Maar allez. Wie klaagt er nu over mij?”
Auguste: “Ik! Uw hoofdredacteur! Emile, uw laatste uitzending was totaal onverteerbaar. Duurde uren, was veel te technisch, en behandelde een onderwerp dat geen hond interesseerde. Het was verschrikkelijk, het was rampzalig, het was catastrofaal!”
Emile: “Maar een luisteraar…”
Auguste: “En dan liet ge een luisteraar inbellen en hebt ge er nóg eens uren over doorgeboomd! Zomaar, live in de ether! Emile, wat zijn dat voor manieren?”
Emile: “Jamaar, dit kadert in een nieuwe strategie! Luister: iederéén klaagt graag over de gazetten. Dus luisteren de mensen als wij dat ook doen. Maar wie klaagt er nu graag over versvoeten? Niemand, enfin, op één luisteraar na dan. Dus door dit radiostation te heroriënteren van mediakritiek naar versvoetenkritiek, kan ik ons luistercijfer spectaculair terugdringen!”
Auguste: “Dat is het stomste plan dat ik ooit heb gehoord, Emile.”
Emile: “Oh. Waarom?”
Auguste: “Omdat één luisteraar er nog altijd één te veel is. Ik wil géén luisteraars, want luisteraars zijn onderontwikkelde idioten die het niet verdienen door een Plasky toegesproken te worden!”
Emile: “Overdrijft ge nu niet een beetje, Auguste? Ik vind dat iedereen het verdient om door mij toegesproken te worden. Trouwens, ik denk dat ge sommige luisteraars onderschat!”
Auguste: “O ja?”
Emile: “Herinnert ge u onze Poëzie Prijs voor Pastiches op Parodieën nog?”

Lees meer »

Eerst het metrum & het metrum eerst

In een recente blogpost geeft Stanza ons de goede raad te schrappen bij het schrijven. Zeer goede raad, inderdaad, maar gaat de auteur niet wat kort door de bocht? Hij stelt: schrap bij het dichten alles wat niet strikt noodzakelijk is. Een strofe die weggelaten kan worden? Schrappen! Een regel teveel? Schrappen!! Een woord dat niet op z’n plaats staat? Schrappen!!!

Op zich zijn wij het hier laaiend mee eens. Het schrappen van strofes is aan te moedigen, als dat het verhaal tenminste niet beschadigt. Maar het schrappen van regels is al riskanter en het schrappen van woorden is ronduit link.

Regels en woorden zitten namelijk in een metrum, het ritme van de tekst dat bepaald wordt door welke lettergrepen beklemtoond zijn en welke niet. Als je woorden en dus lettergrepen begint te schrappen zonder ze kundig te vervangen, dan eindig je zonder metrum. En op De Schoolmeester na hebben wij niemand ooit goede metrumloze verzen weten schrijven.

Toch stelt Stanza:

Strofe twee start […] als volgt:
‘Start! Ik heb honger, en ik neem gerookte ham’
Het probleem hier is dat ik maar twee strofen heb (de derde was geschrapt!) en dat het dus raar is om “Start!” te roepen halverwege het lied, maar ik had een woord nodig om het metrum te completeren. Niks nodig, gewoon schrappen en een gitaaraanslag zal wel zorgen dat het metrum klopt. Probleem opgelost!

Probleem opgelost? Allerminst: de gitaaraanslag camoufleert het probleem in plaats van het op te lossen. Stanza gaat te licht over het metrum. Metrum is geen speeltje van de dichter, metrum maakt dat een tekst lóópt, dat hij werkt. Een tekst waarin het metrum wordt veronachtzaamd strompelt, struikelt en komt ten val.

Tekstueel zou Stanza er onzes inziens dan ook sterk op vooruitgaan als de tekstschrijver meer op het metrum zou letten. En om deze brutale stelling te onderbouwen,  hebben wij onze tanden gezet in het lied Tijdloos.

Tijdloos is een pastische van Stanza op Drs. P. Maar de pasticheur vat de essentie van Drs. P niet. Hij beseft niet dat Drs. P niet in de eerste plaats een humorist is, maar een briljante versificator die metrum en rijm perfect beheerst. Zo komt het dat de humor in Tijdloos wel klopt, maar dat het metrum een totale puinhoop is. Zo gaat dat niet, zéker niet in een pastische op Drs. P.

Wij hebben de tekst voor u tot op het bot afgekloven. Luister, huiver, en probeer er wat van op te steken.

Lees meer »