Tegen alle verwachtingen in

Bart De Wevers opstoot van mediakritiek ligt intussen alweer even achter ons. Het hele stormpje is, zoals voorspeld, bijzonder snel geluwd en uiteindelijk zijn we er, zoals voorspeld, niets mee opgeschoten. Maar wij hebben over deze zaak uiteindelijk toch niet minder dan drie stukken kunnen vinden die de moeite van het lezen waard zijn. Een onverhoopt succes.

Niet toevallig komen ze van drie journalisten die zich al langer met mediakritiek bezighouden en de hele hetze in een breder perspectief kunnen plaatsen. Dit staat in schrijnend contrast met de bergen gezwets die we te verwerken kregen van allerlei dagbladschrijvers die hun gekwetste ego probeerden op te lappen met stukken waaruit meer revanchisme dan intelligentie sprak.

Een mooi voorbeeld was het stuk van Bart Sturtewagen in De Standaard, dat samengevat hierop neerkwam: de media doen keihard hun best en Bart De Wever vindt dat zelf eigenlijk ook. Gezwam van het nieuwe type hoofdredacteur, die niet langer de primus inter pares van de journalisten is, maar de verbi baiulus van de directie. De amusantste paragraaf vonden wij deze:

Mediakritiek wordt pas interessant als het uitgangspunt wordt aanvaard dat perfectie niet alleen onbereikbaar is, maar zelfs te vuur en te zwaard bestreden moet worden. Die perfectie kan immers alleen bestaan voor degene die het voorrecht heeft de definitie ervan te bepalen. Het is door de botsing met het imperfecte dat verheldering optreedt.

Als iemand de hogere hogere logica van deze theosofische epifanie kan duiden, wij horen het graag. Maar goed, drie interessante stukken dus:

“Iets helder kunnen uitleggen, is allesbepalend,” zegt Bart in Scoop Magazine. Maar hij heeft het niet over journalisten.
Advertenties

Arbeidsethos

Een collega loopt mijn kantoortje binnen. Ik zit er ijverig paperclips te sorteren.

“Dag, Emile. Zeg, gaat gij niet naar die interessante lezing? Die begint binnen twee minuten.”
– “Ik zou wel willen, maar ik heb echt geen tijd. Ziet ge al die paperclips hier? Ik heb veel te veel werk.”
“Wel, dat is dan ideaal.”
– “Dat is verre van ideaal.”
“Nee, luister: ik heb ook geen tijd om naar die lezing te gaan. En nu zoek ik andere mensen die ook geen tijd hebben, om toch met mij te gaan luisteren zodat ik mij minder schuldig voel.”

Het is ver gekomen met mijn arbeidsethos dat ik die lamzalige paperclips voorrang geef op aanminnige collega’s die me vragen hen te vergezellen naar een lezing.

Belevenissen in het kinderdagverblijf

Het zal u niet verbazen dat de gebroeders Plasky verstokte vrijgezellen zijn, enkele weinig roemrijke intermezzo’s niet te na gesproken. Ook de zelfverklaarde meidenmagneet Max voelt weinig voor vaste relaties. De voortzetting van het eeuwenoude geslacht Plasky zal wellicht niet via deze tak van de familie gebeuren.

Maar evenmin mag het u verbazen dat de gebroeders Plasky grote kindervrienden zijn. Behalve Eugène, die wij van homoseksuele neigingen verdenken en die dus ver uit de buurt van kinderen gehouden moet worden, kan u zich geen betere nonkel inbeelden dan een nonkel Plasky. Er bestaat voor ons geen groter plezier dan zo’n kleine rakker nét iets te hard in de guitige wangetjes te knijpen.

Met veel plezier laten wij ons dan ook inschakelen in de pragmatische beslommeringen van vrienden en familie met een vruchtbaarder liefdesleven dan het onze. Tot mijn persoonlijke favorieten behoort zeker het gepeuterte brengen naar en ophalen aan het kinderdagverblijf.

Lees meer »

De appositionele appelboom apparenteerde een appetijtelijk appartement in de Appalachen

Sinds wij DS Mobilia tot onze nieuwe lievelingsrubriek hebben gebombardeerd, kunnen wij niet meer om apps heen. App, dat moeten we er misschien even bijzeggen, is een afkorting van application, en dat is dan weer Engels voor ‘toepassing’. Een ‘toepassing’ kan vanalles zijn natuurlijk, maar bedoeld worden softwaretoepassingen, maar dan alleen voor smartphones en tablet computers. Als je het zo nagaat is app inderdaad een tamelijk belachelijk woord.

Niettegenstaande deze bespottelijke terminologie heeft De Standaard toch besloten om stevig in te zetten op de apps. Dat lazen wij althans enkele weken geleden, in het langste artikel dat ooit op DS Mobilia werd gepubliceerd, door Andy Stevens. Dit was de titel:

De Standaard vernieuwt mobiele apps

Vruchteloos hebben wij gespeurd naar de niet-mobiele (sedentaire?) apps van De Standaard, maar die vonden we niet. Doet er ook niet toe, want het is precies met deze ‘mobiele’ apps dat De Standaard nu een prijs heeft gewonnen! Jawel! Waar anders dan op DS Mobilia lazen wij dit:

De Standaard valt […] in de prijzen met de publieksprijs ‘app van het jaar’. Via de app biedt De Standaard zijn krant aan op iPad en iPhone. Voor de iPad lanceerde De Standaard vorig jaar een speciale tablet-versie van de krant. Dagelijks worden nu ruim 6.000 kranten op deze app gelezen.

De investeringen van De Standaard lijken dus geloond te hebben. Maar voor we overgaan tot de plechtige overhandiging der welgemeende felicitaties, moet nog één vervelend vraag gesteld worden, namelijk: is het wel verstandig om in iets te investeren dat een belachelijke naam heeft?

Lees meer »