Belangrijke bedenkingen bij de Grote Prijs Jan Wauters

Er is heel wat te doen geweest rond de Grote Prijs Jan Wauters. Dat is een prijs die, zo lezen wij, uitgereikt wordt aan “een Nederlandstalige mediapersoonlijkheid die excelleert in het gebruik van het Nederlands, van wie het taalgebruik getuigt van een uitstekende taalbeheersing en een grote creativiteit”. Allez vooruit.

Taalbeheersing en creativiteit, goed dat daar een prijs voor in het leven wordt geroepen! Spontaan komen er allerlei liedjesmakers, cabaretiers en lichtgewichtdichters bij ons op. Literair graven de plezierdichters zelden diep, maar qua creativiteit en taalbeheersing zijn zij ongeëvenaard, omdat zij vaak binnen zeer strakke keurslijven werken.

Vooral in Nederland heeft een aantal generaties, geïnspireerd door de onevenaarbare Drs. P, bij wijlen knappe staaltjes van taalbeheersing en creativiteit getoond. In Vlaanderen, waar we het Nederlands nooit echt onder de knie hebben gekregen, is de spoeling wat dunner, al hebben Hugo Matthysen en Jan De Smet ook alleraardigst werk afgeleverd.

Die taalkundige ambachtslui worden altijd onderschat en minachtend bekeken door Grote Schrijvers die alleen hun eigen romancycli Literatuur vinden en al de rest tijdverspilling. Het werd wel eens tijd dat daar verandering in kwam en een Grote Prijs leek ons niet meer dan gerechtvaardigd. Hojo, een Grote Prijs!

Groot was dan ook onze verbazing toen wij het lijstje genomineerden lazen: Ruth Joos, An Olaerts, Stijn Tormans, Peter Vandenbempt, San F. Yezerskiy. Geen enkele Nederlander. Geen enkele dichter, niet eens een schrijver. Het zijn allemaal journalisten en columnisten die voor kranten of magazines schrijven. En na de verbazing kwamen de teleurstelling, en de verontwaardiging.

Lees meer »

Advertenties

De juiste prijs

Wat ik af en toe mis in mijn Vlaamse kwaliteitskranten, zijn columns van middelmatige Vlaamse auteurs. U zal zeggen: maar enfin Emile, een hond met een hoedje kan geen boodschappenlijstje schrijven, of ze bieden hem een column aan! Dat is waar, maar zo’n column is altijd van grote literaire én maatschappelijke waarde, meestal als enige item in de hele krant. Er moesten er meer zijn!

Neem nu het laatste exploot van Saskia De Coster. Die schrijft naast lezersbrieven blijkbaar ook boeken en dus heeft ze natuurlijk ook een column in een krant. Een goede zaak! Ik las deze week erg inspirerende gedachten over de Nobelprijs voor de Vrede. Saskia De Coster schrijft:

Welke drie vrouwen hebben zopas de Nobelprijs voor de Vrede alweer gewonnen? In het kader van de diversiteit en globaliteit waarover het Nobelprijscomité waakt […], zou ik zeggen: zorg volgend jaar eens voor een winnaar die echt iets kan veranderen.

Ik liet me niet afleiden door de prachtige literaire constructie van die eerste zin en keek dwars door de vorm naar de inhoud. Inderdaad: wat is de wereld met bejaarde bomma’s die op vreedzame wijze bloedige burgeroorlogen en dictaturen beëindigen? Niets natuurlijk. Popprinsessen, dat hebben we nodig! Maar pas op, De Coster lanceert niet zomaar een wild idee, ze onderbouwt het ook.

Lees meer »

Meesterzet

Exclusief voor alle kranten:

Het 15-jarig meisje dat eergisteren verkracht zou zijn in een metrostation in Anderlecht, heeft het verhaal verzonnen. Dat heeft het parket bevestigd. Het meisje had het verhaal verteld omdat ze te laat op school was aangekomen en nood had aan aandacht.

Dankzij de voltallige media is alvast dat laatste probleem ruimschoots van de baan. Het meisje bedankt alle kranten voor hun bereidwillige medewerking. Naar een oplossing voor haar late aankomsttijden op school wordt nog gezocht.

Er kan er maar één de baas zijn

Misschien heeft u met veel plezier Bladspiegel gelezen vorige week, in Knack. Indien niet: doet het alsnog. Het was een heel leuke aflevering, waarin Koen Meulenaere de eerste redactievergadering beschreef van de nieuwe hoofdredacteur, Johan Van Overveldt. Heeft u ook zo moeten schateren? Die gekke redacteurs toch, en dan die arme hoofdredacteur!

Ja, ook wij hebben hier flink wat afgelachen met dat hilarische stukje van Koen Meulenaere. Maar wie er niet mee kon lachen, was Van Overveldt zelf. Die man zat er maar mooi mee, met zo’n eigenzinnige redactie. Die hem dan nog eens bespotte in zijn eigen blad. Een mens zou van minder moedeloos worden.

Gelukkig weten de jongens van de Vlaamse pers intussen dat er één adres is waar ze altijd raad kunnen komen vragen: de studio van Radio Plasky. Of correcter: de suite van de hoofdredacteur in de studio van Radio Plasky. En zo kwam het dat Johan Van Overveldt op visite kwam bij onze hoofdredacteur om zijn beklag te doen.

“Het was een opstand, mijnheer Auguste, een revolte,” zuchtte hij. “Nog nooit heb ik zoiets meegemaakt.”
“Kom, kom, Johan,” suste onze hoofdredacteur. “Ik daag u uit mijn redactie te leiden. Dat is nog wel andere koek hoor, haha. Maar ik begrijp wel dat ge u wat ambetant voelt.”
“Maar wat kan ik hiertegen doen, mijnheer Auguste? Hoe herstel ik mijn gezag bij mijn redactie?”
“Johan, waarde vriend: aan deze zaak zitten een goede en een slechte kant,” doceerde Auguste. “De slechte is dat ge u als een onnozel Central News Desk-groentje hebt laten strikken. De goede kant is dat het probleem daardoor ook makkelijk op te lossen valt. Schenk mijn glas bij, en luister!”

En misschien is het u ook opgevallen dat Bladspiegel deze week geen verslag deed van de redactievergadering met de nieuwe hoofdredacteur. De verklaring daarvoor is eenvoudig: bijgestuurd door onze hoofdredacteur, heeft Van Overveldt korte metten gemaakt met de redactie van Knack. Lees meer »