Skip to content

De Kaatprijs 2013 (nu voor echt)

24 juli 2013

In de vorige editie van de Kaatprijs hekelden wij met Frederik Van Eeden de dominee-dichter J.J.L. ten Kate. Maar Van Eeden bood later zijn verontschuldigingen aan voor deze spotternijen. Weliswaar pas toen ten Kate al geruime tijd onder de zoden lag, maar toch. Van Eeden noemde ten Kate

een eerbiedwaardig mensch, die het zeer goed meende, en ook meenig goed vers gemaakt heeft

en zei bovendien:

Men neeme nu ten Kate’s verzen nog eens ter hand, en men zal zien dat het meer is dan vlotte rijmelarij.

Een zeker eerherstel voor Jan Jakob Lodewijk ten Kate dringt zich op, inderdaad. Maar werd dit bij Van Eede gestimuleerd door gêne over zijn jeugdigde baldadigheid, wij vinden precies ten Kates vlotte rijmelarij hiervoor het voornaamste argument.

Ten Kate schreef in verzen van onberispelijk rijm en onberispelijk metrum. Ze waren meestal nogal stichtelijk van aard, maar er zijn ook uitzonderingen. Zo schreef ten Kate parodieën op het sonnet, een versvorm waaraan hij blijkbaar een bloedhekel had. Dit is er eentje:

Geverfde pop, met rinkelen omhangen,
Gebulte jonkvrouw in uw staal’ korset,
Lamzaligste aller vormen, stijf Sonnet!
Wat rijmziek mispunt deed u ’t licht erlangen?

Te klein om één goed denkbeeld op te vangen,
Voor epigram te groot en te koket,
Vooraf geknipt, koepletjen voor koeplet,
Kroopt ge onverdiend in onze minnezangen.

Neen! de echte Muze eischt vrijheid; en het Lied,
Onhoudbaar uit het zwoegend hart gerezen,
Zij als een bergstroom die zijn band ontschiet!

Gij deugt tot niets, ten zij het deugen hiet,
Om, enkel door de broddelaars geprezen,
Op GEYSBEEK een berijmd vervolg te wezen.

Maar dit is het bekendste sonnet van ten Kate dat het sonnet bespot en daarom gebruiken wij het liever niet. Ook vrezen wij dat ten Kate zich later eens verontschuldigd heeft bij Geysbeek, en dan zouden wij bezig blijven.

Daarom vragen wij voor de Kaatprijs 2013 een pastische op dat ándere sonnet van ten Kate, dat de spot drijft met al dat nieuwerwets gerijmel. Wij quoteren zoals gewoonlijk op metrum, rijm, grammaticale steekhoudendheid, inhoudelijke coherentie, stijl, en absolute willekeur.

Tot slot van deze uitzending willen wij graag Michel van der Plas eren, die maandag overleden is. Begin dit jaar hebben wij gelukkig nog één van zijn sterkere limericks uitgezonden. Maar van der Plas heeft, zoals ten Kate sonnetten schreef over sonnetten, ook een limerick over de limerick gemaakt. Die gaat als volgt:

Er was eens een man in Buiksloot
die verdiende met vissen zijn kost
maar het was niet genoeg:
hij begon een café
van de opbrengst van hengel en schip

Denk daar óók maar eens over na. Succes, jonge dichters!

3 reacties leave one →
  1. 24 juli 2013 13:57

    Daar gaan we weer! Een vuist op nog een vuist
    Dat metadichten, gaat dat niet vermoeien
    en blijft het luist’ren onze vinken boeien
    of is het klinkdicht helemaal verguisd?

    Eén strofe reeds! U bent er ingeluisd
    de ergernis zal nu nog louter groeien
    en heel ’t publiek zal rijmelaars verfoeien
    omdat in dit sonnet geen thema huist

    Hoe triest dat dit gedicht niets zeggen kon
    terwijl de wereld nood heeft aan iets innig
    Een tulp, de lente, Jezus of de zon

    De tijd ontbreekt: daar wenkt het slot ons vinnig
    ‘k Bemijmer dat ik vorig jaar niet won
    Misschien is deze poging hen aanminnig

  2. 25 juli 2013 16:43

    Een wedstrijd, nee! dat eindigt weer met kwetsen…
    Het is een show-gevecht van man tot man!
    En dan nog wel met één die niet verliezen kan;
    Maar tijd brengt raad, men kan niet blijven zwetsen.

    Dat gebok nadien, het zal ooit wel verfletsen.
    Maar moet dit nu, in volle ramadan,
    Een lege maag en amper een pasticheplan,
    En dan die hitte én maar blijven kletsen!

    Een schouwspel van wat vormelijk vertier.
    Wie metrisch zingt heeft nooit wat te berichten:
    De VORM? het RIJM? het METRUM op PAPIER?

    Een dichter mag een leek dan nog doen zwichten.
    ’t Beweegt mij niet, ‘k verrek verrekt geen spier.
    Neen, ‘k stop ermee: ten bate van het dichten!

  3. 28 juli 2013 02:43

    Eén vraagt om twee! Ten Kate moet men eren
    Dus ik trotseer de nachtelijke vaak
    bij ontij rijm ik vaker maar wat raak
    op tijd naar bed – ik zal het niet meer leren

    Maar waak ik toch niet al te zeer te teren
    op hoe ik mij eerst kweet van deze taak
    want neven maken graag gemene zaak
    straks zie ik aan mijn neus de prijs passeren

    Mijn tweede spinsel wentelt zich in nijd
    Des nachts ontdekt een mens zijn grootste zonde
    Ik IJVER, WORSTEL, REDETWIST en STRIJD

    Wie hoort mijn boetedoening dezer stonde?
    Het laatste oor zijn we al uren kwijt
    Ik spoed me naar mijn louterende sponde

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s