Natuurlijk niet

Ach, Joël De Ceulaer. Zelf slechts matig getalenteerd als auteur, ervaart hij het maniëristisch geschrijf van Christian De Beucker als stilistisch zeer hoogstaand. Dat is jammer voor hem, (en ook voor De Beucker natuurlijk), maar bon, we kunnen niet allemaal literaire fijnproevers zijn.

Maar het wordt wel echt treurig wanneer de stelling dat De Beucker een groots stilist is, ook nog ambitieuze hypotheses over ’s mans ware identiteit moet schragen, en daar dure eden op worden gezworen.

beucker

De Ceulaer etaleert hier een mate van zelfoverschatting die ons ooit geërgerd zou hebben, maar ons nu slechts amuseert.

Dat neemt niet weg dat hij gelijk heeft wanneer hij elders stelt dat de De Beucker niets met Radio Plasky te maken heeft.

Omdat halfwassen hansworsten blijven denken dat de Beucker met onze zender geassocieerd is, lijsten wij omstandig doch niet exhaustief op waarom dit niet zo is en trouwens onmogelijk is:

  1. De Beucker heeft geen snor.

 

 

Een prekerig schotschrift

Binnenkort zijn het verkiezingen! Dat concluderen wij althans uit de propaganda die sinds kort onze brievenbus overlaadt. Bij verkiezingen, we zeggen het er even bij, kiezen wij als burgers van een democratische rechtsstaat welke weg we willen dat onze maatschappij inslaat.

Dat is toch tamelijk belangrijk en daarom verschijnen wij graag goed geïnformeerd in het stemhokje. Om goed geïnformeerd te zijn moeten wij, dit spreekt voor zich, de integrale pers links laten liggen. Dat kostte ons gelukkig weinig moeite. Wij concentreerden ons meteen op het echte werk: de partijprogramma’s!

Die bleken echter aan de saaie kant en bovendien niet bijster goed geschreven, zodat wij dat al snel hebben opgegeven.

Daarom namen wij Het Belgisch labyrinth van Geert van Istendael ter hand. Dat werk stond nu al een tijdje in onze boekenkast ongelezen te wezen en dit leek ons een gepast moment om ons daar eindelijk eens door te werken.

Dit bleek een misvatting. Er bestaat geen geschikt moment om Het Belgisch labyrinth te lezen. Wij willen niet ontkennen dat er links en rechts interessante informatie uit op te pikken valt; daar gaat het ons niet over. Het gaat ons over dat toontje. Dat verontwaardigde, schoolmeesterige, drammerige, prekerige toontje. In combinatie met de inhoudelijke incoherentie, natuurlijk.

Het Belgisch labyrinth is meer een pamflet dan een academisch werk. Goed. Daar brengen wij een zeker begrip voor op. Maar én verontwaardigd zijn, én incoherent, én dan nog eens belerend ook — dat is van het goede teveel, zelfs voor een tolerante lezer als een Plasky.

Toch hebben wij het boek nog wel enige hoofdstukken volgehouden. Tot we aan dat deeltje kwamen waar van Istendael begint te preken over het talige onvermogen van de verkavelingsvlaming.

Nu valt daar inderdaad één en ander over te zeggen, maar een boek dat vindt dat de Vlaming zijn Nederlands veracht, miskent, bespuwt en vertrapt — zo’n boek zou op z’n minst zelf in onberispelijk Nederlands moeten zijn uitgegeven, waar of niet.

Maar de titel krijgt zijn adjectief niet eens correct verbogen. Wij hebben de hele zwik dan ook welgezind weer dichtgeslagen en zwierig de papierbak in gemikt. Van dergelijke schoolmeester hebben wij geen lessen te leren.

Verdere pogingen om welingelichte burgers te worden zijn voorlopig gestaakt;  wij lezen nu P.G. Wodehouse. Benieuwd wie op 14 oktober onze slecht geïnformeerde stem zal binnenhalen!

Volksvermaak & volksverheffing

Het is ons niet ontgaan dat de Belgische nationale voetbalploeg deelneemt aan een prestigieus toernooi te Rusland, en dat hierover te lande heel wat enthousiasme ontstaan is.

En omdat het ernstig mis kan lopen met een maatschappij wanneer haar intellectuele leiders zich te verheven voelen om plezier te beleven aan volks vermaak, bekeken wij gisteren de spannende voetbalwedstrijd België-Japan op het openbare net.

Zodoende leerden leerden wij hoe gelukkig sommigen zich mogen prijzen dat wij de personeelsdienst niet uitmaken op die Sporza-redactie, zeg.

Mijnheer Raes, met zijn opmerking over de Japanse voetballer genaamd Inui, die geen Eskimo is? Buiten, op staande voet. Vier analisten en een presentator in tijden van zwarte sneeuw? Mínstens twee daarvan buiten. En nog vóór de aftrap waren wij bijna op onze Villo naar Schaarbeek geracet om mijnheer Mulder met pek en veren de studio uit te sleuren.

Maar net toen viel er een opmerking over het ambigram en dus vergaven wij Mulder alles. Alles is vergeven, Jan! Want wie het vulgaire voetbalspel aangrijpt om het Vlaamse volk te verheffen, die verdient altijd een plaatsje op het openbare net.

Een ambigram is een woord dat je ondersteboven kan draaien en dat dan hetzelfde woord blijft. Het is niet eenvoudig om zo’n woorden te vinden of te maken. Je hebt letters nodig die ondersteboven ook een letter zijn. Zo blijven H, I, O, S en Z ondersteboven identiek. Als je met die letters dan een palindroom knutselt, heb je meteen ook een ambigram. Zelf komen wij niet verder dan SOS.

Sommige letters zijn omgekeerd andere letters: d en p, b en q, n en u, m en w. Dit biedt meer mogelijkheden. Neem bijvoorbeeld uw radioscherm vast, draai het 180° en lees de Japanse naam ‘inui’. Aha! Er staat opnieuw ‘inui’! Het is een ambigram!

Nu zijn er mensen, meestal typografen, die hierop zeggen: “Neen, dat klopt niet! De hoofdletter wordt vergeten. Een u is niet helemaal hetzelfde als een ondersteboven n! En de puntjes van de i staan dan aan de ónderkant!!”

Andere mensen, meestal typografen, zeggen: “Geweldig! Maar weet je wat: een a en een e, dat is ook bijna hetzelfde. En een f kan ik ook wel zo maken dat ze ondersteboven leesbaar is. En een g ook. Of een b en g! Of een h en een y! Of een h en een q!”

De eerste groep mensen heeft natuurlijk gelijk. Maar het is een stelletje zuurpruimen dat zich ver van het ambigram moet houden. De tweede groep mensen heeft ook gelijk en op een veel leukere manier. Dat is een beter soort gelijk.

Of ambigrammen werken, hangt in feite vooral af van je talent als kalligraaf, en slechts in mindere mate van je talent als opperlandicus. Meer nog: de strafste ambigrammatici weten van élk woord een ambigram te maken. Bijvoorbeeld van ambigram.

Image result for ambigram

Goed begonnen is half gewonnen

Wij lezen geen lifestylejournalistiek en dat komt zo: wij hebben een krachtig vermoeden dat onze levensstijl niet voldoet aan de vereisten om lifestylepagina’s te sieren, en dat nemen wij erg persoonlijk. Als wij er niet in mogen, interesseert die hele krant ons al niet meer!

Toch kwam het er dit weekend van, omdat wij heel erg geboeid waren door de beginzin van een artikel over make-up:

Je kunt natuurlijk gewoon slapen of lezen, maar voor steeds meer vrouwen is de treinrit naar het werk het perfecte moment om zichzelf op te maken.

“Om zichzelf op te maken”, schrijft Laure Vandendaele. En wij vragen ons onmiddellijk af: maakten die vrouwen vroeger dan iemand anders op? Zo ja, wie dan? Mannen wellicht, aan wie het de nodige handigheid ontbrak? Nee, wacht, daarover ging deze uitzending toch niet? (Inderdaad niet, red.) Momentje, we beginnen opnieuw!

“Het perfecte moment,” schrijft Laure Vandendaele. En wij vragen ons onmiddellijk af: is een treinrit een moment? Zo ja, hoe lang kan een moment dan duren? En heeft elk transportmiddel zijn eigen maximale momentduur? Nee, sorry, dit was het toch ook niet, denk ik. Momentje hoor, ik neem er mijn notities er even bij. (Concentratie!!, red.)

“Steeds meer vrouwen”, schrijft Laure Vandendaele. En wij vragen ons onmiddellijk af: bestaan daar dan cijfers van? Zo ja, welke? En hoe zou dat berekend worden? Ja, deze was het!

Luister: zou het niet fantastisch zijn (en ook heel akelig) als we cijfers hadden over de tijdverdrijven der pendelaars? Lezen, smartphonespelletjes spelen, voor zich uit staren, of ja, schmink aanbrengen. Dat valt in statistieken te gieten!

Wij proberen ’s ochtends soms de percentages te berekenen voor ons metrostel, maar dat is niet zo evident omdat het wiskundige deel van ons brein zo vroeg op de dag nog niet warmgedraaid is, en ook omdat er de hele tijd maar mensen in- en uitstappen, wat voortdurende herberekeningen vereist.

Dus hoe handig zou het zijn als een officiële instantie hiervoor officiële cijfers bijhield! Gespannen lazen wij dus verder. Na dik twee paragrafen werden wij echter danig teleurgesteld:

Er zijn geen cijfers over het aantal Belgische vrouwen dat met een make-uptasje op de trein stapt […].

Nu betekent dit strikt genomen helemaal niets voor de gegevens van die zinnenprikkelende openingszin. Want:

  • Vrouwen moeten hun make-up niet noodzakelijk in een make-uptasje meenemen.
  • Vrouwen moeten niet noodzakelijk make-up meenemen, als er make-up aan boord van de trein beschikbaar is.
  • Vrouwen die met een make-uptasje op de trein stappen, gebruiken die make-up niet noodzakelijk op de trein.
  • Vrouwen die op de trein hun make-up aanbrengen, zijn niet noodzakelijk Belgisch.

Maar wie houden we hiermee voor de gek, behalve de sukkels van Plasky Statistics?  Na dik twee paragrafen is al lang duidelijk uit welke hoek de wind waait: de boude beginstelling zal niet onderbouwd worden! Het is niet meer dan een flauw verzinsel!

Nu lezen wij verder nog wel dat de cosmetica-industrie steeds meer producten verkoopt die je op de trein zou kunnen gebruiken. Maar we lezen ook over een vrouw die lippenstift gebruikt om haar oogleden te maquilleren, dus aan de verkoopcijfers van bepaalde opsmukproducten zouden wij geen te harde conclusies verbinden.

Neen, Laure, dat was een bittere teleurstelling. Maar weten wij ons getroost: het betreft hier lifestylejournalistiek en dat lezen wij dus niet.

LINKS:

Elke vrouw is vooral haar man

Op een erg leuk feestje zijn wij Sien Volders eens tegen het lijf gelopen. Volders bleek intelligent, interessant en welbespraakt, dus het gevolg kan u raden: wij waren geïntimideerd, dronken teveel in een ijdele poging dat te camoufleren, en schoffeerden haar vervolgens tijdens een discussie over een onderwerp dat we ons de dag nadien niet konden herinneren.

Wij willen dat proberen goedmaken door haar debuutroman Noord te lezen. En omdat een goede voorbereiding het halve werk is, besloten wij het interview met Volders in Humo te lezen. Ja, in Humo, zo gegêneerd voelen wij ons.

In dit interview leerden wij dat Sien Volders de echtgenote is van Lieven Scheire. Een fait divers voor de literatuurliefhebber die meer over Noord wil weten, maar niet  voor Katrien Depecker, die het interview afnam. Haar artikel beslaat vijf pagina’s, waarvan er ruwweg één over Volders’ levensfilosofie gaat, één over haar roman, en drie over haar echtgenoot.

Welke vragen stelt Depecker bijvoorbeeld aan de intelligente, interessante en welbespraakte Volders? Een geparafraseerde bloemlezing:

  • Wat is je favoriete programma waaraan Lieven heeft meegewerkt?
  • Vind jij Lieven een nerd?
  • Wat vind je van Lieven als ‘uitlegvader’?
  • Zijn er dingen die je Lieven beter niet vraagt?
  • Klopt het dat Lieven bijgelovig is?
  • Wat bewonder je in Lieven?

(Nu hebben wij niets tegen Lieven Scheire. Integendeel. Ook hem zijn wij eens tegen het lijf gelopen op een erg leuk feestje. Tot beledigingen is het niet gekomen, hoewel wij ook toen tamelijk dronken waren. Maar als wij meer over Scheire willen weten, dan lezen wij een interview met hém.)

Op het einde van het artikel staat, zoals dat hoort, een vermelding van titel en uitgever van het nauwelijks besproken boek. Maar niet vóór de vermelding van het nieuwste tv-programma Volders’ man, natuurlijk.

LINKS:

De prijs van anonimiteit

Nooit gedacht dat het zo ver zou komen, maar wij missen Bart Sturtewagen als editorialist van De Standaard. Echt waar. Ja, zijn opiniestukken zijn vaak lamlendig, ’t is waar, maar ze zijn toch niet zó gebrekkig als die van Karel Verhoeven.

Vandaag vindt Verhoeven het een goed idee dat het parket de affaire-De Pauw naar zich toetrekt. Prima, prima, dat mag hij vinden. Maar wij vinden dat Verhoeven beter wat dieper zou nadenken over zijn standpunten. Hij schrijft:

Lees meer »