De blijde intrede van Marijke
LOG 20130522 04:34
Er is geen redactievergadering. Alleen Auguste en Emile bevinden zich in het redactielokaal. Ze zitten aan de vergadertafel, hoewel ‘zitten’ misschien een beetje een overdreven term is voor Emiles toestand. Hij leunt zwaar op de tafel met zijn beide ellebogen, met zijn hoofd in zijn handen, en hij staart naar het tafelblad. Deze houding drukt zowel dronkenschap als wanhoop uit en de waarheid is dat beide Emile midscheeps getroffen hebben. Blinkt daar een dronkenmanstraan in zijn linkeroog? Het zou kunnen, maar de resolutie van deze webcamera is te laag om het met zekerheid te kunnen zeggen.
Auguste ziet er heel wat schappelijker uit, hoewel kenners zouden opmerken dat zijn oren verdacht rood aangelopen zijn. In elk geval lijkt hij nog zelfstandig te kunnen zitten en het is ook zeker dat in zijn ogen geen tranen blinken.
Rond beide broers bevinden zich meerdere lege flessen Grimbergs bier en ook twee grote glazen. Hieruit kan men al dan niet conclusies trekken.
Emile: “Kaat had gelijk, Auguste. Ze had gelijk! Ik was te mild voor Timmerman, veel te mild. Hoe kan dat nu? Ik ben toch een Plasky!”
Auguste: “Natuurlijk zijt gij een Plasky, Mieleken. Ge moet u dat zo niet aantrekken. Kaat is maar een luisteraar, hoor.”
Emile: “Ik trek het mij tóch aan. Wacht maar tot Timmerman nog eens iets schrijft. Dan zal ik mijn fout rechtzetten!”
Auguste: “Ge zijt te emotioneel, Miel. Wij breken mensen af omdat ze dat verdíenen, niet om ons gekwetste ego te genezen. Weet ge wat gij zijt? Veel te emotioneel, dát zijt gij.”
Emile: “Ja, maar gij giet mij al een hele avond vol bier! Natuurlijk ben ik emotioneel!”
Auguste: “‘t Is al goed, ‘t is al goed. Wacht, ik doe nog een fles open.”
Op fiets rijmt vanalles
Naar aanleiding van het verdienstelijke nummer Facebookmoeders wees Dieter van Stanza erop dat je ‘moeder’ nooit kan laten rijmen op ‘loeder’ wanneer je een liedje schrijft. Dat is de schuld van Gorki. Sinds Soms vraagt een mens zich af ‘moeder’ en ‘loeder’ aan mekaar paarde, is dat rijmkoppel besmet.
Wij hadden ons daar in onze vrijetijdspoëzie nooit echt aan gestoord, misschien omdat we nog nooit op ‘moeder’ hebben moeten rijmen, maar sinds die opmerking van Stanza kunnen wij het óók niet meer. Vervelende Stanza. Vervelende Gorki.
Eén nummer kan een rijmkoppel dus voorgoed taboe maken, zo blijkt. Maar veel vaker is het juist de eindeloze herhaling van een rijmkoppel dat het voor ons verboden terrein maakt. U denkt spontaan aan ellendige klassiekers als ‘jou’ en ‘hou’ of ‘jou’ en ‘trouw’. Maar wij gaan pas helemaal over onze nek wanneer iemand ‘fiets’ laat rijmen op ‘niets’. Of omgekeerd.
