De Kaatprijs 2013 (bijna)

Het is vandaag één jaar geleden dat onze prachtige luisteraar Kaat van ons is heengegaan. We kunnen daarom treuren, maar wat schiet zij daarmee op? En wij? Ook niet veel.

Daarom is het een veel beter idee om opnieuw een Kaatwedstrijd uit te schrijven. Zij heeft ook daar niet gek veel aan, maar wij kunnen dan toch nog eens lachen.

Vorig jaar was het in elk geval een fantastisch schouwspel, met enkele sterke inzendingen van enkele sterke kandidaten. Maar vooral met een nasleep van bitsige conflicten, beschuldigingen van nepotisme, en afkoopsommen.

Benieuwd of we dat niveau dit jaar evenaren! Binnenkort op uw favoriete zender: de Kaatwedstrijd 2013!

(Zodra het wat minder druk is op kantoor.)

LINKS:

Advertenties

Juryverslag: Poëzie Prijs voor Pastiches op Parodieën

1. VOORAF

De opdracht voor de prijs luidde als volgt: schrijf een finalestrofe op het in memoriam dat Emile Plasky voor Kaat schreef.

Dit gedicht was, natuurlijk, een pastische op Aan J.J.L. ten Kate, een briljant spotvers van de hand van Cornelis Paradijs (ps. Frederik van Eeden). De jury keek naar metrum, rijm, zinsbouw en inhoud en volgde verder haar hoogst subjectieve voorkeuren waarover zij geen enkele verantwoording aflegt.

De originele finalestrofe van Paradijs zag er zo uit:

Zing op! Zing op! ten Kate!
(Gij kunt het toch niet laten)
Laaf onze ziel aan Harmonie,
Al wat gij zingt is Poëzie!
Zing dartel, speelsch of vroom van zinnen
Op kerken, vorsten of vorstinnen,
Wij minnen alles wat gij doet:
Want wat ten Kate schrijft is goed!
Zing, J.J.L. ten Kate,
Ten aller vromen bate!

Dat zijn dus tien regels, in het rijmschema aa-bb-cc-dd-ee. De eerste twee regels hebben negen lettergrepen, de volgende twee acht, dan zeven, dan weer acht en de laatste twee opnieuw negen. De klemtonen vallen in alle verzen op de even lettergrepen, wat maakt dat de a-, c- en e-regels vrouwelijk rijm hebben en de b- en d-regels mannelijk rijm.

Het rijmschema en het metrum overnemen waren de technische minimumvereisten. Verder moest ook de inhoud en toon overgenomen worden: een archaïsch Nederlands met zwaarbeladen metaforen en opgeblazen zinsconstructies.

Of de strofe van Paradijs perfect is of niet doet er verder niet toe: ze is het model waarop de deelnemers zich moesten richten. Gaan wij dan nu over tot de evaluatie van inzendingen.

Lees meer »

Donders, een dubbele amfibrachys!

LOG 20120817 18:34

In het redactielokaal ligt Emile lui met zijn voeten op de redactietafel en leest een bundel amusante verhalen, waarvan de literaire meerwaarde helaas niet buiten kijf staat. Hierbij drinkt hij een fris glaasje Normandische appelcider, ideale dorstlesser bij dit prachtige weer. Maar hoe wreed wordt dit vredig tafereel verstoord door Auguste, die heftig zwetend in zijn driedelig pak van kwaliteitszomerlinnen de redactie komt binnendonderen.

Auguste: “Emile, ik heb klachten. Klachten heb ik! Klachten, klachten, klachten!”
Emile: “Hoe…”
Auguste: “Maar geeft mij eerst een glas cider! Snel! Van de Frank moeten we veel drinken met dit weer, een advies dat ik ter harte wens te nemen!”

Emile schenkt Auguste een groot glas cider uit, en ontkurkt alvast de volgende fles. Met twee enorme slokken ledigt de hoofdredacteur zijn glas. Met zijn mouw veegt hij enkele druppeltjes van zijn snor. Met een klap zet hij het lege glas weer neer. Met veel plezier schenkt Emile de glazen nog eens vol.

Auguste: “Goed, over naar de orde van de dag: dat ik klachten heb! Over u!”
Emile: “Maar allez. Wie klaagt er nu over mij?”
Auguste: “Ik! Uw hoofdredacteur! Emile, uw laatste uitzending was totaal onverteerbaar. Duurde uren, was veel te technisch, en behandelde een onderwerp dat geen hond interesseerde. Het was verschrikkelijk, het was rampzalig, het was catastrofaal!”
Emile: “Maar een luisteraar…”
Auguste: “En dan liet ge een luisteraar inbellen en hebt ge er nóg eens uren over doorgeboomd! Zomaar, live in de ether! Emile, wat zijn dat voor manieren?”
Emile: “Jamaar, dit kadert in een nieuwe strategie! Luister: iederéén klaagt graag over de gazetten. Dus luisteren de mensen als wij dat ook doen. Maar wie klaagt er nu graag over versvoeten? Niemand, enfin, op één luisteraar na dan. Dus door dit radiostation te heroriënteren van mediakritiek naar versvoetenkritiek, kan ik ons luistercijfer spectaculair terugdringen!”
Auguste: “Dat is het stomste plan dat ik ooit heb gehoord, Emile.”
Emile: “Oh. Waarom?”
Auguste: “Omdat één luisteraar er nog altijd één te veel is. Ik wil géén luisteraars, want luisteraars zijn onderontwikkelde idioten die het niet verdienen door een Plasky toegesproken te worden!”
Emile: “Overdrijft ge nu niet een beetje, Auguste? Ik vind dat iedereen het verdient om door mij toegesproken te worden. Trouwens, ik denk dat ge sommige luisteraars onderschat!”
Auguste: “O ja?”
Emile: “Herinnert ge u onze Poëzie Prijs voor Pastiches op Parodieën nog?”

Lees meer »

Aan Kaat

Zou het werkelijk waar zijn, wat luisteraar Bart weinig elegant suggereerde? Zou Kaat, onze favoriete eindredactrice, ontslapen zijn? Inderdaad zijn enkele groteske fouten in de laatste uitzendingen niet onbarmhartig gecorrigeerd. Onze hoofdredacteur is er niet gerust in.

Indien Kaat werkelijk niet meer onder ons toeft, willen wij haar graag een laatste eer bewijzen. Indien zij slechts besloten heeft onze zender links te laten liggen, willen wij haar graag terughalen met een ode. Hier volgt dus een in memoriam/lofdicht voor Kaat.

Lees meer »