Nog 365 dagen Ivan De Vadder

Ivan De Vadder spreekt ons toe:

Als de regering bovendien het vele werk dat ze nog heeft met dezelfde twijfels en traagheid zal aanpakken, dreigt de verkiezingscampagne het regeringswerk in te halen. Om eerlijk te zijn, ik heb nu al geregeld de indruk dat dit aan het gebeuren is.

Wij ook, Ivan. Wij ook. Om eerlijk te zijn, wij hebben nu al geregeld de indruk dat jij niets liever wilt.

ivan de vadder voorspelt

Advertenties

Media-experts om bij te huilen

Kent u Doorbraak? Dat rechts-populairderig blaadje, waar onder meer de vermoeiende Frank Thevissen onderdak heeft? Ja, natuurlijk kent u dat. En nee, natuurlijk leest u dat niet. Ik zou willen zeggen: houden zo, want het is de moeite van het lezen niet waard. Maar ik zou u daarmee ook een grote dosis amusement onthouden.

Want Doorbraak meent ook een rol te moeten vervullen op het vlak van mediakritiek. En dat is toch vaak lachen geblazen. Neem nu het artikel van ene Daniël Walraeve, ons verder niet bekend, dat Mediawetten om bij te huilen heet. Dat gaat over het volgende: Het Laatste Nieuws heeft een schandaal in rusthuizen aan het licht gebracht en geen enkel ander medium heeft dat opgepikt.

Hoe kan dat? Een enorm mysterie, maar we moeten u helaas een spannende zomerbestseller ontzeggen, want “Daniël Walraeve vond een antwoord op Twitter.”

Twitter, bron van kennis en wijsheid

Op Twitter was namelijk een aantal mensen, die al een jaartje of wat geen enkel interessant of origineel idee meer hebben geopperd, in gesprek verzeild geraakt. We hebben het hier over gebruikelijke verdachten zoals Carl Devos, Dave Sinardet en Peter De Roover (mijn god, wat moet je met die man?), en verder de grote Ivan De Vadder en de nog grotere Siegfried Bracke. Daar kón niet anders dan vuurwerk van komen, en ja hoor.

Ook van de partij was namelijk Joël De Ceulaer. Hij wist de verenigde intelligentsia compleet te verrassen met de onthutsende mededeling dat, nee maar, de Vlaamse media liefst niet reageren op andere Vlaamse media als niet óf televisie óf politiek het verhaal heeft opgepikt.

Hé hé. Nou nou. Tsjonge tsjonge. Wat een inzicht, zeg. Maar toen begon het vuurwerk pas echt.

Lees meer »

Toch geen cijferwonder?

Ivan De Vadder is geheid geen sportman, dus we kunnen hem moeilijk kwalijk nemen dat hij op televisie voortdurend naar adem snakt.

Hij is daarentegen wel germanist, of dat heeft men mij toch altijd willen doen geloven. Ook al moest hij bij een logopedist uitspraaklessen volgen om te kunnen slagen voor het journalistenexamen van de openbare omroep, hij heeft toch mooi een diploma Germaanse filologie op zak. Maar waarom wilt hij vandaag dan de regering ‘nieuw leven inroepen’? Of nog: wat is de zin van volgend dialoogje, met een aandoenlijk hakkelende De Vadder?

Lees meer »

Herrecyclage

Alles Kan Beter kent u nog wel: in het programma recycleerden Mark Uytterhoeven en trawanten televisiebeelden om er zelf een betere en meestal komische variant van te maken.

Terzake kent u ook: daarin trachten ernstige journalisten en Emmanuel Rottey ernstige zaken te belichten door ernstige politici en opinemakers te interviewen. Het is het soort programma dat voorheen een wekelijkse aflevering van Alles Kan Beter mogelijk maakte.

De laatste Terzake heeft me echter danig in de war gebracht.

Lees meer »

De Vadder Ifanclub

Ivan De Vadder houdt van de media, vooral van televisie. Hij houdt ook erg veel van zichzelf, vooral op televisie. Ik heb hem wel ’s horen zeggen, weliswaar niet op televisie, dat hij de beeldbuis als medium heeft gekozen “uit ijdelheid, ik zal daar eerlijk in zijn.” Die eerlijkheid siert hem, maar hij zou er best wat vaker mee in het daglicht mogen treden. Vooral als het over televisie gaat.

Lees meer »

Vernieuwen is niet hetzelfde als verbeteren

“Wie anders kent Kris Hoflack?” Met die retorische vraag onderschreef An Olaerts de stelling dat wij gebroeders Plasky ‘mensen uit de media’ zijn. Een argument als een huis, inderdaad, maar in Knack staat deze week een interview met de man (hier publiek maar ingekort). Jammer voor onze reputatie, maar nog meer voor die van de VRT.

Jan Jagers stelt scherpe, soms zelfs agressieve vragen en Hoflack bijt van zich af. Het resultaat is een pittig interview, maar Hoflack komt er niet uit als een sterke leider met sterke ideeën. Integendeel. Hij pareert de kritiek slechts ad hoc en geeft geen blijk van een achterliggende en coherente visie op de nieuwsdienst.

Kritiek van Walter Zinzen weerlegt hij niet inhoudelijk, hoewel dat perfect mogelijk is, maar met een persoonlijke aanval op Zinzen. Op kritiek van Leo De Bock weigert hij in te gaan, hoewel je kan veronderstellen dat ook daar een redelijk antwoord op te bedenken is. Waarom legt Hoflack niet uit hoe de VRT-nieuwsdienst werkt en waarom dat zo is?

Van kritiek op Ivan De Vadder en Siegfried Bracke snapt Hoflack dan weer niet dat het eigenlijk geen kritiek is op die journalisten, maar op de manier van werken van de VRT-nieuwsdienst, waarvan die journalisten slechts voorbeelden zijn. Hij weert die kritiek dan ook af met persoonlijke argumenten pro de journalisten, niet met een verdediging van de werkwijze van de VRT. Hij zegt niet “We doen dat zo, omdat we dat belangrijk vinden.” Hij zegt “Ze doen dat zo, maar dat is niet zo erg”.

Op dezelfde manier beantwoordt Hoflack de vraag of die vernieuwing van de nieuwsdienst echt nodig was. Hij motiveert haar niet vanuit haar intrinsieke kwaliteiten (waarvan we toch mogen hopen dat die er zijn), maar met het externe argument dat je moet blijven vernieuwen. Dat kan wel zijn, maar de meerwaarde van een vernieuwing die niet in de eerste plaats uitgaat van een idee in welke richting de nieuwsdienst moet evolueren, is nihil.

Ik lees deze week van zowel Koen Meulenaere als Peter Terrin kritiek op het VRT-nieuwsdienst. Meulenare brengt een pijnlijke parodie op de kinderachtigheid van het journaal, Terrin veegt de vloer aan met het jaaroverzicht. Dat de nieuwsdienst aan vernieuwing toe is, daarover is iedereen het dus wel eens. De vraag is alleen of de op handen zijnde vernieuwing aan de verzuchtingen van het publiek tegemoet zal komen. Als je mag afgaan op wat de VRT zelf bracht over die vernieuwingen alvast niet. En het interview met Hoflack heeft mij absoluut niet kunnen overtuigen van het tegendeel.

Tot slot: Kris Hoflack vindt dat ze zich op de VRT teveel aan hun nochtans goede regels houden. Dat is op zich al een vreemde stelling, maar hoe kan hij dat eigenlijk weten als hij de deontologische code van zijn eigen dienst niet eens kent?