Delvaux: schilder, handtassenmaker en helaas ook journalist

De N-VA. Iedereen spreekt en schrijft er nu al maanden over alsof zijn leven er van af hangt. Populisten die we zijn: we kunnen moeilijk achterblijven. Eerlijk is eerlijk, Radio Plasky heeft het nooit hoog op gehad met het Vlaams-Nationalisme. Enfin, vanuit politiek oogpunt een plezierige en geanimeerde stroming — tussen 1900 en 1950 een heuse wildwaterbaan — maar zo onbetrouwbaar, mijnheer.

Lees meer »

Louter toevallig

Was het inlevingsvermogen van Bart De Wever zo ontwikkeld geweest als zijn zin voor overdrijving, hij zou de geschiedenis zijn ingegaan als een groot schrijver en misschien zelfs als een verdienstelijke Vlaming. Waarschijnlijk had hij in dat geval zijn nagelnieuwe ex ook niet met Chamberlain vergeleken, laat staan de Franstalige Belgen met nazi-Duitsland.

Of heb ik iets over het hoofd gezien?

Lees meer »

Wat valt er eigenlijk te lachen?

Gelachen, met Bart De Wever zijn opinie over Sarah Palin in De Morgen. Een kleuterig stukje revanchisme op ‘links’ was het, en niet eens goed geschreven. Iets moet De Wever hoog hebben gezeten en als een klein kind greep hij eens kans om eens flink het rond te proberen schoppen. Haha, een opiniestuk in De Morgen, dacht Bart, dat zal ze leren! Go get them, Sarah Baracuda!

Hoogst vermakelijk, vond ik dat. Mijn broer wees mij er op dat zoiets helemaal niet grappig is als het komt van iemand die doorgaat voor een toppoliticus en een intellectueel.

Ook gelachen met het stuk van Frank Albers in Knack. Ook een beetje kinderachtig natuurlijk, maar wél goed geschreven. Mijn broer wees mij er op dat ook dit niet grappig was, omdat Albers de vinger pijnlijk op de wonde legt.

Mediastrijd laait op

Althans in krantenland is er nooit een Pax Mediorum* geweest. Ook vandaag weer vechten dagbladen een helse strijd uit om de strafste, grootste, sterkste titel. Het komt er steeds op aan een stapje verder te kunnen gaan dan je opponent. In het epische gevecht tussen De Standaard en De Morgen, haalt die laatst vandaag de buit binnen.

De Standaard kopt:

Maar De Morgen weet dat moeiteloos te overtreffen:

Waar zal dit eindigen!?

* Radio Plasky heeft besloten de belachelijke want grammaticaal beledigende term ‘Pax Media’ uit haar berichtgeving te bannen.

De Wever brult, maar hij zegt niets

Bart De Wever heeft voor de politiek gekozen om zijn carrière in uit te bouwen, niet voor de wetenschap. Dat is uiteraard zijn goed recht, alleen heeft het tot gevolg dat zijn veel gelezen en vaak ten onrechte geprezen columns vaker wel dan niet van een intellectuele oneerlijkheid of krom denkwerk getuigen. Overigens gaan ze meestal dan nog over de intellectuele oneerlijkheid of het kromme denkwerk van een of andere Paul Goossens , Tom Lanoye of Jos Geysels, maar tot daar aan toe. De Wever schuwt de discussie tenminste niet. En wij nemen die gelegenheid uiteraard te baat.

Vandaag maakt hij het weer behoorlijk bont. De N-VA’er (overigens de enige N-VA’er van enig belang) vergelijkt het Ierse ‘no’ tegen het Verdrag van Lissabon met het Franstalige ‘non’ tegen een Belgische staatshervorming. Dat levert hooguit prettige politieke fictie op voor bij de ontbijtgranen, met de realiteit heeft het slechts heel in de verte te maken. De man die ‘politiek correct links’ er zo graag — en vaak terecht — op wijst dat ze de zaken niet uit hun context mogen halen, lijdt zelf aan hysterische vergelijkingszucht.

De kern van het onrecht dat De Wever ontwaart:

Met de Ieren vormen wij geen democratie, maar we zouden ze moeten buiten zetten als ze een verdrag met ons weigeren. Met de Franstaligen vormen we (zogezegd) wel een democratie, maar zij hebben daarin het vanzelfsprekende recht om de meerderheid te blokkeren.

De Ieren tegenover de rest van Europa zijn volgens de voorzitter zoals de Franstaligen tegenover de rest van België: een minderheid. Bovendien hebben de Ieren op zich meer rechten dan de Franstaligen aangezien ze over een hogere mate van soevereiniteit beschikken. Het gaat echter helemaal niet om dezelfde verhoudingen: zowel het grootteverschil als het type relatie verschillen grondig. Vier miljoen tegenover bijna vijfhonderd miljoen is niet hetzelfde als vier miljoen tegenover zes miljoen. Of: één natie op de zevenenwintig is geenszins hetzelfde als één bevolkingsgroep (of zeg maar twee gemeenschappen en zelfs gewesten, ik denk niet dat De Wever veel Brusselaars tot zijn kamp rekent) tegenover een andere (één gemeenschap/gewest).

De tweede geciteerde zin leert ons niets nieuws: De Wever vindt dat de Vlamingen (of in het geval van daadwerkelijk separatisme: negen procent van de Vlamingen) zonder pardon een wijziging van de essentie van de staat moeten kunnen opleggen aan de Franstaligen. Dat het niet alleen beleefd maar ook niet meer dan logisch is dat zoiets in overleg dient te gebeuren, waarbij men niet enkel over de eigen eisen wilt spreken (iets wat tot nader order aan beide kanten van de taalgrens een probleem lijkt), ziet hij niet in. Dat we een democratie zijn, betekent niet dat we probleemloos ‘onze wil’ kunnen opleggen, wat die ook mag wezen. Bart De Wever ziet daar natuurlijk wel heil in, getuige zijn aversie jegens de grendelgrondwet (cfr. infra). Benieuwd wat zijn mening zou zijn als de Franstaligen toevallig met een miljoen meer waren dan de Vlamingen.

Ook de hervorming waarvan sprake is totaal anders, om niet te zeggen volstrekt het tegenovergestelde. De Wever en andere Vlamingen willen federale bevoegdheden naar lagere niveaus overhevelen, in Europa gaat het net om een optimalisering van het hoogste bestuursniveau, al gaat het naast een duidelijkere omschrijving van bevoegdheden vooral over de manier waarop de unie functioneert, over institutionele aanpassingen. Bovendien lijkt me de crisis in de EU groter en vooral van een andere aard te zijn dan die in België. Europa is zodanig uitgebreid dat de oorspronkelijke spelregels niet meer werkbaar blijken en dus wil men die aanpassen. In België, dat meer en meer beleidsruimte net naar hogere niveaus zoals de Europese Unie ziet verdwijnen, merkt men enkele problemen (die ik niet wil minimaliseren maar die het land ook niet lam leggen), en blokkeert dan het bestuur van het land precies door te roepen dat ze niet meer kunnen besturen. Je hoort mij niet zeggen dat een staatshervorming overbodig is, maar omzeggens niets doen tot er een komt en op die perverse manier je gelijk krijgen, is alleszins waanzin.

Het ‘non’-kamp heeft zich van de meest populistische en leugenachtige standpunten bediend om zijn gelijk te halen.

Dit is grof: iemand die, net als Guy Tegenbos in De Standaard, alle problemen van het land afschuift op de Franstaligen en bij wijze van stunt een vrachtwagen geld naar het zuiden rijdt, moet anderen geen populisme verwijten, laat staan leugenachtige standpunten.

Maar zelfs als de staatshervorming gereanimeerd wordt, is er niets veranderd aan de democratische absurditeit van de Belgische unie, het feit namelijk dat een minderheid de meerderheid kan gijzelen. Aan de grendelgrondwet wordt immers in de voorstellen tot hervorming niet eens geraakt. Met democratie heeft dat niets meer te maken, wel met achterhaalde prerogatieven van regio’s en zelfdestructie. Het is tijd dat men inziet dat ook een brullende muis een ridicuul, klein beestje blijft.

Deze vergelijking is helemaal bij de haren getrokken: de hervormingen zoals ze worden vastgelegd in het Verdrag van Lissabon behelzen onder andere dat het unanimiteitsbeginsel wordt aangepast. Met andere woorden: de huidige toestand waarin “een minderheid de meerderheid kan gijzelen” zal op heel wat beleidsdomeinen niet meer zo makkelijk voorkomen. Straf ook hoe De Wever democratische principes omdraait in zijn pleidooi vóór democratie: hij, en niet een bepaalde meerderheid van het volk, zegt onomwonden: “Met democratie heeft dat niets meer te maken, wel met achterhaalde prerogatieven van regio’s en zelfdestructie.” Wie zichzelf als een andere democratie beschouwt dan de Franstalige bevolking, kan toch op z’n minst de democratische zeggingskracht van die andere democratie erkennen. Niet dus, De Wever zal wel zeggen wat democratisch is en wat niet.

Bijna de helft van de bevolking van een land reduceren tot “een ridicuul, klein beestje” is tot slot helemaal te gek. Bart De Wever beseft waarschijnlijk niet welk gezicht menige Belg voor zich ziet als hij de woorden ‘brullende muis’ leest.

De gebroeders Dalton

De gebroeders Dalton zijn met vier en heten Joe, Jack, William en Averell. Of ze heten Bob, Bill, Grat en Emmet, maar dan nog zijn ze met vier. In elk geval, beste Bettina Geysen, heten ze niet Dewinter, De Wever en Dedecker. Niet dat die geen bandietachtige trekjes zouden hebben, de één zelfs meer dan de ander, maar ze zijn maar met drie. Dan geraken we maar tot William (of Grat).

Als vierde Vlaams-nationalistische Dalton met een iets sulliger imago, om Averell te spelen, raad ik u Bert Anciaux aan. En anders een andere tekstschrijver.