Wij zijn wat wij voorwenden dat wij zijn

Er lijkt flink wat empathie te bestaan voor de controversiële uitspraken die Bart De Wever liet optekenen over vluchtelingen en hun crisis.

In De Standaard sprak Kathleen Van Brempt (SP.A):

Ik begrijp waarom hij als partijvoorzitter soms vervalt in extreemrechtse standpunten.

Van Ivo Belet (CD&V) lazen wij dan weer in De Morgen:

“Ik zie weinig verschil tussen de tactiek van Orban en die van De Wever”, zegt Europarlementslid Ivo Belet. “Ze proberen allebei hard hun extreemrechtse kiezers te vriend te houden.”

Wij noteren: niet-extreemrechtse politici vinden het normaal dat je als politicus extreemrechtse standpunten verkondigt om je extreemrechtse kiezers te paaien. Wij adviseren: let daar geweldig goed mee op.

In de inleiding van zijn hilarische en dieptrieste roman Mother Night schrijft Kurt Vonnegut, die ik niet genoeg kan aanprijzen:

We are what we pretend to be, so we must be careful about what we pretend to be.

Begrijpt u niet wat daarmee wordt bedoeld? Bent u het er niet mee eens? Lees Mother Night.

LINKS:

Weinig performante opiniestukken

Tessa Vermeiren deed gisteren iets wat wij lang voor onmogelijk hebben gehouden: zij publiceerde een leesbaar stuk. Ik zal niet beweren dat het een goed stuk was, maar het was leesbaar en dat is voor Tessa Vermeiren al wonderbaarlijk genoeg. Jammer dat ze het nooit heeft gekund toen ze nog hoofdredacteur van Weekend Knack was.

Het interessantste aan haar opiniestuk, dat vreemd genoeg zowel in De Standaard als in De Morgen verscheen, is deze zin:

Aan de ene kant een krantencolumn schrijven waarin het wemelt van wijsheden en van filosofen en dan in een interview, in dezelfde krant, zeggen dat je niet veel kunt met filosofen ‘omdat je daar te dom voor bent’, is volksverlakkerij.

Vermeiren vindt niet dat je niet volks en intellectueel tegelijk kan zijn, maar wel dat Bart De Wever eerlijk moet zijn: is hij intellectueel of niet? Vermeiren zelf vindt duidelijk van wel.

Het is een hardnekkig misverstand. Bart De Wever speelt graag de gewone jongen bij de gewone kiezer en graag de intellectuele jongen bij de kiezer die zichzelf intellectueel vindt. Vermeiren ontmaskert hem hier als een nepgewonejongen. Dat hij al te zelden als nepintellectueel ontmaskerd wordt, komt omdat al te veel van onze journalisten zelf nepintellectuelen zijn.

Lees meer »

De domheid van enkelingen

Een beroemd boek gelezen hebben dat anderen niet lazen, dat staat lekker intellectueel. Als de ander de fout maakt om de autoriteit van het werk te erkennen, heb je bovendien een gezagsargument waar mokerslagen mee uitgedeeld kunnen worden. Een fijne retorische truuk waar ook het imago beter van wordt – wie zou hem niet toepassen?

Helaas blijkt dat de mensen die zich graag van deze techniek bedienen het beroemde boek meestal schandalig misinterpreteren, al dan niet moedwillig. Een goed voorbeeld is de Vlaamse huis-, tuin- en achterkeukenfilosoof Johan Sanctorum, die in zijn hoogdravende essaytjes graag bewijst dat hij van Darwins concept the survival of the fittest geen bal begrepen heeft. Maar wie leest nu ook Johan Sanctorum, nietwaar.

Nemen wij daarom een ander voorbeeld: the wisdom of the crowds. Lees meer »

Moord en brand, vuur en vlam

Beknopt historisch overzicht:

  • 11 september 2007
    Radio Plasky begint haar diepgravende uitzendingen met hyperintelligente en vlijmscherpe mediakritiek.
    Geen hond reageert (behalve op onze tallpze tu^fpten).
  • 7 februari 2008
    • Nick Davies’ Flat Earth News verschijnt.
    In Vlaanderen maken twee verdwaalde bloggers maken melding van het boek, geen enkele journalist leest het.
  • 6 maart 2008
    • Mediakritiek.be publiceert het eerste artikel op de blog die, de naam suggereert het reeds, mediakritisch is.
    Geen kat reageert.
  • 28 december 2009
    • Geert Buelens publiceert zijn kerstessay over de crisis in de media.
    Hier en daar laat een aspirant-intellectueel zich ontvallen dat hij het graag gelezen heeft. Verder reageert er nog geen wandelende tak.
  • 31 mei 2010
    • De Standaard benoemt een ombudsman.
    Hiermee is voor de volledige Vlaamse pers het thema mediakritiek van de baan.
  • 24 april 2012
    • Bart De Wever maakt een tamlijk vijandige ‘analyse’ van de media tijdens een lezing in de Tweede Kamer in Nederland.
    Geen haan die ernaar kraait.
  • 25 april 2012
    • De Morgen publiceert de tekst van De Wevers lezing.
    Geen haan die er naar kraait.
  • 3 mei 2012
    Apache publiceert een interview met De Wever, waarin die zijn standpunten herhaalt en wat extra beledigingen uit zijn mouw schudt.
    Iedereen schreeuwt moord en brand, de hele Vlaamse pers staat in lichterlaaie, de site van Apache gaat eventjes plat door de massale belangstelling.
  • 4 mei 2012
    • De hetze woedt in volle hevigheid door.
    Gisteren heeft immers niet elke journalist, redacteur, mediabons, politicus, communicatiespecialist, twitteraar, politoloog, opiniemaker, columnist en social media expert zijn irrelevante bedenkingen wereldkundig kunnen maken.
  • 7 mei 2012
    • Alles gaat weer zijn gewone slakkengangetje.
    Oef, dat hebben we ook weer gehad.

#kijkmijtocheens!

Twitter is het medium bij uitstek voor al te bijdetijdse leeghoofden die graag luidkeels melden hoe zij niets interessants te melden hebben.

Het is ook de bron bij uitstek voor journalisten die niet weten wat nu weer geschreven, want al wat in Vlaanden getwitterd wordt, is nieuws.

Heren van enige stand houden zich dus erg ver van Twitter zelf en, voor zover dat tenminste mogelijk is, ook van berichtgeving over Twitter.

Als heren van stand schelden wij dan ook op graag Twitter, en hierin blijken wij helemaal niet alleen te staan: andere heren vallen ons bij.

Toch is er een verschil tussen ons, echte heren, en de anderen, die slechts parvenu’s zijn: wij weten zeer goed wat Twitter is, en zij niet.

Zo verblijdt Bart De Wever, een man van wie iedereen, en hij zelf nog het meest, beweert dat hij een intellectueel is, ons in De Morgen met:

[Politici] leven in de waan van de minuut en moeten hun programma zowel uitleggen in een soundbite van 20 seconden als in een twitterbericht van 142 lettertekens.

Gui Polspoel, die ook nog altijd ergens rondzwerft, moet De Wever goed gelezen hebben – wat té goed, want hij zegt in De Standaard Weekblad:

Dat is het drama van de twittertoestanden. De wereld wordt steeds complexer en je krijgt 142 tekens om een kreet de lucht in te gooien.

Geen journalist of eindredacteur die ingrijpt, die onzin wordt zó gepubliceerd, en dat wordt dan verkocht als een zeer intelligente analyse.

Quasi-gevat en niet ál te slim: Polspoel en De Wever beseffen het wellicht zelf nog niet, maar zij zouden een prima figuur slaan op Twitter.

Waarschijnlijk hebben Vlaamse Twitterfreaks al ontzet getwitterd over die 142, maar wij zouden het niet weten, want wij volgen dat dus niet.
Waarschijnlijk hebben Vlaamse Twitterfreaks al ontzet getwitterd over die 142, maar wij zouden het niet weten, want wij volgen dat dus niet.

PS: Even leek het wel een leuke uitdaging, schrijven in frasen van 140 tekens. Maar minder tekens mag ook en dan is er natuurlijk niets aan.

Jouw antipersoon is niet mijn antipersoon

Van al mijn mensafstotende eigenschappen is de niet te stuiten flauwe-woordspelingendrang mij het dierbaarst.

Wanneer ik een woordspeling op een ander bespeur, kan ik dan ook razendsnel nagaan of het om puike, goedgemaakte taalgoochelarij gaat, dan wel om een rasechte flauwe woordspeling.

Stap 1: ik vraag me af of ik ze zelf had kunnen maken. Is het antwoord positief, dan ziet het er al slecht uit voor de woordspeling. Voorbeeld:

Jouw land is niet mijn land, want jouw land is een landmijn.

Check, die schud ik zo uit m’n mouw.Lees meer »

Kort essay over de Vlaamse volksaard

Erg bescheiden zijn wij Vlamingen nooit geweest. Niemand spreekt zijn vreemde talen zo goed, niemand prepareert zijn stoofvlees zo goed, niemand tapt zijn pinten zo goed als de Vlaming! Het zal nog eens niet zijn. Alleen, wij hebben dat nooit rondgebazuind.

Dat zou ook  nergens goed voor geweest zijn. Ten eerste zouden die domme buitenlanders die onze talen niet spreken het toch niet verstaan en ten tweede, als ze het zouden verstaan zouden ze ons stoofvlees en ons bier proberen inpikken. Nee, wij hielden onze onbescheidenheid voor ons.

Heel tevreden zijn wij ook nooit geweest. De buurman doet zondag te luid zijn gras af, de politie schrijft liever boetes dan boeven te vangen en de politiekers vullen hun eigen zakken door de onze te legen. We hebben ook dat nooit rondgebazuind.

Opnieuw zou dat nergens goed voor geweest zijn. De buurman zou ons niet gehoord hebben met zijn grasmaaier, de politie zou ons alleen nog meer boetes geven en de politiekers, daar kan een mens toch niets aan doen, zelfs niet als hij voor de goei stemt. Dus hielden wij onze ontevredenheid voor ons.

Flanders explained to Foreigners - © Pieter FannesLees meer »