Satire of geen satire?

LOG 20121204 20:56

In het redactielokaal lezen Maurice en Emile mekaar om de beurt gedichten van De Schoolmeester voor uit een beduimeld boekje. Dat is niet eenvoudig, want het metrum is onbestaande en het papier valt uit mekaar. Naast hen ligt een grote zak vers geroosterde koffiebonen, te wachten op de gepaste drank.

Emile: “Daar is altijd een groot dispuut geweest-”
Maurice: “Of een aap een mens is of een beest-”
Emile: “En dat verwondert ons ook niet-”
Maurice: “Daar men zoveel apen onder de mensen ziet!”
Emile: “Héhéhé.”
Maurice: “Lieve help, dat knittelrijm is een voorleesramp…”

Ondanks het inderdaad voorleesrampzalige antimetrum is de stemming toch tamelijk vredig, dat wil zeggen, tot Auguste binnenvalt, met onder elke arm een fles sambuca.

Auguste: “Mannekes, ik heb klachten! Dat ik klachten heb! Klachten, klachten, klââââchten!!”
Maurice: “Ik vind dat een beetje een negatieve attitude hoor, Auguste.”
Auguste: “Natuurlijk is dat een negatieve attitude! Heel onze zender is één grote negatieve attitude!”
Emile: “Ik heb eens voorgesteld om dat een ‘negatude’ noemen, Maurice, maar dat idee is negatief onthaald.”
Auguste: “Stop met dat gezever, Emileken, en schenk de glazen in. Hier is de klacht: Apache heeft gevraagd of we hen willen helpen met hun afdeling satire! Wat gaan jullie daaraan doen, kloefkappers?”
Maurice: “Dat is onze schuld toch niet? Zíj vragen dat aan óns. Andermans daden vallen buiten mijn verantwoordelijkheidsperimeter, hoor.”
Auguste: “Ik zeg niet dat het uw schuld is, Maurice. Ik zeg alleen dat ge het moet oplossen!”
Emile: “Het begint inderdaad wel problematisch te worden. Eerst polste Humo eens voorzichtig naar een mogelijke samenwerking, en nu Apache. En dan heb ik tussendoor nog eens een halfslachtig aanbod van Apache om met Plasky Statistics samen te werken moeten negeren.”
Auguste: “Het loopt hier zwaar uit de hand! Maurice, waarom willen al die knuppels met ons samenwerken!?”
Maurice: “Hoe moet ik dat nu weten?”
Auguste: “Gij zijt de jongste! Gij staat het dichtst bij de doelgroep van het internetblad Apache en het waardeloze prutsblad Humo!”
Maurice: “Maar ik lees geen van beide! Ik lees alleen de Poëziekrant.”
Auguste: “Hoe kan ik hier verdomme een redactie leiden als ik omringd ben door ignorante prutsers!? Beseffen jullie de ernst van de situatie wel!?”
Emile: “Auguste, jongen, kalmeer eventjes. Drink nog iets. En vertel dan wat het probleem nu eigenlijk precies is.”Lees meer »

Advertenties

Post hoc ergo propter hoc

LOG 20121002 19:46

Alles is rustig in het redactielokaal. Emile hangt achterover in een bureaustoel en probeert met zijn blote tenen zijn Remingtonmachine tot een artikel te overhalen. Het werk aan dit artikel vordert slechts langzaam, maar niet noodzakelijk langzamer dan anders en Emile lijkt er schik in te hebben.

Deze sfeer van rustige concentratie slaat echter snel om wanneer de deur met veel misbaar openslaat en Auguste probeert binnen te stormen. Hij wordt hierbij echter gehinderd door de Poëzie Prijs voor Pastiches op Parodieën, die bijzonder onpraktisch de doorgang blokkeert. Auguste komt hard in botsing met het knullig vormgegeven ding, struikelt, en sleept de Prijs mee in zijn val.

Auguste: “EMILE! Nondegodvermiljaarde! Wat doet die achterlijke prijs hier nog!?”
Emile: “Die staat daar maar tijdelijk, hoor.”
Auguste: “En waarom staat hij in het midden van de gang, vlak voor de deur!?”
Emile: “Tja… die mannen van FedEx hebben hem daar gezet. En Maurice is hem nog niet komen ophalen.”
Auguste: “Zorgt dat hij daar weggeraakt, knuppel! Ik breek bijna mijn nek. En wat erger zou zijn: deze twee flessen rosé, die zo goed samengaan met deze mooi nazomerende herfstdagen.”

Auguste krabbelt recht, klopt het stof van zijn kostuum en  zet zich aan de redactietafel. Emile haalt in de bijkeuken een kurkentrekker en twee glazen, en daar kan de redactievergadering alweer van start gaan.

Auguste: “Emile, uw uitzendingen stemmen mij zeer droevig.”
Emile: “Mij ook. Maar de deerniswekkende teloorgang van de media is nu eenmaal het thema van deze zender, dus we kunnen niet buiten een beetje pessimisme.”
Auguste: “Het gaat mij niet om de inhoud, oelewapper! Het gaat mij om uw luistercijfers!”
Emile: “Wat? Heb ik wéér teveel luisteraars? Ik zend nochtans vaak uit over versvoeten!”
Auguste: “Niet vaak genoeg, blijkbaar. Die uitzending over fact checking in De Morgen, bijvoorbeeld, was een dramatisch hoogtepunt in ons luisterbereik, Emile. Tot in Holland hebben ze erover getwitterd!”
Emile: “Ah, die uitzending. Ja, uitstekende radio was dat. Goed onderwerp, slim aangekaart, een aantal mooie vondsten… een prachtuitzending, ja ja. Ik was ook goed bij stem die dag.”
Auguste: “Een prachtuitzending!? Een rampuitzending die ons honderden, duizenden, wat zeg ik, miljoenen luisteraars heeft opgeleverd!!”
Emile: “Ja, maar dat was het waard, Auguste.”
Auguste: “Niets is mij zoveel luisteraars waar, Emile! Niets!!”
Emile: “Ha, dat dénkt ge, Auguste! Maar hebt gij sinds die uitzending De Morgen nog gelezen?”

Augustus zwijgt even, en schenkt de glazen rosé nog eens tot aan de rand vol. Hij kijkt Emile met misprijzen aan. Emile echter kijkt alleen naar de rosé en het psychologisch effect van Augustes intimiderende blik gaat hierdoor grotendeels verloren.

Auguste: “Emile, ik heb die prutsgazet nog nooit gelezen en ik ben ook niet van plan dat te doen zolang de Kommunistische Partij daar niet opnieuw de plak zwaait.”
Emile: “Als ge die prutsgazet wél had gelezen, had ge misschien opgemerkt dat bepaalde rubriek al een tijdje geleden geschrapt is. Meer bepaald nadat onze zender zich er mild kritisch over uitliet.”
Auguste: “Wat!?”
Emile: “Ja, sinds wij de Feitenchecker met de grond gelijk hebben gemaakt, lijkt het er sterk op dat De Morgen die rubriek heeft afgeschaft. ”
Auguste: “Dankzij uw uitzending?”
Emile: “Post hoc ergo propter hoc, Auguste! Dat is Latijn, dus dan is het waar.”
Auguste: “Jezus Maria Jozef. Ongelooflijk, dat stelletje bosapen heeft die onnozele rubriek afgeschaft. Dát stemt mij pas droevig.”
Emile: “Mij ook. Want ik was van plan in de toekomst wekelijks een uitzending aan te wijden aan die Feitenchecker.”
Auguste: “Nee, sukkel. Het stemt mij droevig omdat de vaderlandse pers er nog erger aan toe is dan gevreesd, als ze met uw uitzendingen rekening beginnen houden.”

Donders, een dubbele amfibrachys!

LOG 20120817 18:34

In het redactielokaal ligt Emile lui met zijn voeten op de redactietafel en leest een bundel amusante verhalen, waarvan de literaire meerwaarde helaas niet buiten kijf staat. Hierbij drinkt hij een fris glaasje Normandische appelcider, ideale dorstlesser bij dit prachtige weer. Maar hoe wreed wordt dit vredig tafereel verstoord door Auguste, die heftig zwetend in zijn driedelig pak van kwaliteitszomerlinnen de redactie komt binnendonderen.

Auguste: “Emile, ik heb klachten. Klachten heb ik! Klachten, klachten, klachten!”
Emile: “Hoe…”
Auguste: “Maar geeft mij eerst een glas cider! Snel! Van de Frank moeten we veel drinken met dit weer, een advies dat ik ter harte wens te nemen!”

Emile schenkt Auguste een groot glas cider uit, en ontkurkt alvast de volgende fles. Met twee enorme slokken ledigt de hoofdredacteur zijn glas. Met zijn mouw veegt hij enkele druppeltjes van zijn snor. Met een klap zet hij het lege glas weer neer. Met veel plezier schenkt Emile de glazen nog eens vol.

Auguste: “Goed, over naar de orde van de dag: dat ik klachten heb! Over u!”
Emile: “Maar allez. Wie klaagt er nu over mij?”
Auguste: “Ik! Uw hoofdredacteur! Emile, uw laatste uitzending was totaal onverteerbaar. Duurde uren, was veel te technisch, en behandelde een onderwerp dat geen hond interesseerde. Het was verschrikkelijk, het was rampzalig, het was catastrofaal!”
Emile: “Maar een luisteraar…”
Auguste: “En dan liet ge een luisteraar inbellen en hebt ge er nóg eens uren over doorgeboomd! Zomaar, live in de ether! Emile, wat zijn dat voor manieren?”
Emile: “Jamaar, dit kadert in een nieuwe strategie! Luister: iederéén klaagt graag over de gazetten. Dus luisteren de mensen als wij dat ook doen. Maar wie klaagt er nu graag over versvoeten? Niemand, enfin, op één luisteraar na dan. Dus door dit radiostation te heroriënteren van mediakritiek naar versvoetenkritiek, kan ik ons luistercijfer spectaculair terugdringen!”
Auguste: “Dat is het stomste plan dat ik ooit heb gehoord, Emile.”
Emile: “Oh. Waarom?”
Auguste: “Omdat één luisteraar er nog altijd één te veel is. Ik wil géén luisteraars, want luisteraars zijn onderontwikkelde idioten die het niet verdienen door een Plasky toegesproken te worden!”
Emile: “Overdrijft ge nu niet een beetje, Auguste? Ik vind dat iedereen het verdient om door mij toegesproken te worden. Trouwens, ik denk dat ge sommige luisteraars onderschat!”
Auguste: “O ja?”
Emile: “Herinnert ge u onze Poëzie Prijs voor Pastiches op Parodieën nog?”

Lees meer »

De waarheid over Walter Pauli, De Morgen en Knack

Nick Davies heeft gelijk: over sommige zaken, met name de media zelf, wordt nauwelijks gesproken in de media. Ja, natuurlijk wel over stijgende leescijfers, nieuwe weekendbijlages en pretentieuze journalistieke projecten – maar dat interesseert niemand, behalve de redacties zelf. Over wat de lezers/luisteraars/kijkers interesseert, verschijnt veel minder.

Wat wij liever zouden vernemen: Waarom is Karl van den Broeck buitengegooid bij Knack? Hoe is  Wouter Verschelden eigenlijk op De Morgen terecht gekomen, en onthaald? Wat was dat met dat college van hoofdredacteurs op de VRT? Zelfs over de ontslagen bij De Morgen in 2009 lazen wij nauwelijks iets, behalve op de blogs van misnoegde ex-werknemers.

En nu weer, met Walter Pauli die naar Knack vertrekt. Iedereen twittert dat er nu twee of drie of zes vacatures zijn bij De Morgen, maar verder geen woord. Als een politicus van het zevende knoopsgat overweegt om in de provincie op te komen in plaats van als zesde opvolger in Vlaanderen: drie dagen paginalange analyses in alle gazetten. Een journalistiek zwaargewicht verhuist naar de concurrentie? Niks, nul, noppes.

Welnu, Radio Plasky heeft besloten daar verandering in te brengen. Op bevel van onze hoofdredacteur geven wij een tape van onze webcam vrij. Hier is de waarheid en niets dan de waarheid over de transfer van Walter Pauli:

Lees meer »

Kerstcam

LOG 20101224 13:34

In de gebloemde sofa zit, knus in een fleecedekentje gewikkeld, Emile te bladeren in ‘1001 recepten voor chocolademelk’. Zijn moonboots staan te drogen voor een elektrisch kacheltje, dat vonken spuwt op de maat van Herman van Veens stemmige ‘Kerstliederen’. Emile zelf zingt vals mee, terwijl hij aantekeningen maakt bij recepten voor chocolademelk met obstler, chocolademelk met ammaretto, en chocolademelk met anijswodka.

Alles is peis en rust en vree, tot een besneeuwde Auguste komt binnengestormd. Hij lijkt iets te bulderen maar omdat hij volledig, tot aan zijn snor toe, is ingepakt in een met grizzlybont gevoerd oliepak, is hij weinig verstaanbaar. Het oliepak is een ontwerp van Ann Demeulemeester en uitgevoerd met een discrete krijtstreep. Het kost Auguste een minuutje of twintig om zich uit deze perfect tocht-, vocht- en vorstvrije burcht te wrikken. Emile bladert en neuriet onverstoorbaar verder.

Auguste: “Emile!”
Emile: “Sint-Pater komt naar Hengelo…”
Auguste: “Emile, kom eens helpen!”
Emile: “Anna-Gerlinda Postiljon…”
Auguste: “Emile! Help mij mijn laarzen uittrekken!”
Emile: “Van ceramiek tot in ’t kliniek…”

Nijdig tikt Auguste tegen de platenspeler, die abrupt zijn gezang staakt. Verbaasd kijkt Emile op.Lees meer »

Een nieuwe strategie

LOG 100922 16:40

In een volledig ontruimd redactielokaal bevinden zich Max en Emile. Ze dragen allebei een veiligheidsbril, oordopjes en een stofmasker. Met een breekmes snijdt Emile een stuk schuurpapier kaliber 20 op maat, terwijl Max een gladgepolijst stuk papier losschroeft van de Woodmonster. Emile heeft zich gehuld in een versleten trainingspak van lichtpaarse snit, Max draagt een bruine overall en een marcelleke. Vanwege hun oordopjes communiceren Max en Emile met duikersgebaren. Van zodra er nieuw schuurpapier opgespannen staat, neemt het schuren van het parket weer een oorverdovende aanvang.

Max & Emile: “VRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRRR…”

100922 17:52

Met nog meer lawaai dan de Woodmonster valt Auguste Plasky binnen. In eerste instantie ziet hij alleen een enorme stofwolk, maar zijn ijzeren redeneervermorgen leert hem dat de twee vage gestaltes die in die wolk een enorme schuurmachine voortduwen, zijn broers moeten zijn. Auguste houdt een zijden zakdoek voor zijn mond en probeert Max en Emile te roepen.

Auguste: “Max! Emile!”
Emile & Max: “VRRRRRRRRRRRRRRRRRRR…”
Auguste: “Emiiiiile!!! Maaaax!!!”
Max & Emile: “VRRRRRRRRRRRRRRR…”

Auguste beent de stofwolk binnen en trekt gedecideerd de stekker uit. Grommend komt de Woodmaster tot stilstand; langzaam daalt het stof. Eventjes staan Emile en Max hulpeloos naar mekaar te gebaren, dan halen ze de oorstopjes uit hun oren om ruzie te maken over de oorzaak van het plotse stilvallen van de machine.

Lees meer »

Vroeger was hij beter

LOG 100714 18:23

Op het balkon van de redactie zitten Max en Emile te genieten van de hittegolf en een grote mand kersen. Max spuwt zijn pitten met een verbazingwekkende precisie naar het gevogelte dat ook wel een kersje zou lusten. Emile sorteert zijn pitten de op grootte. Over deze kersenpitten discussiëren zij ernstig.

Max: “Hoe groter de pitten, hoe meer warmte ze kunnen opslaan.”
Emile: “Ja, maar hoe kleiner ze zijn, hoe meer er in zo’n zakje kunnen…”
Max: “… waardoor het uiteindelijke volume ook groter wordt. Kán kloppen.”
Emile: “Bovendien liggen veel kleine pitten zachter dan een paar grote pitten.”
Max: “Goed, neem dan kleine pitten. Maar volgens mij is het hele plan gewoon niet zo’n goed gedacht.”
Emile: “Natuurlijk wel! Een zelfgemaakt kersenpitkussentje met satijnen overtrek en met vérse, zelf kaalgeknaagde pitten – dat is toch superromantisch?”
Max: “Ja, maar het is zomer hé, Emile. Dertig graden ’s nachts. Weinig vrouwen verlangen nu naar warme kersenpitkussentjes, dat is toch…”

Door de open terrasdeur struikelt een rood aangelopen Auguste binnen. Het zweet parelt op zijn voorhoofd, zijn kin, zijn wangen – overal. Zijn anders zo nette Bobby Kennedey-kapsel ziet er verwaaid uit. Hij zijgt uitgeput neer in één van de strandstoelen, die krakend dreigt met instorten, en wuift zich koelte toe met zijn plastron waarop het logo van het Belgische EU-voorzitterschap geborduurd is.

Auguste: “Mannekes, vergadering! We hebben een enorm probleem!”
Lees meer »