Vreemde eend in de steek

Wouter Beke wordt vandaag een steekje in de beet gelaten door zijn elementaire kennis van fauna en beeldspraak.

Men kan een schorpioen niet verwijten dat ze bijt.

Dat kan je heus wel. Je kan het beestje in kwestie bijvoorbeeld verwijten dat het verdacht veel op een hond of een cobra lijkt.

Mijnheer de voorzitter mag zijn Medaille ter Memorie van Miserabele Metaforen komen afhalen op de redactie. Het bijt niet op een dagje vroeger of later.

LINKS:

Advertenties

Weinig performante opiniestukken

Tessa Vermeiren deed gisteren iets wat wij lang voor onmogelijk hebben gehouden: zij publiceerde een leesbaar stuk. Ik zal niet beweren dat het een goed stuk was, maar het was leesbaar en dat is voor Tessa Vermeiren al wonderbaarlijk genoeg. Jammer dat ze het nooit heeft gekund toen ze nog hoofdredacteur van Weekend Knack was.

Het interessantste aan haar opiniestuk, dat vreemd genoeg zowel in De Standaard als in De Morgen verscheen, is deze zin:

Aan de ene kant een krantencolumn schrijven waarin het wemelt van wijsheden en van filosofen en dan in een interview, in dezelfde krant, zeggen dat je niet veel kunt met filosofen ‘omdat je daar te dom voor bent’, is volksverlakkerij.

Vermeiren vindt niet dat je niet volks en intellectueel tegelijk kan zijn, maar wel dat Bart De Wever eerlijk moet zijn: is hij intellectueel of niet? Vermeiren zelf vindt duidelijk van wel.

Het is een hardnekkig misverstand. Bart De Wever speelt graag de gewone jongen bij de gewone kiezer en graag de intellectuele jongen bij de kiezer die zichzelf intellectueel vindt. Vermeiren ontmaskert hem hier als een nepgewonejongen. Dat hij al te zelden als nepintellectueel ontmaskerd wordt, komt omdat al te veel van onze journalisten zelf nepintellectuelen zijn.

Lees meer »

Gedichtendag

Het moeten niet altijd ollekebollekes zijn.

Een man uit een stad met een haven
Wou middels de dichtkunst beschaven
Hij zag dat zeer groots,
Wou daarvoor desnoods
Het stadsdichterschap wel begraven

(André Gantman: “Schaf het stadsdichterschap af en engageer deze schrijvers om aan nieuwkomers een inzicht te geven in de geschiedenis van de Vlaamse literatuur.”
Gazet van Antwerpen, 30/01/2013.)

Kwatrijn, tetrastichon, vierregelig gedicht

Indien men zichzelf een wervelbreuk wil besparen, en tevens zijn tijd nuttig wilt doorbrengen, dan dient men de Vlaamse weekendkranten te mijden als de pest. Wij spenderen onze weekends vér uit de buurt van onze brievenbus, en laten al dat overbodige papier maandagochtend meteen bij mekaar vegen door onze Poolse poetshulp. Zij beheerst het Nederlands niet en is verzekerd tegen arbeidsongevallen.

Toch is het ons niet ontgaan dat er sinds enige tijd des zaterdags een rubriekje in De Standaard prijkt met de aardige naam ‘Kwatrijnen’. Een kwatrijn, dat weet u, is een vierregelig gedicht, dat in zijn klassiekste vorm het rijmschema aaba bezigt, maar abba of zelfs aabb mogen ook best. Wat betreft het metrum zijn er geen vereisten, zolang er maar een metrum is.

De kwatrijnen in die verfoeide weekendkrant zijn opgevat als puntdichten, en dat vergenoegt ons zeer. De plezierdichterij wordt te weinig naar waarde geschat in Vlaanderen en wanneer een dappere onverlaat er zich toch aan waagt, is het resultaat zelden indrukwekkend. Dat komt natuurlijk omdat wij onze dichters niet voldoende gelegenheid geven zich te oefenen, en daarom verdient het initiatief van De Standaard alle lof.

Tegelijk toont de rubriek aan hoe droef precies het gesteld is met de beheersing van de schone puntdichtkunst in onze contreien. Lees meer »

Onsterfelijk belachelijk

Het einde van het jaar nadert en het is duidelijk dat sommige collega’s volledig door hun intellectuele reserves heen zitten. Gelukkig valt dat nauwelijks op. De budgetten voor 2013 zijn al verdeeld, dus wie werkt zich in het zweet zolang we nog 2012 zijn?

Professioneel blijven we dus van rampen gespaard (voorlopig). Maar ik moet wel dit soort idiotieën aanhoren, wanneer collega A. twijfelt over een strategie en raad vraagt aan B.

Collega A.: “Denkt ge dat ik mij belachelijk ga maken?”
Collega B.: “Onsterfelijk, ja.”
Collega A.: “Nee, of ik mij belachelijk ga maken.”
Collega B.: “Ja. Onsterfelijk belachelijk.”

Ik bedacht dat dit soort ellende ons bespaard zou blijven als we in het Nederlands een morfologisch onderscheid maakten tussen adjectieven en bijwoorden.

Voorwaarts, volksetymologie, immer voorwaarts!

Weet u welke wetenschap meer aandacht moet krijgen? De volksetymologie! Ja, de taal is gans het volk, maar de taal is ook gans áán het volk. Het era der ernstige vorsers in de historische taalkunde heeft lang genoeg geduurd; het is hoog tijd dat ons volk het zijne weer opeist: de taal!

Laat demente professoren wijken voor volkse types, laat aanslepend onderzoek wijken voor inspiratie van het moment, laat dorre wetenschap wijken voor sprankelend buikgevoel, kortom: laat etymologie wijken voor volksetymologie. Smelt de ivoren professorentorens om tot ballen voor het toppenbiljart in ons stamcafé!

En het eerste woord dat wij terugvorderen is ‘dementie’. Niet langer heeft dat woord vermaledijde wortels in het dode Latijn. Onze aanvoerster Marleen Finoulst toont in Knack hoe het ook anders kan, hoe het béter kan:

De-mentie: letterlijk de mens ontmenselijkt. Het woord alleen al is verkeerd gekozen. Mensen met dementie verliezen dan wel stilaan hun verstandelijke vermogens, ze blijven een rijk gevoelsleven en een eigen persoonlijkheid houden.

‘Dementie’ is een symbolisch woord voor onze strijd, want slechts door de academische woordafleidkunde voor haar volkse variant in te ruilen, zal onze taal haar rijk gevoel en haar persoonlijkheid behouden. Dat zij er haar verstandelijke vermogens bij verliest, nemen wij op de koop toe, bijlo!

LINKS:

Aanzet tot een radicale herdenking van de Nederlandse spelling

Een tijdje geleden beleefde ik een nogal deprimerende hoogdag op kantoor. Op één ochtend detecteerde ik in de teksten van een leverancier – iemand die dus betaald wordt om teksten voor mijn werkgever te schrijven – drie dt-fouten. En in een tekst van een collega vond ik een vierde dt-fout. Moet je daar nu vrolijk van worden?

Als humeurige klager is vrolijkheid sowieso al niet aan mij besteed, maar een intelligente analyse des te meer. Ik dacht: misschien ligt het niet aan die achterlijke klunzen waarmee ik gedwongen word samen te werken; misschien ligt het aan het systeem.

En na enig denkwerk kan ik u verklappen: het ligt inderdaad aan het systeem. De dt-regels deugen voor geen cent. Daarom deze aanzet tot een radicale herdenking van de Nederlandse spelling.

(Opgelet, wat hier volgt is een uitgebreide spellingstechnische uiteenzetting. Ik heb geprobeerd om het zo toegankelijk mogelijk te verwoorden.)

Lees meer »