Communicatiewetenschappen voor absolute beginners

Sommigen zouden beter wat vaker op onze zender afstemmen. Toegegeven, prettig is dat niet altijd, maar bijwijlen zouden ze er toch wat van opsteken.

Zo moest liberaal denker Andres Tirez onlangs toegeven dat hij iets had geleerd van de mededeling dat media vaak wachten op politiek of televisie om nieuws op te pikken dat een concurrerend medium heeft gebracht. Pijnlijk hoor. Radio Plasky had het daar vijf jaar geleden al over.

Nu weer moeten wij hem onderwijzen in een discussie waarvan we dachten dat die al eeuwenlang beslecht was: zijn vorm en stijl belangrijk voor een boek, of is de inhoud het enige dat telt?

Tirez, die zich graag als rationeel en cerebraal man profileert, poneert ferm dat vorm en stijl totaal bijkomstig zijn. “Voor wie wil weten”, voegt hij er quasi-intellectueel aan toe. Tegenover de stelling “Een goed idee dat slecht wordt verwoord is een slecht idee” plaatst hij: “Een goed idee dat slecht wordt verwoord is een slecht verwoord goed idee. Het zal niet opgepikt worden maar [het] idee blijft goed.”

Dat soort uitspraken lijkt alleen maar intelligent. Wie zo over boeken spreekt, snapt namelijk niet wat een boek feitelijk is. Toch een lelijke knauw voor het intellectueel image, dunkt ons.

Want een boek heeft precies de bedoeling om ideeën te doen oppikken. Een boek is een communicatie-instrument. Een slecht geschreven boek, dat er niet in slaagt om zijn ideeën te doen oppikken is dus een slecht boek, omdat het zijn belangrijkste doelstelling niet realiseert.

Tot zover. Geen dank, Andreas. Vergeet onze golflengte niet.

Dat ieder leze wat hem toekomt

Wij hebben wel eens iets lelijks gezegd over Achille van den Branden, maar eigenlijk lezen wij zijn blog best graag. Met mate, dat spreekt, maar we lezen hem. En zo ging er toch een beetje een steek door ons hart toen van den Branden zo onbarmhartig over Roald Dahl schreef.

Ergens heeft hij gelijk, want Ieorg Idur is wat ons betreft inderdaad één van de slapste dingen die Dahl geschreven heeft. Maar van den Brande maakt volgens ons wel een cruciale fout: hij leest kinderboeken als volwassene, en gebruikt daarbij de criteria van een volwassene om die boeken te beoordelen:

Het enige leuke aan Ieorg Idur — lees: het enige waar je als volwassene ook benieuwd naar bent, het einde is immers te voorspelbaar voor woorden — is hoe meneer Hoppe het zaakje afhandelt na zijn rondje blufpoker.

Dat is niet helemaal eerlijk, vinden wij. Een kind leest zo’n boek anders dan een volwassene. Is het dan überhaupt wel een goed idee om als volwassene kinderboeken te lezen? Wat ons betreft niet. Kinderboeken zijn voor kinderen, die iets anders verwachten van een boek dan volwassenen. Wat zou je daar je tijd energie in stoppen? Toch is dat wat van den Brande doet:

Dus heeft Roald Dahl nooit een rol gespeeld wanneer hij dat had moeten doen, en haal ik nu de lectuur van zijn kinderboeken wat plichtmatig in. Zonder veel enthousiasme.

Dat is des te spijtiger, omdat Roald Dahl ook werk voor volwassenen heeft geschreven. Wij raden Achille van den Branden aan om die kinderboeken links te laten liggen en de boeken van Dahl te lezen die ook voor hem bedoeld zijn. Niet alleen omdat zijn oordeel over Dahl dan wellicht milder zal zijn, maar ook omdat het zonde is om kostbare leestijd te verspillen aan iets waar je geen enthousiasme voor kan opbrengen.

Lees meer »

Het hoofdstuk te veel

Na het lezen van Goldfinger (Ian Fleming) moet ons toch een en ander van het hart. Het was een puik geschreven novelle met alles wat wij van de papieren James Bond verwachtten: een overdaad aan drank, enkele gadgets die in de jaren ’50 high tech waren, meer drank, enkele knappe jonge vrouwen en opnieuw drank. Het is een avonturenroman van de beste kwaliteit, die Goldfinger, uitstekend lees-maar-lekker-wegmateriaal.

Overal wordt altijd maar geschreven dat Fleming zelf ook geheim agent is geweest en dat hij natuurlijk uit die ervaring heeft kunnen putten. Dat geloven wij graag, want het wil zeggen dat zelfs James Bond zich houdt aan de richtlijnen van Raymond Chandler.

Tussen haakjes: je zou denken dat Chandlers Philippe Marlowe en Flemings James Bond maar weinig met mekaar te maken hebben, maar het zijn natuurlijk allebei kettingrokende functioning alcoholics met stalen zenuwen en een voorliefde voor moreel ambigue vrouwen.

Dus, tot zover alles goed met Goldfinger. Heel het boek lang gaat alles uitstekend, tot het laatste hoofdstuk. De hele overval op Fort Knox door Goldfinger en trawanten is dan al verijdeld, James Bond is een held, en eigenlijk is het boek afgelopen.

Maar wacht! Daar loopt James Bond nog snel met open ogen in een zeer doorzichtige valstrik! Lees meer »

De rehabilitatie van de Amerikaanse misdaadroman

Moderne Amerikaanse misdaadschrijvers, moet een mens die eigenlijk wel lezen? Ik heb lang gedacht van niet. Die overtuiging steunde op persoonlijk empirisch bewijs. Ik had één roman van David Baldacci, één van Patricia Cornwell en één van George Pelicanos gelezen – alledrie klinkende namen, toch?

Helaas: Baldacci vond ik ongeïnspireerde broodschrijverij, Cornwell verveelde me met al haar technische details (en met haar belachelijke hoofdpersonage Scarpetta) en George Pelicanos was wel heel erg middelmatig.

Op een koude winterdag trof ik echter James Ellroys Strikt Vertrouwelijk (L.A. Confidential) aan in een verlaten boekenkast. Vertaald door een Nederlander (altijd een slecht idee bij misdaadverhalen) en bovendien verschrikkelijk slecht uitgegeven (de thrillercollectie van De Standaard van destijds).

De eerste vijftig pagina’s heb ik aarzelend gelezen, Ellroys schrijfstijl ligt me niet zo. De volgende honderd pagina’s heb ik geamuseerd gelezen en daarna heb ik het boek obsessief verslonden. Wat een geschifte plot, wat een krankzinnige personages!

Lees meer »

Venus in anoniem pakpapier

Men heeft altijd een streepje voor als men zijn klassieken kent. In tijden van Fifty Shades of Grey en soortgelijk zacht pornografisch ongein, leek het me daarom een goed plan het origineel eens ter hand te nemen: Venus im Pelz, door Leopold von Sacher-Masoch. Ik schafte me een paperbackeditie aan, in Engelse vertaling weliswaar, omdat ik tot mijn schade en schande de grootste taal van Europa niet voldoende machtig ben.

De voordelen van mijn exemplaar van Venus in Furs zijn velerlei: het eerste is onmiskenbaar dat het niet meer dan 160 bladzijden telt. Heel wat verteerbaarder dan de vuistdikke trilogieën (het zijn altijd trilogieën) die het genre vandaag teisteren en waarvan het lezen alleen al een zekere voorkeur voor lijden vereist. Lees meer »