De Kaatprijs 2013 (nu voor echt)

In de vorige editie van de Kaatprijs hekelden wij met Frederik Van Eeden de dominee-dichter J.J.L. ten Kate. Maar Van Eeden bood later zijn verontschuldigingen aan voor deze spotternijen. Weliswaar pas toen ten Kate al geruime tijd onder de zoden lag, maar toch. Van Eeden noemde ten Kate

een eerbiedwaardig mensch, die het zeer goed meende, en ook meenig goed vers gemaakt heeft

en zei bovendien:

Men neeme nu ten Kate’s verzen nog eens ter hand, en men zal zien dat het meer is dan vlotte rijmelarij.

Een zeker eerherstel voor Jan Jakob Lodewijk ten Kate dringt zich op, inderdaad. Maar werd dit bij Van Eede gestimuleerd door gêne over zijn jeugdigde baldadigheid, wij vinden precies ten Kates vlotte rijmelarij hiervoor het voornaamste argument.

Ten Kate schreef in verzen van onberispelijk rijm en onberispelijk metrum. Ze waren meestal nogal stichtelijk van aard, maar er zijn ook uitzonderingen. Zo schreef ten Kate parodieën op het sonnet, een versvorm waaraan hij blijkbaar een bloedhekel had. Dit is er eentje:

Geverfde pop, met rinkelen omhangen,
Gebulte jonkvrouw in uw staal’ korset,
Lamzaligste aller vormen, stijf Sonnet!
Wat rijmziek mispunt deed u ’t licht erlangen?

Te klein om één goed denkbeeld op te vangen,
Voor epigram te groot en te koket,
Vooraf geknipt, koepletjen voor koeplet,
Kroopt ge onverdiend in onze minnezangen.

Neen! de echte Muze eischt vrijheid; en het Lied,
Onhoudbaar uit het zwoegend hart gerezen,
Zij als een bergstroom die zijn band ontschiet!

Gij deugt tot niets, ten zij het deugen hiet,
Om, enkel door de broddelaars geprezen,
Op GEYSBEEK een berijmd vervolg te wezen.

Maar dit is het bekendste sonnet van ten Kate dat het sonnet bespot en daarom gebruiken wij het liever niet. Ook vrezen wij dat ten Kate zich later eens verontschuldigd heeft bij Geysbeek, en dan zouden wij bezig blijven.

Daarom vragen wij voor de Kaatprijs 2013 een pastische op dat ándere sonnet van ten Kate, dat de spot drijft met al dat nieuwerwets gerijmel. Wij quoteren zoals gewoonlijk op metrum, rijm, grammaticale steekhoudendheid, inhoudelijke coherentie, stijl, en absolute willekeur.

Tot slot van deze uitzending willen wij graag Michel van der Plas eren, die maandag overleden is. Begin dit jaar hebben wij gelukkig nog één van zijn sterkere limericks uitgezonden. Maar van der Plas heeft, zoals ten Kate sonnetten schreef over sonnetten, ook een limerick over de limerick gemaakt. Die gaat als volgt:

Er was eens een man in Buiksloot
die verdiende met vissen zijn kost
maar het was niet genoeg:
hij begon een café
van de opbrengst van hengel en schip

Denk daar óók maar eens over na. Succes, jonge dichters!

Advertenties

De Kaatprijs 2013 (bijna)

Het is vandaag één jaar geleden dat onze prachtige luisteraar Kaat van ons is heengegaan. We kunnen daarom treuren, maar wat schiet zij daarmee op? En wij? Ook niet veel.

Daarom is het een veel beter idee om opnieuw een Kaatwedstrijd uit te schrijven. Zij heeft ook daar niet gek veel aan, maar wij kunnen dan toch nog eens lachen.

Vorig jaar was het in elk geval een fantastisch schouwspel, met enkele sterke inzendingen van enkele sterke kandidaten. Maar vooral met een nasleep van bitsige conflicten, beschuldigingen van nepotisme, en afkoopsommen.

Benieuwd of we dat niveau dit jaar evenaren! Binnenkort op uw favoriete zender: de Kaatwedstrijd 2013!

(Zodra het wat minder druk is op kantoor.)

LINKS:

Alsnog: een karton pralinen!

LOG20130127 23:59

In het redactielokaal zitten Emile en Maurice vier-op-een-rij te spelen. Omdat geen van beiden de spelregels echt snapt, schiet het spel niet goed op. Gelukkig doet dat er niet toe, want daar stormt Auguste alweer het redactielokaal binnen. De deur davert ditmaal niet in haar hengsels, maar wordt er woedend uitgetrapt. Nog nooit hebben Emile en Maurice hun hoofdredacteur zó kwaad gezien. Hij laait en briest en stoomt, en het lijkt zelfs alsof er geen tijd is voor drank…

Auguste: “Mannekes! Wat zijn dat hier voor manieren!? Het is een godgeklaagde schande!”
Emile: “Wat? Zijn er klachten?”
Maurice: “Waarover nu weer?”
Auguste: “Over de luistercijfers, snotapen! Waarover anders? Termen als drama, catastrofe en apocalyps zijn hier niet op hun plaats, omdat het belachelijke eufemismen zijn voor de crisis waarin we ons bevinden! We zijn de totale rampzaligheid vér voorbij!”
Maurice: “En is dat onze schuld?”
Emile: “Allicht. Wij verzorgen de uitzendingen. Toch, Auguste?”
Auguste: “Precies, Emile. Maurice, ge dacht toch niet dat het mijn schuld zou zijn?”
Maurice: “Nee, dat had ik moeten weten.”
Auguste: “Emileken, gij eerst. Uw uitzending over Bart Van Der Bellen. Weet gij hoeveel luisteraars mij dat gekost heeft?”
Emile: “Neen.”
Auguste: “Koester u dan maar in uw zalige ontwetendheid. Véél te veel, dát is hoeveel!”
Emile: “Maar ge kunt zo’n halvegare als Bart Van Belle toch ook niet fluitend zijn gangetje laten gaan? Die vent heeft plagiaat gepleegd, godbetert.”
Auguste: “Is dat een reden om er zoveel luisteraars mee aan te trekken?”
Emile: “Ik moet toegeven dat ik niet wist dat Van Belle zo wijdverbreid impopulair was, al verbaast het me nu ook weer niet. Vorige uitzendingen over zijn van elke journalistieke deontologie verstoken strapatsen hadden nooit zoveel beluisters. Maar ik zal er in de toekomst natuurlijk rekening mee houden, chef.”
Auguste: “Goed. Voor één keer zie ik het door de vingers. Mauriceken, denkt maar niet dat gij er zo gemakkelijk vanaf komt.”
Maurice: “Ik wijs er graag op dat ik heb helemaal niets over Bart Van Belle uitgezonden.”
Auguste: “Nee, en dat is het probleem. Ge zond niets uit over Bram Bellemans, niet over zijn gazet, zelfs niet over de pers in het algemeen.”
Maurice: “Is dat dan niet goed?”
Auguste: “Ge hebt nondegodversemiljaardedju een uitzending over uw pathetische werklozenbestaan geschreven! En met die afgezaagde, voorspelbare formule hebt ge een recordaantal luisteraars bereikt! Allerlei andere werklozen begonnen naar de studio te bellen om u bij te vallen!”
Emile: “’t Is waar. Ik heb een hele dag de hoorn alsmaar moeten opgooien. Mensen die zich ‘Dennis Den Dopper’ en zo noemden. Echt akelig.”
Auguste: “Die Lauren Heeffer, wier werk wij zéér terecht zo hard hebben afgebrand dat De Morgen haar rubriekske moest stopzetten, applaudiseerde voor u! Op Twitter was het gejuich van een heel leger luie, ongewassen, werkloze sukkels oorverdovend!”
Emile: “Tiens. Zit gij op Twitter, Auguste?”
Auguste: “Maurice, ge hebt het zover gedreven dat ik Knotwilg gelijk heb moeten geven! Knotwilg!”
Maurice: “Ja, okay, maar Knotwilg, dat is toch een respecta…”
Auguste: “Knotwilg is een luisteraar, Maurice. Een luis-te-raar! Ik heb een luisteraar gelijk moeten geven!”
Maurice: “Ja, wat zal ik zeggen…”
Auguste: “Niets! Gij gaat niets zeggen, Mauriceke, gij gaat eens heel goed luisteren. Ik, de grote Auguste F. Plasky, hoef dit niet te pikken. Ik hoef niet van mijn medewerkers te pikken dat ze mij en mijn glorieuze radiozender belachelijk maken. Een flauwe uitzending, alla, het overkomt de besten. Maar dat werkloos tuig onze redactietelefoon inpalmt, dat er meer luisteraars dan ooit op onze frequentie zitten, en dat ik één van hen gelijk heb moeten geven, dat gaat te ver! Ik zal maatregelen moeten treffen!”
Maurice: “Oei.”
Emile. “Ja. Amai. Oei.”
Auguste: “Ik vind het ook niet plezant, want tot nu toe volstonden gekaffer en gescheld om deze redactie in de pas te laten lopen, maar er is een grens overschreden. Maurice, ik zal u moeten degraderen!”
Maurice: “Degraderen?”
Auguste: “Ge wordt weer plattelandsneef! En dat blijft ge, tot ge uw strepen als volwaardig familielid weer verdiend hebt.”
Maurice: “…”

Maurice valt flauw en ploft voorover, op de redactietafel. Gelukkig staan er geen glazen. Emile en Auguste discussiëren heftig verder, zonder veel acht te slaan op de arme Maurice.

Emile: “Met alle respect, broer, hoofdredacteur – is dat niet wat drastisch?”
Auguste: “Natuurlijk is dat drastisch. Maar hebt gij soms een beter idee?”
Emile: “Wel, veel kwaad bloed is gezet door Knotwilg de Kaatprijs niet te geven. Net toen dat een beetje in orde leek te komen, heeft Maurice gelogen dat hij Knotwilg ter verzoening een karton pralinen heeft gestuurd. Ja, kijk, als mij valselijk een karton pralinen beloofd wordt, dan ben ik ook pisnijdig. En als Knotwilg niet zo scherp had gestaan, had gij hem nooit gelijk moeten geven. We hebben immers wel vaker flauwe uitzendingen, en zelden komt daar kritiek op.”
Auguste: “Kom ter zake, Emile. Wat stelt ge nu eigenlijk voor?”
Emile: “Dat ge Maurice verplicht alsnog de beloofde pralinen op te sturen naar Knotwilg. Met een handgeschreven kaartje met excuses.”
Auguste: “Excuses omdat hij de Kaatprijs niet kreeg! Ja, goed idee!”
Emile: “Euh, nee, die Kaatprijs, dat was mijn beslissing. Dat was natuurlijk een heel gerechtvaardigd besluit en daarvoor kan ik mij dus niet excuseren, laat staan dat Maurice dat kan.”
Auguste: “Excuses voor zijn onbesuisde jongelingengedrag, dan. En voor zijn gebrek aan opvoeding. Ik zal het er tijdens het Paasontbijt toch nog eens met zijn moeder over moeten hebben. Goed, Emile, gij moogt dit goede nieuws aan Maurice melden, wanneer hij weer is bijgekomen. Het was tenslotte uw idee. En schenk mij nu maar eens een goed glas Ierse whiskey in, dat ik wat kan bekomen van zoveel emotionaliteit.”
Emile: “Wat whisky zal Maurice ook deugd doen, denk ik.”
Auguste: “Whiskey! Niet whisky! Ik zei toch dat hij Iers moest zijn!”
Emile: “Ik wist niet dat gij Ierse whiskey dronk.”
Auguste: “Dat doe ik ook niet, eigenlijk… Weet ge wat, nu ik erover nadenk: geef die Ierse brol maar aan Maurice. En schenk mij een goed glas whisky in.”

LINKS:

Jaaroverzicht 2012

Wij hebben een professionele hekel aan de jaaroverzichten die reeds eind december onze media teisteren. Want wie weet wat gebeurt er nog op 31 december om 23u58? Misschien wel iets superbelangrijks, en dan staat het niet in het jaaroverzicht. Wij vinden de klassieke mediastrategie betreffende jaaroverzichten dan ook erg dom.

Radio Plasky is verstandiger. Wij wachten met ons jaaroverzicht tot 1 januari, dat wil zeggen tot de eerste dag na 1 januari dat niemand op de redactie met een nieuwjaarsreceptiekater kampt. Vandaag is die mooie dag aangebroken.

Omdat we er anders niet uitraakten, heeft elke redacteur zijn eigen top-5 van belangrijkste feiten samengesteld. Voor de prijs van één krijgt u hier dus vier jaaroverzichten. Wat een voordelige zender zijn wij toch.

Lees meer »