Skip to content

Belezen, wijs, bedachtzaam schrijft hij zijn erudiete stukken, pent hij ze ernstig neer

5 augustus 2013

Wat rest de journalist om zijn imago mee op te blinken? Dat hij niet kan schrijven, is al lang geleden aangetoond. Vandaag beschikt hij evenmin nog over vakkennis; de journalist is generalist. En sinds het internet kan iedereen met de groten der aarde een babbeltje slaan. Opscheppen dat je laatst nog met Theo Francken stond te kletsen lukt niet meer. Francken kletst met iederéén. Wat rest hem nog, de journalist?

Intellectualiteit! Een prachtbegrip, dat tegelijk exclusief klinkt en vaag is, en dat maakt het aantrekkelijk én gemakkelijk voor journalisten om zich dat imago aan te meten. Dat doen zij dan ook: Rik Van Cauwelaert en Joël De Ceulaer voorop natuurlijk, maar ook volksere types als Yves Desmet laten graag terloops merken hoe belezen zij zijn.

Toch klinkt dit gemakkelijker dan het is en jonge veulens willen zich nog wel eens vergalopperen. Dit weekend lazen wij een opinietje van Maarten Goethals in De Standaard. Zo begint hij:

Het onzichtbare zichtbaar maken. Het subtiele mysterie tussen licht en duisternis fluisterend ontlokken en tegelijk, in de kwetsbare pracht, sacraal bezweren. De fonkelende oneindigheid van het extatische moment in één blik eeuwig vastleggen. Uit deemoed, overmoed of beate devotie.

Dat staat er dus echt : “Het subtiele mysterie tussen licht en duisternis fluisterend ontlokken”. Goethals probeert er nog onderuit te komen:

Dat doet kunst. Toch volgens de definitie van Marc Dubois, de architect die gisteren in deze krant van leer trok tegen de barbarij in Brugge.

Tevergeefs. Wij hebben het stuk van Dubois gelezen, en die laat zich nergens zo hoogdravend uit. Goethals echter, draaft door:

Net omdat het paviljoen niet waarmaakte wat kunst vermag volgens Dubois: ontroeren, meevoeren, het transcendente spel van licht tijdelijk in de immanentie van het aluminium vangen.

Niet zo met het fragiele werk van de Japanse kunstenaar. Want eeuwig onbegrepen. Te ver gezocht. Intellectueel hermetisch, emotioneel kil.

Daarvoor was het kunstwerk zelf te opvallend, te aanwezig, hautain en provocerend. Afstandelijk ook, en lachwekkend. De ruimte die het creëerde voor de waarheid van het onzichtbare, werd overschaduwd door de vijandigheid die het opriep.

Enzoverder, nietwaar. Gelukkig telt het stuk maar 303 woorden. 42 daarvan, wij hebben het nageteld, zijn adjectieven.

De bescheiden, ware intellectuelen weten dat de groten adjectieven schuwen:

When you catch an adjective, kill it. No, I don’t mean utterly, but kill most of them—then the rest will be valuable. They weaken when they are close together. They give strength when they are wide apart. An adjective habit, or a wordy, diffuse, flowery habit, once fastened upon a person, is as hard to get rid of as any other vice.

Dat zei S.L. Clemens, schrijver, letterzetter, journalist (en nog veel meer). Wij vrezen dat hij gelijk heeft.

LINKS:

One Comment leave one →
  1. Matthias permalink
    6 augustus 2013 18:32

    Groot gelijk. Schandalig ook dat De Standaard een politiek journalist zo’n wartaal laat schrijven over architectuur. Schoenmaker blijf bij je leest.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s