Skip to content

Dat ieder leze wat hem toekomt

2 mei 2013

Wij hebben wel eens iets lelijks gezegd over Achille van den Branden, maar eigenlijk lezen wij zijn blog best graag. Met mate, dat spreekt, maar we lezen hem. En zo ging er toch een beetje een steek door ons hart toen van den Branden zo onbarmhartig over Roald Dahl schreef.

Ergens heeft hij gelijk, want Ieorg Idur is wat ons betreft inderdaad één van de slapste dingen die Dahl geschreven heeft. Maar van den Brande maakt volgens ons wel een cruciale fout: hij leest kinderboeken als volwassene, en gebruikt daarbij de criteria van een volwassene om die boeken te beoordelen:

Het enige leuke aan Ieorg Idur — lees: het enige waar je als volwassene ook benieuwd naar bent, het einde is immers te voorspelbaar voor woorden — is hoe meneer Hoppe het zaakje afhandelt na zijn rondje blufpoker.

Dat is niet helemaal eerlijk, vinden wij. Een kind leest zo’n boek anders dan een volwassene. Is het dan überhaupt wel een goed idee om als volwassene kinderboeken te lezen? Wat ons betreft niet. Kinderboeken zijn voor kinderen, die iets anders verwachten van een boek dan volwassenen. Wat zou je daar je tijd energie in stoppen? Toch is dat wat van den Brande doet:

Dus heeft Roald Dahl nooit een rol gespeeld wanneer hij dat had moeten doen, en haal ik nu de lectuur van zijn kinderboeken wat plichtmatig in. Zonder veel enthousiasme.

Dat is des te spijtiger, omdat Roald Dahl ook werk voor volwassenen heeft geschreven. Wij raden Achille van den Branden aan om die kinderboeken links te laten liggen en de boeken van Dahl te lezen die ook voor hem bedoeld zijn. Niet alleen omdat zijn oordeel over Dahl dan wellicht milder zal zijn, maar ook omdat het zonde is om kostbare leestijd te verspillen aan iets waar je geen enthousiasme voor kan opbrengen.

Van die verhalen heeft de roman My Uncle Oswald, qua stijl en plot, het meeste weg van zijn kinderboeken (en dat is positief bedoeld). Maar het onderwerp van de menselijke voortplantingsdrang is weinig geschikt voor kinderen, en wij vonden de ontknoping bijzonder verrassend. Wie had dat gedacht van oom Oswald!? Wij niet!

Verder af van de kinderboeken staan zijn kortverhalen, waarvan hij er een hele reeks geschreven heeft. De kwaliteit varieert van ‘wel goed’ tot ‘ronduit briljant’. Tot onze favorieten behoren Mr. Feasy, Parson’s Pleasure en Taste. 

Dit zijn volgens ons van de allerbeste kortverhalen die ooit geschreven zijn en ooit geschreven zullen worden. Maar lees ze allemaal, bijvoorbeeld elke avond één net voor je het nachtlampje uitdoet. Zelfs de minder goede zijn de moeite waard.

Wie toch per se een jeugdboek van Dahl wil lezen als volwassene: probeer dan liever Boy, een autobiografische roman over zijn jeugd en vroege wasdom.

Wie dat allemaal gelezen heeft, en dan nog negatief kan schrijven over Roald Dahl — wel, die is ongetwijfeld een onmens, maar zijn oordeel zal dan gegrond zijn. Maar de kans is veel groter dat hij Roald Dahl dan in zijn hart gesloten heeft, en hem Ieorg Idur vergeeft als een stommig tussendoortje, omdat de boog nu eenmaal niet altijd gespannen kan staan.

LINKS:

5 reacties leave one →
  1. 2 mei 2013 22:15

    Een goede recensie, het soort dat ik steeds minder aantref in algemene publieksmedia, neemt niet per se de maat van een boek. In de eerste plaats is het het verslag van een ontmoeting. Een ontmoeting tussen een boek en een particuliere lezer. Een ontmoeting op een particulier moment ook, want die lezer evolueert. Ik ben een volwassene die een kinderboek leest. Beide aspecten geef ik netjes aan, dus is niets mis met wat volgt. Wat volgt is een eerlijke weergave van wat het boek met me deed. Mocht iedereen dat eens doen…

    U verwart de geplogenheden van een commercieel publieksmedium, zoals een krant, met die van een weblog. In dagbladen moeten recensenten hun autobiografie en leesbagage buiten beeld houden. De wetten van dat medium dicteren de stijlfiguur van de ordalie: hier spreekt de stem van God. Maar die persoonlijke factoren wegen wel zwaar door, ook bij de “pro’s”. Het weblog is net een vrijhaven voor het persoonlijke, het niet-geformatteerde.

    Boy las ik anderhalf decennium geleden, geloof ik. Maar er staat me niets meer van bij. Herlezing dringt zich dus op. Ook uw andere leestips neem ik ter harte. Al wreekt zich wel een beetje dat ik Boeklog hoger inschat als boekbeoordelaar dan Emile Plasky.

  2. 3 mei 2013 10:25

    Als Emiles kritiek op uw recensie onterecht is omdat uw recensie zich bevindt op een weblog, dan verklaart u meteen uw eigen kritiek op zijn geweblogd commentaar tot onvermogend. Het debat wordt zo wel erg futiel, vindt u niet?

    Maar als we elkaar het meningsverschil gunnen, als stervelingen in de blogosfeer, dan ben ik het ook oneens met een deel van uw argumentatie. Een recensent in de krant moet net niét zijn leesbagage buiten beeld houden. Die kan bijvoorbeeld helpen om het alom geprezen “Oogklepdenken” van Ruben Mersch te ontmaskeren als een flauw doorslagje van Daniel Kahnemans standaardwerk “Thinking fast and slow”. En als ik een hoogst persoonlijke ontmoeting met dat werk heb gehad, dan zal ik op het particulier moment waarop de krantenrecensent zich onwetend toont, moeilijk kunnen weerstaan aan het verslag van de ontmoeting tussen mijn leesbagage en de kattebel van Mersch.

    Ten slotte wil ik u danken en prijzen voor het woord ordalie. Niet alleen heeft u me een poëtisch synoniem aan de hand gedaan voor het nogal plechtstatige “godsgericht” maar vooral de schijnbare ethymologische verwantschap met “oordeel” houdt me bezig.

  3. 6 mei 2013 16:56

    Waar zeg ik dat zijn kritiek onterecht is omdát het kritiek op een weblogpost betreft? Ik verdedig de persoonlijke insteek in de passage waar u op doelt. Ik zeg niet dat de persoonlijke insteek me onschendbaar maakt.

    Wie alleen Plasky’s berichtje leest, krijgt misschien de indruk dat ik niet wist dat het een kinderboek betrof en dat mijn volwassen leesmethoden daar als een tang op een varken op zouden passen. Daar was het me om te doen.

    Want neen, kinderboek, volwassene, dat geef ik allemaal netjes aan. Die informatie zorgt ervoor dat mijn mening gelegitimeerd is — niet omdat die mening juist is in plaats van fout, want dan zitten we op het terrein van de categoriefout, maar omdat door die informatie de toevallige passant die mening kan taxeren. Meer kan je niet doen. Aangeven waar je oogkleppen mogelijk zitten.

    Of die mening waardevol is, moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Maar ze lijkt me alvast een paar graden minder pretentieus dan het oordeel van de volwassene die, op objectieve toon kinderboeken recenserend, voorgeeft zich nog perfect te kunnen verplaatsen in de leefwereld van een kind.

    Interessanter aan mijn recensie is in mijn ogen de opmerking dat de sympathieke tekeningen van Quentin Blake de aandacht afleiden van de seksistische stereotiepen van Dahl.

    Plasky roept me ergens op mijn “kostbare leestijd niet te verspillen” aan iets waar ik geen enthousiasme voor kan opbrengen. Een mens vraagt zich af waarom hij zich dan wel kwelt met het lezen van onze fantastische nationale kranten, om die dan, en wat mij betreft terecht, te bekritiseren.

    Nog een ander misverstand. Wanneer ik schrijf: “In dagbladen moeten recensenten hun autobiografie en leesbagage buiten beeld houden” dan bedoel ik niet dat ze dat moeten van míj. Ik bedoel: om een of andere reden is dat de gewoonte in algemene publieksmedia, en ik heb er juist evenveel bedenkingen bij als u.

    Over oogkleppen gesproken. Dat Mersch schatplichtig is aan Kahneman kon u lezen op mijn weblog. We hebben meer gemeen dan u denkt.

  4. 6 mei 2013 17:21

    Ik vind niet dat ik er ergens een misverstand over laat bestaan dat Achille weet dat hij een kinderboek aan het lezen is. Hij geeft het netjes aan en dat is inderdaad wat de recensent moet doen, om zijn lezer te helpen de recensie te recenseren.

    Ik vind alleen dat je elk boek moet beoordelen op zijn bedoeling. Ik zal bij mijn eindoordeel over Afghanistan: a Cultural and Political History niet over de droge schrijfstijl van Thomas Barfield vallen: het is een academisch werk. Evenmin val ik over de wetenschappelijke incorrecties in Dood in Venetië van Thomas Mann.

    En net zo denk ik dat het nodig is om een kinderboek te beoordelen op wat kinderen van een boek verwachten. Achille stelt dat het pretentieus is wanneer de recensent pretendeert zich perfect te kunnen verplaatsen in de leefwereld van het kind, en dat is ook zo, maar waarom zou hij dat pretenderen? Hij zou evengoed, net zoals Achille zelf doet, kunnen aangeven waar zijn oogkleppen zitten.

    Je kan in de discussie over twee soorten kritiek namelijk niet de ene pretentie toeschrijven en haar dan op basis daarvan afkeuren. Niet wanneer die pretentie geen essentieel onderdeel van die kritiek is, en evengoed op de andere soort toepasbaar zou kunnen zijn. Dat is geen argument, dat is een retorische truuk. Ik blijf er dus bij dat kinderboeken beoordelen op de standaarden van volwassenen eigenlijk niet eerlijk is.

    Dat ik zelf elke dag artikels lees waarvan ik op voorhand al weet dat ze waardeloos zullen zijn, doe ik ook alleen maar omdat het moet. Je moet heel wat, als broer van Auguste.

    Overigens heeft ‘ordalie’ volgens mijn etymologische naspeuringen inderdaad dezelfde wortels als ‘oordeel’. Dat doet je vast plezier, Knotwilg.

  5. 6 mei 2013 19:18

    Elk boek beoordelen op zijn bedoeling. Klinkt nobel, slaat nergens op. Een racistisch traktaat moet dus beoordeeld worden op de mate van xenofobie dat het bij de lezer aanwakkert?

    Waarom zou je niet vallen over een droge schrijfstijl? Genoeg academische werken die sprankelen; het leven is kort. Waarom zou je een romanschrijver wetenschappelijke incorrecties toestaan, wanneer zijn boek speelt in een realistische setting? Die strengheid zal nooit de regel zijn, maar kan best. Laat veel bloemen bloeien.

    Wie kent er de bedoelingen van Roald Dahl met dit boek? Anders dan een leuk boek te schrijven voor een kind? Ik niet. En wat is dat dan, een ‘leuk boek’? En wat is ‘een kind’? Is dat niet de meest retorische truuk van allemaal? Dat we weten hoe ‘een kind’ reageert op boeken, terwijl er kinderen in alle soorten en maten bestaan?

    Ik ken de ene soort kritiek niet per se meer pretentie toe. Ik heb het letterlijk over volwassenen die kinderboeken “op objectieve toon recenseren”. Wanneer die volwassene zijn oogkleppen aangeeft, valt die objectieve toon weg, en dus mijn knorrigheid daarover.

    Ik denk wel dat de ‘objectieve toon’ de regel is, in bladen als De leeswelp. Misschien dat de pretentie daarover minder opvalt wanneer de recensie positief uitdraait. De volwassene heeft — als volwassene — plezier beleefd aan het boek, en stelt dat stilzwijgend gelijk met het oordeel ‘een goed boek voor kinderen’.

    Quid Dahls stereotypie? Moeten we daar ook over zwijgen omdat kinderen nog niet aanvoelen wat seksisme is?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s