Skip to content

De rehabilitatie van de Amerikaanse misdaadroman

16 april 2013

Moderne Amerikaanse misdaadschrijvers, moet een mens die eigenlijk wel lezen? Ik heb lang gedacht van niet. Die overtuiging steunde op persoonlijk empirisch bewijs. Ik had één roman van David Baldacci, één van Patricia Cornwell en één van George Pelicanos gelezen – alledrie klinkende namen, toch?

Helaas: Baldacci vond ik ongeïnspireerde broodschrijverij, Cornwell verveelde me met al haar technische details (en met haar belachelijke hoofdpersonage Scarpetta) en George Pelicanos was wel heel erg middelmatig.

Op een koude winterdag trof ik echter James Ellroys Strikt Vertrouwelijk (L.A. Confidential) aan in een verlaten boekenkast. Vertaald door een Nederlander (altijd een slecht idee bij misdaadverhalen) en bovendien verschrikkelijk slecht uitgegeven (de thrillercollectie van De Standaard van destijds).

De eerste vijftig pagina’s heb ik aarzelend gelezen, Ellroys schrijfstijl ligt me niet zo. De volgende honderd pagina’s heb ik geamuseerd gelezen en daarna heb ik het boek obsessief verslonden. Wat een geschifte plot, wat een krankzinnige personages!

Eén minpuntje slechts: de ontknoping viel een beetje tegen. Jammer toch, in een detectiveverhaal.

Een einde, maar geen oplossing

Ik heb nog nooit een roman met zo’n complex gestructureerde misdaadplot gelezen als L.A. Confidential. En het wordt nog verwarrender gemaakt door je als lezer de hypotheses van de rechercheurs te laten volgen. Maar die hypotheses worden sterk beïnvloed door hun eigen, sterk gekleurde visies.

De lezer heeft dus – net zoals de personages – nooit echt een duidelijk zicht op het geheel aan misdaden, mogelijke misdaden, mogelijke verdachten en vooral niet op hoe die allemaal in verband staan met mekaar.

Op zich is dat geen probleem. Het wordt pas een probleem bij de ontknoping, want dan wil ik als lezer toch graag een totaalbeeld van de puzzel. Niet dat er geen enkel los eindje meer mag zijn en dat alles perfect uitgeklaard moet worden. Laat gerust onduidelijkheid bestaan over een aantal motieven, dat is leuk speculeren voor de lezer nadien. Maar klaar op z’n minst de feiten uit: wie heeft welke moord gepleegd?

Maar die opheldering komt er niet. Niet écht. Over veel zaken blijft onduidelijkheid bestaan. Eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet wat die zesvoudige moord nu eigenlijk precies te maken heeft met de moord op de journalist en die op de twee broers, behalve dan dat alle daders aan hetzelfde milieu te linken zijn.

De god uit de machine

Maar ik heb nog een tweede en veel groter probleem met de ontknoping. Er valt een beetje té veel op zijn plaats, en van te ver. De oplossing van de moord op de journalist, bijvoorbeeld, scheept ons op met een dader (daders) en motieven die geen enkele lezer ooit had kunnen zien aankomen. Het is niets minder dan een deus ex machina.

Maar een detectiveroman staat of valt met de plot. Die moet een moeilijk evenwicht vinden:  langs de ene kant ingewikkeld genoeg om te blijven boeien, langs de andere kant ook weer niet zo ingewikkeld dat je als lezer niets anders kan doen dan hulpeloos wachten op Poirots uitleg in het laatste hoofdstuk.

Zonder dergelijke plot heb je ofwel een slechte detectiveroman geschreven, zoals Paul Van Den Driessches Moord in de senaat, ofwel een goede roman die eigenlijk geen detective is, zoals Paul Austers City of Glass.

L.A. Confidential geeft je van beiden een beetje: je kan als lezer meedenken, hypotheses opstellen en verdachten vermoeden. Maar op het einde blijkt de oplossing uit zo’n totaal andere hoek te komen, dat je dat evengoed niet had kunnen doen. De lezer moet zijn theorieën niet bijstellen, hij moet ze gewoon overboord gooien.

Hierin zit een erg slechte moraal: honderden pagina’s lang levert verbeten speurwerk door de rechercheurs (en de lezer) geen tastbaar resultaat op. Verdachten liegen, zwijgen, of weten niets, ook niet als ze onder druk worden gezet met geweld, leugendetectoren of psychotica.

Weinig realistisch voor noir

Maar in de laatste vijftig pagina’s krijgt een rechercheur een briljante inval (hij legt een verband dat geen enkele andere rechercheur, laat staan de lezer, kan leggen) en plots biecht een betrokkene braafjes het hele verhaal op. Hopla, mysterie opgelost.

Hier raken we aan het derde zwakke punt van de ontknoping, namelijk het realisme. Raymond Chandler wees er al op dat realisme een belangrijk aspect van de detectiveroman is. Liefhebbers van Father Brown en Sherlock Holmes moeten het daar niet mee eens zijn, maar het is wel een wezenlijk kenmerk van het noir-genre, en zeker één van de sterktes ervan. L.A. Confidential hoort qua stijl absoluut thuis bij de noirs.

Welnu: leugenachtige, zwijgzame en onwetende verdachten, dat lijkt ons perfect realistisch. Het helpt ons niet vooruit in het mysterie, maar het is wel realistisch. Maar een medeplichtige die, zonder dat hij met bewijsmateriaal ernstig onder druk wordt gezet, plots het hele verhaal ophoest: dat vinden wij niet realistisch. En dat stoort ons.

Ellroy zelf past wel uitstekend in één van zijn boeken.

Ellroy zelf past beter in een neo-noirroman dan de ontknoping van zijn roman.

Samengevat: de ontknoping van L.A. Confidential schept niet genoeg duidelijkheid, is vergezocht, is niet realistisch. Desalniettemin: een dijk van een politieroman. Wat een geschifte personages, wat een krankzinnige plot.

De moderne Amerikaanse misdaadroman is bij deze gelegitimeerd. Die boekenbon heb ik gebruikt om de rest van Ellroys romans over het naoorlogse Los Angeles te kopen. In het Engels.

11 reacties leave one →
  1. Kaat permalink
    16 april 2013 21:18

    “Op een koude winterdag trof ik echter James Ellroys Strikt Vertrouwelijk (L.A. Confidential) aan in een verlaten boekenkast.”
    “Ellroys schrijfstijl”
    “Op zich”
    “Die moet een moeilijke evenwicht vinden”
    Paul Vandendriesche?
    “Raymond Chandler wees er al op dat realisme is een belangrijk aspect van de detectiveroman is.”
    “Ellroys romans”

  2. 17 april 2013 09:22

    Bedankt, eindredactie, voor uw pertinente opmerkingen.

    Alleen dat van die genitieven, daar zijn wij het niet mee eens: er komt alleen aan apostrof na een lange medeklinker, en de ‘y’ in ‘Ellroy’ is dat beslist niet. Naar analogie met ‘Disneys imperium’ schrijven wij dus ‘Ellroys romans’.

    En uw fixatie met ‘op zich’ hebben wij ook nooit begrepen. U vindt zoiets een germanisme, geloven wij. Maar daar vinden wij verder weinig aanwijzingen voor, en bovendien: wat is er mis met een goed germanisme?

  3. Kaat permalink
    17 april 2013 23:16

    Een germanisme is taalvervuiling. Correct Nederlands is ‘op zichzelf’. ‘Zich’ mag u alleen gebruiken bij een wederkerend werkwoord: ‘Emile vergist zich wel vaker.’

  4. 18 april 2013 10:28

    Die uitleg had ik nog nooit gehoord, dus alvast bedankt daarvoor. Het klinkt zinnig, maar ik vrees dat ik het er toch mee oneens moet zijn.

    Ik vind alvast geen referentie naar dit probleem op taaladvies.net en edities van Van Dale maken al sinds minstens 1995 een verschil tussen ‘op zich’ (‘zonder de omstandigheden in aanmerkingen te nemen, los van iets anders beschouwd’) en ‘op zichzelf’ (‘alleen’).

    Ik ben bereid me over andere, papieren naslagwerken te buigen, maar ik vind dit wel een duidelijk en nuttig onderscheid tussen de twee uitdrukkingen. Laat het een germanisme zijn, mij lijkt het een goed germanisme.

    Ik wil het best eens hebben over taalvervuiling, maar alleen als u me belooft dat u geen leerkracht Nederlands bent. Leerkrachten Nederlands hebben veel verdiensten, maar abstractie maken van hun normatieve dogma’s kunnen ze zelden.

  5. Kaat permalink
    19 april 2013 23:05

    Ik verklap u hoe ik mijn dagelijks brood verdien als u me vertelt hoe u dat doet.

  6. 22 april 2013 21:07

    Met plezier hernemen wij onze positie aan de rear window om dit geflikflooi gade te slaan.

  7. 23 april 2013 11:35

    Nou ja. Ik vraag u niet hoe u uw dagelijks brood verdient, want dat interesseert me helemaal niet. Ik verduidelijk alleen de condities waarop ik over taalvervuiling zou discussiëren. Wenst u aan die condities niet tegemoet te komen, dan is dat mij opperbest.

  8. Kaat permalink
    23 april 2013 18:42

    Ik beloof u dat ik geen leerkracht ben.

  9. 24 april 2013 10:03

    Dan ben ik bereid twee stellingen te poneren:

    1. Het Engels, dat vandaag zo geroemd wordt om zijn rijke woordenschat en de vele mogelijkheden die dat schept voor schrijvers en poëten, zou lang zo rijk niet zijn als de Franse invloed duizend jaar geleden was afgeblokt.

    2. Als Simon Stevin vandaag had geleefd, zou de prachtige en unieke wiskundige terminologie waarop het Nederlands nu kan bogen, afgekeurd zijn.

    Verrijking (het verruimen van het vocabularium van een taal) gebeurt vaak door het opnemen van elementen van een vreemde taal of juist onder druk van een vreemde taal. Vandaag is het ene officieel verboden als barbarisme, het andere als purisme. Die twee verschijnsels worden allebei als vervuiling beschouwd.

    We willen daarmee onze taal zuiver houden, maar het is met talen zoals met kweekprogramma’s: het ras zuiver houden lijkt misschien een geweldig idee, maar een beetje vreemd bloed maakt het ras net sterker.

    Het mooie is natuurlijk dat dit soort discussies er eigenlijk niet echt toe doet, omdat talen zich meestal weinig aantrekken van wat officieel wel en niet mag, en gewoon evolueren zoals het hen uitkomt. Grote evoluties laten zichzelf zelden tegenhouden door opgeheven vingertjes.

    Ik wil daarmee niet pleiten voor slordig taalgebruik, maar wie zoals ik blijft herhalen dat ‘efficiënt’ niet hetzelfde is als ‘effectief’ (hierover schrijf ik dagelijks brieven naar allerhande redacties), moet wel beseffen dat hij een irrelevant achterhoedegevecht voert.

  10. 24 april 2013 16:53

    Ik was hier frenetiek aan het hoofdknikken in bevestigende zin, tot de laatste zelfrelativerende alinea verscheen, wellicht om de kansen op een druk aan Kaats boezem hoog te houden.

    Net als u, Plasky, ben ik niet rabiaat gekant tegen barbarismen of purismen, omdat zij onze taal verrijken. Ik kan zelfs nog afstand nemen van woordbeelden, als zij verschuiven (spaties in samenstellingen, onder Engelse druk), verzwakking van sterke werkwoorden (gemak versus nostalgie) en desnoods van semantische verschuivingen (een wijf was een vrouw, een vrouw een dame; zot is bezig een bijwoord te worden). Wanneer echter nuances verloren gaan omdat woorden door elkaar gebruikt worden, zoals effectief of efficiënt, dan is niet langer de tamelijk arbitraire drager van de gedachte de inzet van het ongenoegen, wel de gedachte zelf (ten overvloede: de mate waarin men resultaat bereikt, of die mate afgezet tegen de geleverde inspanning).

  11. 24 april 2013 20:44

    Dat mensen het verschil niet snappen tussen ‘efficiënt’ en ‘effectief’ is hoogst ergerlijk en ik durf het ronduit als taalverarming benoemen, omdat er een nuance verloren gaat wanneer dat verschil verloren gaat.
    Helaas maakt mijn gerechtvaardigde ergernis de evolutie niet minder reëel en onstopbaar. Een irrelevant achterhoedegevecht, dus. Met Kaats boezem heeft dit alles geen uitstaans.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s