Skip to content

#616

8 februari 2013

Toevallig raakten wij verzeild op het online project van Achille van den Branden. Van den Branden is een soort maniakale veellezer die over alles wat hij leest, ook nog eens schrijft. Wat je noemt een maniak dus. Het enige wat ons erger lijkt, is iemand die dan alle besprekingen van van den Branden leest.

Maar goed, we moeten het niet over Achille zelf hebben. Laat ons het eens hebben over zijn recensie van een leuk boekje van Hugo Matthysen: Joe Roxy verzameld. Van den Branden schrijft:

Joe Roxy beoefent voornamelijk het kwatrijn. Anders dan Drs. P. staat hem daarbij geen metrisch spierballengerol voor ogen, maar meligheid, opgewekt door licht absurdisme en de welgemikte dooddoener. Het onderstaande vers mag als exemplarisch gelden:

Mijn woorden zijn magische krachten
Vol ijzeren kleiduifgevoel
Diegenen die daar ooit mee lachten
Verkocht ik een dreun op hun smoel!

Zou het van den Branden zijn opgevallen dat dit exemplarisch gedicht metrisch sluit als een bus? Het andere, “klassieke” gedicht dat hij citeert sluit metrisch al even hermetisch. Meer spierballengerol hoeft dat niet te zijn.

LINKS:

11 reacties leave one →
  1. 8 februari 2013 20:51

    Dat dit soort light verse metrisch niet in orde zou zijn, dat zou er nog aan ontbreken. Met metrisch spierballengerol wordt bedoeld: binnen het keurslijf van reguliere schrijftaal mooie, verrassende dingen doen. Eigen woorden brouwen (“kleiduifgevoel”) is het jezelf makkelijk maken. Geen spierballengerol dus.

  2. 10 februari 2013 14:49

    Misschien is het omdat zelfs het lichte vers tegenwoordig zodanig aan metrisch verval onderhevig is (beluister onze uitzending over de Kwatrijnen in De Standaard), dat wij een correct en consistent metrum al een hele krachttoer vinden.

  3. achillevandenbranden permalink
    10 februari 2013 17:45

    Fair enough. Waar dient de kwalificatie “maniakale veellezer” trouwens voor? Volgens onderzoek aan de VUB [.pdf] kijkt de Belg gemiddeld 2,5 uur televisie per dag. Toch haalt geen Belg het in zijn hoofd zichzelf “maniakale veelkijker” te noemen. Maar o wee als je 2,5 uur per dag leest. Dan wordt laatdunkendheid je deel, om redenen die me niet duidelijk zijn. Helemaal als de rest van je vrije tijd opgaat aan het neerschrijven van wat een boek bij je losmaakt. Kennelijk appeleren gepassioneerde lezers aan een onbehagen, een schuldgevoel bij velen, dat snel dient weggespoeld met een badinerend tekstje (“het enige wat ons erger lijkt…”). Dat net de gebroeders Plasky in die val trappen, verbaast me. Ik leer deze week: zelfs fijnbesnaarde mediacritici hebben een onderbuik.

  4. 10 februari 2013 19:06

    Wij willen hierin toegeeflijk zijn: wie 2,5 uur per dag tv kijkt, is een maniakale tv-kijker. Wij willen er niet aan denken dat zo iemand alles wat hij gezien heeft, begint te recenseren. Maar door erover te spreken, denken wij er natuurlijk toch aan: Jules Hanot! DM Magazine is elke week voor de helft gevuld met artikeltjes over alle programma’s die Hanot bekeken heeft, wil bekijken, zal bekijken en zou willen bekeken hebben. Weinig verheffende lectuur is dat. En wie leest dat trouwens allemaal? Potentieel geïnteresseerden zijn natuurlijk tv aan het kijken.

    Maar goed, het verschil is natuurlijk dat ik me niet kan voorstellen dat je 2,5 uur per dag naar tv wil kijken, terwijl 2,5 uur per dag lezen me nog wel prettig lijkt. Maar wie heeft in godsnaam zoveel vrije tijd? Pendelaars, wellicht. Maar wij wonen in Brussel. Onze dagen zijn gevuld met matig verloonde slavenarbeid en drinkgelagen in ons redactielokaal.

    Het is toch fraai dat u ons fijnbesnaard noemt, want in de regel is de stijl van onze zender tamelijk badinerend. Over Yves Desmet en Tom Heremans mogen wij zeggen wat wij willen – dat is dan blijkbaar fijnbesnaard. Maar hebben wij het badinerend over Achille van den Branden, dan niet meer. Wij leren vandaag: zelfs intelligente veellezers kunnen zich bezondigen aan selectieve verontwaardiging.

  5. achillevandenbranden permalink
    10 februari 2013 19:55

    [Noot aan zelf: je niet dubbelzinnig uitdrukken vis-à-vis een der broers Plasky. Dat schiet niet op.] Ik probeer opnieuw. “Fijnbesnaard” acht ik de broers omdat zij af en toe, en alleen in zoverre zij af en toe, badinerend of niet, een inhoudelijk manco aan kunnen wijzen. Rond de dood van Malcolm X is alle mist niet opgetrokken (pace Naegels). Charles Woeste was minister van Justitie (pace Brinckman). In die context is gebadineer (een alomtegenwoordige modus, bekend van radio en televisie, columns en lange columns (‘opiniestukken’), recensies in kwantiteitskranten, vul zelf verder aan…) nog net te harden. Die context ontbreekt op Radio Plasky vaker dan mijn lankmoedige lof -mijn suikerspiegel staat laag vandaag- even deed uitschijnen.

  6. 10 februari 2013 21:43

    Wij verkeerden abusievelijk in de veronderstelling dat ‘fijnbesnaard’ een kwalificatie van onze emotionele beschaving betrof. In die interpretatie meenden wij een soort ongerijmdheid met het verwijt van gebadineer op te merken. Maar ‘fijnbesnaard’ slaat dus op het bezit van encyclopedische kennis of iets dergelijks (en daarmee vervalt de ongerijmdheid). Toch goed dat u dat er bijvertelt, want wanneer eerder zeldzame varianten van een betekenis gebruikt worden, ligt dubbelzinnigheid inderdaad altijd op de loer.

    Laat ons vandaag dan vooral geleerd hebben dat wij, aan welke type diabetes wij ook mogen lijden, altijd uiterst behoedzaam moeten omspringen met lankmoedige lofbetuigingen.

  7. 11 februari 2013 10:07

    We zijn er bijna, maar nog niet helemaal. Boft u even dat me werkelijk geen toevoeging te veel is om de Plasky’s volledig ter bestemming te krijgen.

    Met encyclopedische kennis heeft het niet per se te maken. Alleen getuigt het, in mijn ogen, van goede smaak, van wellevendheid dus (voorwaar geen “zeldzame” betekenisvariant van ‘fijnbesnaardheid’), om bij het ten gehore brengen van een kritische noot meteen te voorzien in een valabel alternatief. Door zelf te tonen hoe het beter kan, of door te verwijzen naar derden die beter kunnen.

    Alléén badineren, zonder de gewraakte wanklank te overstemmen met zuiverder gezang, is, opnieuw in mijn ogen (en ik sluit de mogelijkheid niet uit dat mijn zicht er al op achteruitgaat), zelfbevlekking. Nu staat het verre van mij de al wat oudere heren Plasky dit particuliere genoegen te ontzeggen. Maar zij begrijpen dat wanneer in dat proces mijn kleren bespat raken, ik protest durf aantekenen.

    Wellevendheid bestaat er ook in de tegenstrever het laatste woord te gunnen. Krijgt u dat van me. Laat ik me nu weer op mijn eigen winkeltje concentreren.

  8. 11 februari 2013 12:29

    Meneer van den Brande, u drukt zich werkelijk in zeer fraai proza uit, maar u zou daarin toch efficiënter moeten proberen zijn. Sloeg ‘fijnbesnaard zijn’ eerst nog op het kunnen “aanwijzen van een inhoudelijk manco”, dan wordt nu ook nog gevraagd dat wij in een “valabel alternatief” voorzien. Zo blijft u maar schipperen met dat woord. Misschien is het goed dat u ons hierbij het laatste woord gunt, want wie weet met welke definities zou u nog meer zijn komen aandraven.

    Maar goed, wij passen ons aan: fijnbesnaardheid vereist dus het aanreiken van alternatieven. Nu kunnen wij ons niet herinneren dat wij, in de door u aangehaalde uitzendingen, Brinckman of Naegels een valabel alternatief hebben aangeboden voor hun falen. Brinckman zijn schrijven noemen we ‘tamelijk stom’, dat van Naegels schertsend ‘briljante retoriek’. Wij hebben hun inhoudelijke manco’s verbeterd, op badinerende wijze, meer niet.

    Bij Brinckman en Naegels mogen wij dat, en dan getuigt het van onze fijne besnaring. Bij Achille van den Brande niet. Zo komen wij, en dat is toch tamelijk vervelend, weer uit op die selectieve verontwaardiging.

    Maar dat is een gemeen verwijt, en u heeft ons ondanks alles toch gecharmeerd met uw argumentatie. Staat u ons daarom toe om het proces te maken van uw bedoelingen, net zoals u het onze heeft gemaakt met uw stelling dat wij u bespotten uit een soort van onbehagen over uw belezenheid.

    Wat u eigenlijk wou zeggen, was het volgende: zulke spot van ons verbaasde u, omdat u in de veronderstelling verkeerde dat wij ook graag en veel boeken lazen. Om dat welluidender te laten klinken, gebruikte u die verdraaide want helaas niet helemaal toepasselijke term ‘fijnbesnaard’. Enkele alternatieven die u de ellende van deze conversatie bespaard hadden: ‘erudiet’, ‘belezen’, ‘ontwikkeld’.

  9. 19 februari 2013 10:46

    Het staat eenieder vrij betekenis te verlenen aan woorden maar de ethymologie heeft haar rechten. “Fijnbesnaard” betekent “voorzien van fijne snaren”. Als ijverig gitaarspeler verbeeld ik me daarbij snaren met een diameter van een honderste van een inch, dus zowat een kwart millimeter. Met zulke fijne snaren is het opletten geblazen dat ze niet springen maar je kan er anderzijds een zachte en subtiele speelwijze mee bereiken.

    Het valt dus zeer goed te begrijpen dat het Nederlands deze metafoor uit de wereld der muziekinstrumenten heeft gebruikt om een persoon te omschrijven als gevoelig, met oog voor beide aspecten: in staat om subtiel en zachtmoedig zijn gedachten en gevoelens te verwoorden, maar ook zeer breekbaar. Dit naamwoord bij de heren Plasky voegen, tovert een brede glimlach op mijn lippen en niet wegens de plotse herkenning.

    Misschien valt dit slecht gekozen woord, met alle bochten waarin men zich daarna moet wringen, te verklaren vanuit de ruimere tendens in progressieve kringen om het woord “fijn” te gebruiken in betekenissen die het niet heeft. Vaker dan lief krijg ik bijvoorbeeld de aanhef te lezen “dag fijne mensen”. Beevees betitelen mekaar vaak als fijn mens, tenzij het natuurlijk een straffe madam betreft. Misschien schurkte Achille van den Branden zich tegen dat milieu aan met zijn wilde interpretatie van het al te gevoelige “fijnbesnaard”.

  10. 20 februari 2013 15:41

    Omdat ik het vakje ter attendering van nieuwe berichten heb aangevinkt, blijft deze thread maar opspelen in mijn mailbox. En dan stel ik vast: mijn inborst van zachte heelmeester heeft weer eens een voortetterende wonde gemaakt. Dat noopt me toch weer tot een reactie, een nieuw voorlaatste woord. Omdat ik helaas geen man ben die zichzelf een discussie bespaart. Ook al is die vergeefs — zelfs de grootst mogelijke efficiëntie, Emile Plasky, is niet opgewassen tegen de kwade wil van u en uw supporters om een definitie te laten samenvallen met al haar toepassingen.

    ‘Fijnbesnaard’ betekent onder meer ‘fijngevoelig’. Daarover zijn we het eens. Het woord slaat op de broosheid van het gestel van iemands geestesleven. Die frêle emotionele constitutie is echter slechts een uitgangspunt, een begintoestand.

    Zij kan inderdaad de motor zijn om fijngevoelig uit de hoek te komen en, bijvoorbeeld, zoals Knotwilg suggereert, subtiel en zachtmoedig zijn gedachten te uiten. Het staat u en dit geboomte echter niet vrij om ‘fijnbesnaard’ te beperken tot deze proactieve definitie.

    Men kan ook fijngevoelig zijn in een meer lijdzame betekenis van het woord. De fijne snaren zijn gespannen, afwachtend, in rust, tot ze plots door een externe kracht worden beroerd. Soms komt het tot een breuk, of andere ongelukken. Een enkele keer raakt de gitaar ontstemd, en komt de fijngevoelige natuur net daardoor in actie. Enig revanchisme hoeft een fijnbesnaard iemand niet vreemd te zijn.

    Mijn fout, die wil de ruiter in mij heus wel toegeven, is dat ik de man heb gelijkgeschakeld met zijn bijvoeglijk naamwoord: “de fijnbesnaarde broers Plasky”. Het is een shortcut die gemeengoed is in ons taalgebruik, maar inhoudelijk nergens op kan slaan. Geen man, geen broer, is altijd en ten eeuwigen dage fijnbesnaard.

    Fijnbesnaard, fijngevoelig, verfijnd, geraffineerd, wat u wil, tonen de broers Plasky zich waar zij ontregeld raken door inaccuratesses in de vaderlandse pers. Zij tonen zich daar veel gevoeliger voor dan een doorsnee specimen uit het journalistengild. Fouten doen hen zoveel pijn aan de ogen dat zij in het verweer komen. En webposts schrijven daarover. Eruditie is nodig om inhoudelijke manco’s überhaupt te herkennen. Geprikkeldheid noopt iemand tot daden, tot het aanwijzen van manco’s. Fijngevoeligheid is dan: niet volstaan met schelden maar die manco’s ook verbeteren (= een valabel alternatief voorstellen).

    Hun fijngevoeligheid uit zich ook in verzorgd taalgebruik. Zoals een punker de ijdeltuit in persoon is en zijn hanekam soigneert, zo gieten de Plasky’s hun grieven in keurig gemanicuurde volzinnen. Kromtaal, dubbelzinnigheid, taalveesten: dat raakt een zeer gevoelige snaar bij hen. Zij zijn daarin zelfs zo lichtgeraakt dat zij de kritiek van een toevallige passant (laten we haar ‘Kaat’ noemen) over een van hun eigen kromme zinsconstructies ter harte nemen en hun fouten stilzwijgend verbeteren om de kritiek zelf te kunnen verdonkeremanen.

    Misschien zijn de heren Plasky wel zo fijngevoelig dat zij net daarom het schild van het pseudoniem hanteren en zich daarbovenop verschuilen achter de pluralis majestatis. Allemaal maatregelen, lijkt mij, tegen rechtstreeks contact met de boze buitenwereld. Dat een laconieke, badinerende toon zou vloeken met fijnbesnaardheid, heer Knotwilg, vind ik naïef. U zou zich niet zo moeten blindstaren op uitwendigheden. Let op voor de strategieën van een fijngevoelig hart dat vertrappeld wordt!

    Dit zijn slechts enkele voorbeelden van gedrag die in mijn wereld doorgaan voor fijngevoelig. Ze zijn voor discussie vatbaar, zeker wel. U vindt ze niet in Van Dale terug. Daar staan alleen definities in, zelden de definitie in actie, laat staan de hele actieradius. Zelfs van het evidente “subtiel en zachtmoedig zijn gedachten en gevoelens verwoorden” maakt Van Dale geen melding. Woorden krijgen pas een duidelijke betekenis in een context en in contrast met andere woorden. Saussure, iemand?

    Ik blijf dus bij dat “fijnbesnaard”. Duidelijker kan ik mijn bedoelingen niet uitleggen. Ik ben aan het eind van mijn krachten gekomen. ‘Erudiet’, ‘belezen’, ‘ontwikkeld’ dekten mijn lading niet, waren geen valabele alternatieven. Ik heb ook geen ‘tof’ willen schrijven, zoals Knotwilg dacht.

    Zoals ik al zei had ik de broederschap Plasky niet mogen wegzetten met alleen maar dat ‘fijnbesnaard’. Zij kunnen ook grof zijn. Niet zozeer grof in de bek, maar alleszins grof genoeg om geen belang te hechten aan de correcte spelling van eigennamen, zelfs al zijn het die van opponenten. Grof zijn zij ook om plezier te scheppen in het verbeteren van andermans fouten en tegelijk de inspanningen te misprijzen om, via doorgedreven lectuur, minder fouten te maken.

    Grof, vooral, om de maat te nemen van websites die maar met een half oog bekeken werden, te kort alvast om er het werk van een collega-mediacriticaster in te herkennen. Een collega die geen machtspositie bezet zoals Naegels, Brinckman en noem de hele zwik maar op. (Dat ik belang hecht aan collegialiteit, is fijngevoeligheid van mij. Die neem ik mezelf best kwalijk. Iedereen heeft zijn kruis te dragen.)

    Ik beken, deze laatste grofheden waren me niet bekend. Indien wel, had ik me misschien onthouden van dat “fijnbesnaard”.

  11. 20 februari 2013 16:49

    Het is voorwaar een sluwe strategie: met ellenlange replieken (13 paragrafen) wenst u ons stiekem zover te krijgen dat wij óók maniakale veellezers worden! En bijna was dat u ook gelukt, maar net op tijd realiseerden wij ons dat wij een radiozender zijn en dat woorden hier niet gelezen maar gehoord worden. Oef!

    Wij weten niet zeker of u ons, ondanks uw uitgebreide toelichting van de term ‘fijnbesnaard’, nu gelijk geeft of niet met uw laatste twee zinnen, maar gemakkelijkheidshalve vinden wij van wel.

    Enkele kleine puntjes van kritiek zouden wij nog willen aanstippen (dat u ons een oppervlakkige lezing van uw werk verwijt, terwijl u in uw voorlaatste zin toegeeft ons ook niet echt goed te kennen), maar wie zou daar bij gebaat zijn? We kunnen zo wel blijven doorgaan, want hoe meer een mens schrijft, hoe meer fouten hij schrijft, maar mijn hoofdredacteur waarschuwt dat wij onze zendbreedte er veel te snel doorjagen op deze manier.

    Maar dat over de kritiek van Kaat moeten wij toch rechtzetten: de kritiek van de échte Kaat hebben wij nooit weggemoffeld. Helaas is die Kaat ontslapen. De nieuwe ‘Kaat’ beschouwen wij als een travestie, een goedkope imitatie die wel de scherpe blik maar niet de weldoende charme van het origineel demonstreert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s