Skip to content

Alsnog: een karton pralinen!

27 januari 2013

LOG20130127 23:59

In het redactielokaal zitten Emile en Maurice vier-op-een-rij te spelen. Omdat geen van beiden de spelregels echt snapt, schiet het spel niet goed op. Gelukkig doet dat er niet toe, want daar stormt Auguste alweer het redactielokaal binnen. De deur davert ditmaal niet in haar hengsels, maar wordt er woedend uitgetrapt. Nog nooit hebben Emile en Maurice hun hoofdredacteur zó kwaad gezien. Hij laait en briest en stoomt, en het lijkt zelfs alsof er geen tijd is voor drank…

Auguste: “Mannekes! Wat zijn dat hier voor manieren!? Het is een godgeklaagde schande!”
Emile: “Wat? Zijn er klachten?”
Maurice: “Waarover nu weer?”
Auguste: “Over de luistercijfers, snotapen! Waarover anders? Termen als drama, catastrofe en apocalyps zijn hier niet op hun plaats, omdat het belachelijke eufemismen zijn voor de crisis waarin we ons bevinden! We zijn de totale rampzaligheid vér voorbij!”
Maurice: “En is dat onze schuld?”
Emile: “Allicht. Wij verzorgen de uitzendingen. Toch, Auguste?”
Auguste: “Precies, Emile. Maurice, ge dacht toch niet dat het mijn schuld zou zijn?”
Maurice: “Nee, dat had ik moeten weten.”
Auguste: “Emileken, gij eerst. Uw uitzending over Bart Van Der Bellen. Weet gij hoeveel luisteraars mij dat gekost heeft?”
Emile: “Neen.”
Auguste: “Koester u dan maar in uw zalige ontwetendheid. Véél te veel, dát is hoeveel!”
Emile: “Maar ge kunt zo’n halvegare als Bart Van Belle toch ook niet fluitend zijn gangetje laten gaan? Die vent heeft plagiaat gepleegd, godbetert.”
Auguste: “Is dat een reden om er zoveel luisteraars mee aan te trekken?”
Emile: “Ik moet toegeven dat ik niet wist dat Van Belle zo wijdverbreid impopulair was, al verbaast het me nu ook weer niet. Vorige uitzendingen over zijn van elke journalistieke deontologie verstoken strapatsen hadden nooit zoveel beluisters. Maar ik zal er in de toekomst natuurlijk rekening mee houden, chef.”
Auguste: “Goed. Voor één keer zie ik het door de vingers. Mauriceken, denkt maar niet dat gij er zo gemakkelijk vanaf komt.”
Maurice: “Ik wijs er graag op dat ik heb helemaal niets over Bart Van Belle uitgezonden.”
Auguste: “Nee, en dat is het probleem. Ge zond niets uit over Bram Bellemans, niet over zijn gazet, zelfs niet over de pers in het algemeen.”
Maurice: “Is dat dan niet goed?”
Auguste: “Ge hebt nondegodversemiljaardedju een uitzending over uw pathetische werklozenbestaan geschreven! En met die afgezaagde, voorspelbare formule hebt ge een recordaantal luisteraars bereikt! Allerlei andere werklozen begonnen naar de studio te bellen om u bij te vallen!”
Emile: “’t Is waar. Ik heb een hele dag de hoorn alsmaar moeten opgooien. Mensen die zich ‘Dennis Den Dopper’ en zo noemden. Echt akelig.”
Auguste: “Die Lauren Heeffer, wier werk wij zéér terecht zo hard hebben afgebrand dat De Morgen haar rubriekske moest stopzetten, applaudiseerde voor u! Op Twitter was het gejuich van een heel leger luie, ongewassen, werkloze sukkels oorverdovend!”
Emile: “Tiens. Zit gij op Twitter, Auguste?”
Auguste: “Maurice, ge hebt het zover gedreven dat ik Knotwilg gelijk heb moeten geven! Knotwilg!”
Maurice: “Ja, okay, maar Knotwilg, dat is toch een respecta…”
Auguste: “Knotwilg is een luisteraar, Maurice. Een luis-te-raar! Ik heb een luisteraar gelijk moeten geven!”
Maurice: “Ja, wat zal ik zeggen…”
Auguste: “Niets! Gij gaat niets zeggen, Mauriceke, gij gaat eens heel goed luisteren. Ik, de grote Auguste F. Plasky, hoef dit niet te pikken. Ik hoef niet van mijn medewerkers te pikken dat ze mij en mijn glorieuze radiozender belachelijk maken. Een flauwe uitzending, alla, het overkomt de besten. Maar dat werkloos tuig onze redactietelefoon inpalmt, dat er meer luisteraars dan ooit op onze frequentie zitten, en dat ik één van hen gelijk heb moeten geven, dat gaat te ver! Ik zal maatregelen moeten treffen!”
Maurice: “Oei.”
Emile. “Ja. Amai. Oei.”
Auguste: “Ik vind het ook niet plezant, want tot nu toe volstonden gekaffer en gescheld om deze redactie in de pas te laten lopen, maar er is een grens overschreden. Maurice, ik zal u moeten degraderen!”
Maurice: “Degraderen?”
Auguste: “Ge wordt weer plattelandsneef! En dat blijft ge, tot ge uw strepen als volwaardig familielid weer verdiend hebt.”
Maurice: “…”

Maurice valt flauw en ploft voorover, op de redactietafel. Gelukkig staan er geen glazen. Emile en Auguste discussiëren heftig verder, zonder veel acht te slaan op de arme Maurice.

Emile: “Met alle respect, broer, hoofdredacteur – is dat niet wat drastisch?”
Auguste: “Natuurlijk is dat drastisch. Maar hebt gij soms een beter idee?”
Emile: “Wel, veel kwaad bloed is gezet door Knotwilg de Kaatprijs niet te geven. Net toen dat een beetje in orde leek te komen, heeft Maurice gelogen dat hij Knotwilg ter verzoening een karton pralinen heeft gestuurd. Ja, kijk, als mij valselijk een karton pralinen beloofd wordt, dan ben ik ook pisnijdig. En als Knotwilg niet zo scherp had gestaan, had gij hem nooit gelijk moeten geven. We hebben immers wel vaker flauwe uitzendingen, en zelden komt daar kritiek op.”
Auguste: “Kom ter zake, Emile. Wat stelt ge nu eigenlijk voor?”
Emile: “Dat ge Maurice verplicht alsnog de beloofde pralinen op te sturen naar Knotwilg. Met een handgeschreven kaartje met excuses.”
Auguste: “Excuses omdat hij de Kaatprijs niet kreeg! Ja, goed idee!”
Emile: “Euh, nee, die Kaatprijs, dat was mijn beslissing. Dat was natuurlijk een heel gerechtvaardigd besluit en daarvoor kan ik mij dus niet excuseren, laat staan dat Maurice dat kan.”
Auguste: “Excuses voor zijn onbesuisde jongelingengedrag, dan. En voor zijn gebrek aan opvoeding. Ik zal het er tijdens het Paasontbijt toch nog eens met zijn moeder over moeten hebben. Goed, Emile, gij moogt dit goede nieuws aan Maurice melden, wanneer hij weer is bijgekomen. Het was tenslotte uw idee. En schenk mij nu maar eens een goed glas Ierse whiskey in, dat ik wat kan bekomen van zoveel emotionaliteit.”
Emile: “Wat whisky zal Maurice ook deugd doen, denk ik.”
Auguste: “Whiskey! Niet whisky! Ik zei toch dat hij Iers moest zijn!”
Emile: “Ik wist niet dat gij Ierse whiskey dronk.”
Auguste: “Dat doe ik ook niet, eigenlijk… Weet ge wat, nu ik erover nadenk: geef die Ierse brol maar aan Maurice. En schenk mij een goed glas whisky in.”

LINKS:

One Comment leave one →
  1. 28 januari 2013 12:04

    Een met citrus of anijs
    mijn favoriete smaken
    Breng het zoetverdiend karton
    in allerijl ter Leien
    Ik zal het bakkeleien
    bulkend van tetrastichon
    meteen volmondig staken
    en omarm octaal mijn prijs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s