Skip to content

Eerst het metrum & het metrum eerst

13 augustus 2012

In een recente blogpost geeft Stanza ons de goede raad te schrappen bij het schrijven. Zeer goede raad, inderdaad, maar gaat de auteur niet wat kort door de bocht? Hij stelt: schrap bij het dichten alles wat niet strikt noodzakelijk is. Een strofe die weggelaten kan worden? Schrappen! Een regel teveel? Schrappen!! Een woord dat niet op z’n plaats staat? Schrappen!!!

Op zich zijn wij het hier laaiend mee eens. Het schrappen van strofes is aan te moedigen, als dat het verhaal tenminste niet beschadigt. Maar het schrappen van regels is al riskanter en het schrappen van woorden is ronduit link.

Regels en woorden zitten namelijk in een metrum, het ritme van de tekst dat bepaald wordt door welke lettergrepen beklemtoond zijn en welke niet. Als je woorden en dus lettergrepen begint te schrappen zonder ze kundig te vervangen, dan eindig je zonder metrum. En op De Schoolmeester na hebben wij niemand ooit goede metrumloze verzen weten schrijven.

Toch stelt Stanza:

Strofe twee start […] als volgt:
‘Start! Ik heb honger, en ik neem gerookte ham’
Het probleem hier is dat ik maar twee strofen heb (de derde was geschrapt!) en dat het dus raar is om “Start!” te roepen halverwege het lied, maar ik had een woord nodig om het metrum te completeren. Niks nodig, gewoon schrappen en een gitaaraanslag zal wel zorgen dat het metrum klopt. Probleem opgelost!

Probleem opgelost? Allerminst: de gitaaraanslag camoufleert het probleem in plaats van het op te lossen. Stanza gaat te licht over het metrum. Metrum is geen speeltje van de dichter, metrum maakt dat een tekst lóópt, dat hij werkt. Een tekst waarin het metrum wordt veronachtzaamd strompelt, struikelt en komt ten val.

Tekstueel zou Stanza er onzes inziens dan ook sterk op vooruitgaan als de tekstschrijver meer op het metrum zou letten. En om deze brutale stelling te onderbouwen,  hebben wij onze tanden gezet in het lied Tijdloos.

Tijdloos is een pastische van Stanza op Drs. P. Maar de pasticheur vat de essentie van Drs. P niet. Hij beseft niet dat Drs. P niet in de eerste plaats een humorist is, maar een briljante versificator die metrum en rijm perfect beheerst. Zo komt het dat de humor in Tijdloos wel klopt, maar dat het metrum een totale puinhoop is. Zo gaat dat niet, zéker niet in een pastische op Drs. P.

Wij hebben de tekst voor u tot op het bot afgekloven. Luister, huiver, en probeer er wat van op te steken.

Hier kan u het lied alvast even beluisteren en nalezen. En zo zit Tijdloos in mekaar:

  • Er zijn 3 strofes. Elke strofe bestaat uit 8 verzen in het rijmschema aa-bb-cc-dd. Elk vers bestaat uit 11 lettergrepen, waarvan de 2de, de 5de, de 8ste en 11de beklemtoond zijn.
  • Er is 1 refrein dat driemaal herhaald wordt. Het refrein bestaat uit 5 verzen in het rijmschema aaa-bb. Het metrum is hier weinig consistent:
    • De eerste 3 verzen: 13 lettergrepen met klemtonen op de 2de, 4de, 7de, 9de, 11de en 13de lettergreep. (In de eerste regel wordt de tweelettergrepige aanloop “ik ben” niet meegerekend, omdat die in het metrisch in de eerste lettergreep valt. Kom, daar gaan we niet over vallen.)
    • Het 4de vers: 11 lettergrepen met klemtonen op de 2de, 5de, 8ste en 11de lettergreep.
    • Het 5de vers: lijkt opnieuw op verzen 1-2-3 en heeft dezelfde klemtonen, maar niet op de 9de lettergreep.
  • Het 3de refrein gaat vanaf het 4de vers over in een tirade, die het metrum van die regel aanhoudt.
  • Tot slot: beklemtoonde lettergrepen heb ik in het vet aangeduid. Fouten tegen het metrum staan in het rood.

Goed, zullen we dan maar?

EERSTE STROFE

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
a1  (0) daar staat de wand klok  (0) te gen de muur
a2 hij maakt veel ka baal en voor al om het uur
b1 be rust in zijn sta tus van an ti qui teit
b2 ver doet he le da gen al tik kend zijn tijd
c1 tot vo ri ge eeuw dreef ik vro lijk de spot
c2 met-dat on han dig meu bel zijn recht staan de lot
d1 sinds kort heb ik min der no ten op mijn zang
d2 en treur vier en twin tig uur la a a ang

Het begint al meteen verkeerd: in vers a1 mist de auteur een onbeklemtoonde lettergreep op de 1ste en op de 7de positie. Hij werkt er al zingend om heen.

In c2 doet hij het omgekeerde: er worden snel twee onbeklemtoonde lettergrepen op de eerste positie gemoffeld. Opnieuw verbergt hij al zingend dat mankement.

Vers d1 is heel erg pijnlijk en kan ook met creatieve zang niet worden opgelost: in ‘noten’ wordt de klemtoon geforceerd. In dat woord ligt de natuurlijke klemtoon op ‘no’ en is ‘ten’ onbeklemtoond. Maar dat wordt hier omgedraaid, wat heel vreemd en tegennatuurlijk klinkt.

Wat er op het einde van vers d2 gebeurt vinden wij persoonlijk laakbaar, maar goed, het is misschien niet echt fout. Het is wel slordig, want de andere strofes worden op een andere manier afgesloten.

REFREIN (1)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
a1 ik-ben-een pols hor lo ge maar (0) nie mand (0) vraagt me-nog wat
a2 een pols hor lo ge dat vroe ger nog een func tie had
a3 een pols hor lo ge dat wij zers groot en klein  be zat
b1 nu ben ik een sier raad van blad goud en glas
b2 dat ooit de eer ste con sul tant van de men sen was

In vers a1 worden al zingend allerlei ritmische truukjes uitgehaald, maar in een schema gegoten wordt duidelijk dat hier vanalles niet klopt. Je hoort ook dat de zanger zich niet echt op zijn gemak voelt. Je kan dit vers ook anders proberen in het schema invullen, maar echt passen doet het nooit.

Waarom de zanger in b1 de klemtoon op ‘raad’ wil liggen is een mysterieus mysterie. In het woord ‘sierraad’ én in het metrum zou het correct zijn om de klemtoon op ‘sier’ te leggen. Desalnietemin besloot de zanger sierráád te zingen.

In  b2 is het vreemd dat de 9de lettergreep niet beklemtoond is, wat hij in a1-a2-a3 wel was. Je zou daarom ook kunnen stellen dat in b2 die beklemtoonde 9de lettergreep ingeslikt is en dat ‘van’ en ‘de’ samengebald zijn in lettergreep 10. Dit zou het meer in overeenstemming brengen met metrum van a1-a2-a3, maar ook de foutenlast verhogen:

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
b2 dat ooit de eer ste con sul tant (0) van-de men sen was

TWEEDE STROFE

 1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11
a1 we zijn te laat thuis het ver keer zat weer strop
a2  (0) maar op mijn leef tijd wind ik me niet op
b1 be hal ve wan neer ik mijn vij and zie staan
b2 die ook al fu tiel door het le ven moet gaan
c1 hij blijft on ver schil lig bij t zien van mijn toorn
c2 hij krabt aan zijn snoer en fronst e ven de hoorn
d1 dan schreeuw ik ver vloekt zij je draad loos ge broed
d2 dank zij wie ik nut te loos aan de pols moet

Bijna foutloos. In a2 wordt een onbeklemtoonde lettergreep vergeten. Merk op hoe de laatste regel van deze 2de strofe metrisch anders in mekaar zit dan die van 1ste strofe.

REFREIN (2)

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
a1 ik-ben-een pols hor lo ge ik slijt al mijn u ren in spijt
a2 een pols hor lo ge voort du rend in uur werk loos heid
a3 een pols hor lo ge ik vraag het je waar is de tijd
b1 van zwit ser se ges te van quartz zon der kras
b2 die-voor stipt heid-het bes te rap port had van de he le klas

Als je het zo ziet, lijkt dit allemaal tamelijk netjes, op vers b2 na. Maar in vergelijking met het 1ste refrein zien we de dat 4de klemtoon in a1-a2-a3 niet meer op de 11de, maar op de 10de lettergreep valt. In b2 is het dan toch weer op de 11de.

Bovendien kunnen wij ons niet van de indruk ontdoen dat de zanger zelf nauwelijks meer weet in welk metrum hij precies aan het zingen is, en lijkt hij voortdurend oplossingen te zoeken voor problemen met de cadans.

In b2 moeten halsbrekende toeren worden uitgehaald om het te laten lijken alsof het klopt. Om onbekende reden wordt ook ‘had’ beklemtoond.

DERDE STROFE

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
a1 ik ben niet de e ni ge hand lang er die
a2 het slacht of fer werd van de tech no lo gie
b1 ik zag in de schel de een trap hal op drift
b2 die plaats had ge maakt voor een schind ler se lift
c1 en op de  (0) be ren dries heb ik ge zien
c2 dat-men klin kers ge legd heeft van een typ ma chine
d1 maar mijn mee lij gaat nog het meest naar het paard
d2 dat ach ter waarts uit de ver huis wa gen staart

In c1 hoor je dat de constructie met Berendries niet goed loopt. Het begint al met de klemtoon op ‘op’ die niet helemaal lekker aanvoelt, en dan volgt er een stotterende pauze om Berendries zijn correcte plaats te geven. Weinig elegant.

In c2 worden twee onbeklemtoonde lettergrepen gebruikt, maar omdat het in het begin van een regel is, klinkt dat (net zoals in strofe 1, vers c2 en in de refreinen, vers a1) niet echt problematisch, althans niet in een gezongen versie.

De klemtoon in c2 op ‘een’ is niet helemaal fout, maar is toch in het rood gezet omdat een ‘schwa’ beklemtonen in het Nederlands (bijna) altijd onnatuurlijk aandoet. Drs. P heeft het echter ook wel eens gedaan (op gepastere wijze evenwel).

REFREIN (3) + TIRADE

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
a1 ik-ben-een pols hor lo ge (0) du ra lex tem pus sed lex
a2 een pols hor lo ge ja (0) af en-toe zeg ik iets geks
a3 een pols hor lo ge als ik tilt sla bij so lo seks
b1 ben-ik pret tig ge stoord en van lot je ge tikt
b2 en-mijn ij del heid heb ik al lang in ge slikt
b3 maar-ik help je niet als je mo biel het ver tikt
b4 want-de busi ness man wikt maar het toe stel be schikt
b5 ik-raak niet van je pols als je veel bent ver dikt
b6 waar na men met man en macht aan je arm wrikt
b7 en-je mij met een woes te worp in de gracht mikt
b8 een pseu do ont haas ting een mis plaatst de lict
b9 de raad der ver sto te nen velt het ver dict
b10 en-de voor zit ter hin nikt

Die combinatie van jamben en anapesten in de eerste drie verzen van het refrein heeft ons altijd onnodig moeilijk geleken en opnieuw raakte de tekstschrijver hier verstrikt in zijn eigen metrum.

Vers a1: beluister de frase met ‘dura lex tempus sed lex’ en zeg ons wat er wél aan deugt. De vierde klemtoon ligt op lettergreep 10.

Vers a2: stopwoordje ‘ja’ moet opnieuw een gebrek aan lettergrepen indekken, en dan blijkt de constructie ‘af en toe’ plots met teveel lettergrepen te kampen. De 4de klemtoon in dit vers ligt weer op lettergreep 10.

Vers a3: de 4de klemtoon is verhuisd naar lettergreep 11. Deze drie verzen zijn nachtmerries voor het ritmische oor.

Bij b1 begint de tirade, die het metrum van b1 overneemt.  Een zeer begrijpelijke keuze, want dat ritme loopt een pak vlotter dan dat van de eerste 3 verzen. Maar in de 1ste lettergreep van de tiradeverzen worden zó vaak twee lettergrepen gebruikt dat je je afvraagt waarom de schrijver niet gewoon helemaal op een anapestische tetrameter is overgeschakeld.

In b6 klinkt de klemtoon op ‘aan’ helemaal fout, de natuurlijk klemtoon ligt immers op ‘arm’.

In b10 ontspoort ‘hinnikt’ helemaal. Het vervelendste is dat in ‘hinnikt’ de natuurlijke klemtoon op ‘hin’ en niet op ‘nikt’ ligt, waardoor het woord eigenlijk niet eens rijmt op verdict, delict, mikt, enzoverder. Dat is het moment waarop een haperend metrum ook het rijm in zijn val meesleurt…

Kortom, het metrum van Tijdloos deugt niet, en hoe langer wij erover nadenken, hoe minder het deugt. Laat ons deze droeve analyse dus maar snel vergeten en optimistisch toekomstwaarts blikken:  hoe kunnen dergelijke problemen vermeden worden?

Het geheim van goed metrum is dat de tekst zo wordt gecomponeerd dat het natuurlijke metrum van woorden (en zinnen) precies samenvalt met het kunstmatige metrum van de verzen. Hiervoor is een zeker taalgevoel vereist, maar ook een brede en creatieve woordenschat en een goed ontwikkeld taalkundig vermogen om zinnen te kunnen draaien en te keren tot ze passen.

Bovenal is het nodig dat de tekstschrijver zich bewust is van het metrum: dát hij een metrum gebruikt en welk metrum dat is. Maar hij moet zich ook bewust zijn van het belang van dat metrum.

Een verdienstelijke amateurpianist vertelde ons ooit dat een muzikant nooit mag vertragen wanneer in de partituur een passage nadert die hij niet goed onder de knie heeft. Hij moet het ritme aanhouden en desnoods een paar foute noten spelen, want dat zal nog altijd beter klinken dan het tempo laten zakken, de juiste noten spelen, en dan het tempo weer optrekken.

In muziek gaat de cadans voor op de noten, en zo is het met teksten ook: het ritme gaat voor op het rijm of op wat dan ook. Eérst het metrum en het metrum éérst. Denk eraan!

Deze man is briljant en zeer beschaafd. Hij is ook bescheiden en heeft stijl. Hij is, kortom, een grote held van Emile P.

LINKS:

10 reacties leave one →
  1. 13 augustus 2012 17:01

    Ik denk niet dat ooit al iemand zo een uitvoerige analyse van mijn oeuvre heeft gemaakt, zij het dan naar aanleiding een pastiche die niet veel meer beoogde te zijn dan een pastiche. Doch ik wil elk excuus meteen de kop indrukken en in de eerste plaats dien ik dankbaar te zijn voor de diepgang waarmee Emile Plasky fileert. Ik neem akte van een algemene afwezigheid van respect voor het natuurlijk metrum en beloof het volledige oeuvre nader te onderwerpen aan een onderzoek vanuit dat perspectief. Ik moet zuinig zijn op deze schaarse respons.

    Anderzijds snijdt het natuurlijk diep in het vel, zeker van iemand in wie ik tot voor kort nog een medestander zag inzake kundig taalgebruik, ja, zelfs een evenknie, de schampere opmerking te krijgen “Hiervoor is een zeker taalgevoel vereist, maar ook een brede en creatieve woordenschat en een goed ontwikkeld taalkundig vermogen om zinnen te kunnen draaien en te keren tot ze passen.”

    Bewondering was zelden een symmetrische relatie, maar straks zal er toch wat streekbier aan de pruillip moeten gezet worden.

    Terzake ben ik het met een aantal technische evaluaties oneens, zoals dat in het refrein het 7de woord en niet het 8ste wordt beklemtoond. R2-b2 was ronduit slordig gezongen en had ik moeten overdoen, maar ik begrijp dat dat hier niet uitmaakt, omdat zangkundige handigheidjes die het gebrek aan natuurlijk metrum verdoezelen, geen genade vinden.

    Eigenlijk kan ik alleen maar beamen dat S1-d1 een treurige beklemtoning is van een onbeklemtoonde lettergreep. Dat de jamben en anapesten enigszins onnatuurlijk overkomen, bevestig ik ook, maar de jambe gaf wel een vaart aan het refrein die het anders zou missen ten opzichte van de strofe.

    Enfin, de uitvoerigheid van de analyse lijkt op een zekere welwillendheid te wijzen, maar dat wordt gelogenstraft door het uiterst strenge oordeel. Dat de uitvoering een doorgewinterd muzikant de haren ten berge doet rijzen, begrijp ik beter dan dat de tekst werkelijk huiveringwekkend is. Ik zou het zelf geen topper noemen in mijn oeuvre, zelfs geen tot dijenkletsen uitnodigende pastiche, maar om duistere redenen heeft precies dit kleinood verleid tot delving. Het zal alvast de bezoekersaantallen geen kwaad doen.

  2. 13 augustus 2012 18:19

    De opmerkingen over wat nodig is om het metrum mooi te krijgen, mag u zeker niet interpreteren als “en daarover beschikt Stanza dus niet”. U zal zeggen dat ik dat nu wel mooi kan beweren om de brokken te lijmen, maar u heeft ongetwijfeld ook opgemerkt dat ik een paragraaf verder vermeld dat een schrijver zich ook bewust moet zijn van het metrum. En u weet dat ik weet dat u weet wat metrum inhoudt, want u vermeldt het zelf in het door mij aangehaalde citaat. Waarmee aangetoond is dat ik daar geen opsomming maak van de mankementen van Stanza.

    Inderdaad, op het einde van mijn analyse van Tijdloos heb ik het eigenlijk niet meer specifiek over Stanza maar spreek ik ons brede publiek toe (dat, toegegeven, mogelijk uitsluitend uit Stanza bestaat, nu Kaat niet meer onder ons is). Dat dat niet blijkt uit de uitzending zelf en ik daardoor met mijn modderige schoenen andermans tenen bezeer is een grote tekortkoming van de tekst. Er zijn zo al te weinig mensen die de plezierdichterij op een prettig niveau bedrijven en ik wens die gewaardeerde enkelingen niet te ontmoedigen, laat staan te schofferen. Bij deze dus mijn excuses voor die onbedoelde sneren.

    Verder stond er onder het stuk over taalkundig vermogen oorspronkelijk nog een half essay, onder meer over hoe Drs. P vlotjes een datief uit de mouw schudt als blijkt dat dat nodig is. (Dit stuk is door de eindredactie geschrapt, omdat de uitzending toch al te lang was.) Bijvoorbeeld in Dodenrit:

    Men ziet de flinke eetlust die hen uit de ogen straalt

    Probeer die zin in een andere constructie maar eens te schrijven met:
    1) een jambische heptameter
    2) een rijmwoord op ‘aalt’
    3) dezelfde inhoudelijke betekenis
    4) een correcte zinsbouw

    De datief is hier de perfecte oplossing, maar in het Nederlands komen datieven niet spontaan aanwaaien. De schrijver moet zich over het probleem buigen en alle mogelijkheden aftasten, en alleen dan komt hij tot de oplossing, die dan natuurlijk heel vanzelfsprekend lijkt.

    Volgens mij is dit de belangrijkste oorzaak van teksten met een haperend metrum (of rijm): een gebrek aan zin voor perfectie, waardoor er niet creatief genoeg wordt gezocht naar oplossingen tot én inhoud én zinsbouw én rijm én metrum allevier perfect kloppen. En dan heb ik het niet alleen over Stanza, natuurlijk, want dat slechts een amateur die aan volksverheffing doet.

    Maar ga eens door de teksten van Jan De Smet, die alom wordt gelauwerd als vaardige liedjestekstschrijver én die openlijk dweept met Drs P. Je vindt talloze net-niet rijmende woorden, rare constructies om tot rijm te komen, frasen met rare betekenissen én fouten tegen het metrum. Hugo Matthysen doet het ook niet altijd foutloos. Bij CPeX gun ik het hem van harte, maar bij De Bomen valt het soms tegen.

    En dan hebben we het nog maar over de twee beste songtekstschrijvers in Vlaanderen. Over Gorki of Yevgeni of wie er op dit moment ook de nieuwe Vlaamse liedjeshoop mag zijn spreek ik me niet eens uit. Dat soort types bedient zich al te vlot van de dichterlijk vrijheid, die zoals we allemaal weten in feite dichterlijk onvermogen is.

    Bij De Smet en Matthysen is/was het geen onvermogen, maar een gebrek aan intellectueel perfectionisme, vermoed ik. Hetzelfde geldt wat mij betreft voor Stanza: wie ollekebollekes kan schrijven, weet hoe het spel met lettergrepen werkt en beheerst het in ruimte mate. En heeft dus geen excuus om haperende teksten af te leveren.

    In dat licht weet ik niet zeker of er altijd opgeleverd moet worden. U wil niet weten hoe hard wij gezwoegd hebben op onze ode aan Kaat. Maar liever geen uitzending dan één met foutjes tegen het metrum of slordig gerijm.

  3. 13 augustus 2012 20:08

    Nu de genadeloze kritiek zich verlegt naar de meer professionele toondichters, wier – ziedaar een spontaan aanwaaiende genitief – foutenlast ook ten onzent tot gebroken vinyl, later frisbee-end aluminium en prompt overschreven bits heeft geleid, is het bevestigend hoofdgeknik niet van de Stanza-lucht. Verder ben ik een zacht ei, dat na twee alinea’s goedmakerij reeds de volledige familie Plasky aan de borst drukt, wat gemakkelijk tot witverlies kan leiden. Voor de metaforen helemaal op hol slaan, ga ik zakelijk naar de laatste alinea, waar je haarfijn de tweespalt blootlegt op onze redactiekantoren (één bureau en een repetitiekelder). Ik heb inderdaad opgemerkt dat jullie radio de jongste tijd weinig blijk geeft van kwantiteit. Met de kwaliteit is nog immer niks mis – al heb ik toch moeten weerstaan aan het blootleggen van drie grammaticale pijnpunten in bovenstaand artikel – en ik geloof graag in een oorzakelijk verband.

    Het was even schrikken midscheeps getroffen te worden in wat ik altijd beschouwde als een smaldeel dat teveel aandacht kreeg: de rederijkerij. Uit diverse hoeken naderen namelijk torpedo’s op sloepen als emotie, sfeer, overdracht, waardoor de inspanningen op het vlaggeschip verslapten. Het schrappen was een welkom pantser. Misschien is het een capitulatie. We turen verder in de verte.

    Voor meer ontboezemingen en aan-de-boezem-gedruk, in levende of digitale lijve, weet je me wonen. Intussen herlees ik de ode aan onze dierbare afgestorvene.

  4. Virgilius permalink
    14 augustus 2012 10:40

    “Hij stelt: Schrap bij het dichten alles wat niet overbodig is.”
    (Ik kan het moeilijk geloven)

  5. 14 augustus 2012 10:56

    Nu wij erover nadenken, vragen wij ons ook af of we niet iets helemaal anders bedoelen.

  6. Virgilius permalink
    14 augustus 2012 19:20

    “Hij stelt: schrap bij het dichten alles wat niet strikt noodzakelijk is.” Een stuk geloofwaardiger. Als je brandhout maakt van iemands creatie, doe je dat best zelf vlekkeloos.

  7. 16 augustus 2012 10:12

    Een courante misvatting, biste Virgilius. Je moet de tegenstander in een debat altijd in verleiding brengen om te beginnen zeuren over kwesties die naast de kwestie zijn (kleine taalfouten zijn hiervoor perfect). Dit levert geweldige strategische voordelen op en verzekert dat de discussie niet te snel doodbloedt.

    Bovendien wensen wij geen enkele foutloze uitzending meer te maken, als eerbetoon aan Kaat.

  8. E & N permalink
    18 augustus 2012 22:57

    Een lovenswaardig streven. Deze luisteraars vroegen zich al af waarom “sieraad” in de bovenstaande elucubratie tot driemaal toe fout werd geschreven en “desalnietemin” onze ogen teisterde. Zelfs in een anapestische tetrameter kan een “teveel” aan spelfouten “te veel” worden!

  9. 20 augustus 2012 10:24

    Kaats troonpretendenten lopen zich warm, zoveel is duidelijk! De opmerkingen zijn natuurlijk terecht, maar aan de stijl kan nog gewerkt worden (hoewel het woord ‘elucubratie’ natuurlijk prachtig is). Maar er kan nog flink geoefend worden, want in de nabije toekomst staan geen foutloze uitzendingen gepland!

  10. Kwaes permalink
    28 augustus 2012 13:03

    Hoor, hoor!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s