Skip to content

Aan de toekomstige interviewers van Peter Vandermeersch

1 juli 2012

Vandaag is Peter Vandermeersch net zo beroemd in Nederland als in Vlaanderen. En net zoals in Vlaanderen is er dus ook in Nederland op televisie geen spelprogramma of talkshow meer te bekijken waarin de zorgvuldig nonchalant gecoiffeerde kop van de hoofdredacteur van NRC Handelsblad niet opduikt.

Vandermeersch zit maar om één reden in al die uitzendingen: als marketing voor zijn krant. Dat is hem gegund. Maar marketing verkoopt zichzelf nooit als marketing en daarom brengt Vandermeersch telkens met een uitgestreken gezicht het verhaaltje over zijn brandende passie voor de krantenjournalistiek. En hij komt er telkens mee weg.

Onlangs draafde hij op in Room for Discussion. Het interview zou een uur duren, er was geen voorgesprek en er was, veronderstellen we, ruimte voor discussie: een uitstekende gelegenheid om de oppermarketeer eens flink op de rooster te leggen.

Maar Vandermeersch mocht ongehinderd opscheppen over de buitenlandredactie van NRC Handelsblad, terwijl hij die redactie op De Standaard gekortwiekt heeft. Hij mocht opsnijden over de onderzoekjournalistiek van kranten, terwijl De Standaard onder zijn leiding het liefst uitpakte met reconstructies van Wetstraatcabaret, die niets met onderzoeksjournalistiek te maken hadden.

Vandermeersch werd tijdens de discussie of je lezers al dan niet moet geven wat ze willen niet geconfronteerd met zijn interessante uitspraken over de affaire Dewael/Op de Beeck. Hij mocht ongestoord verkondigen dat kranten wat hem betreft geen subsidies mogen krijgen, terwijl in Vlaanderen De Standaard wel duchtig profiteerde (en profiteert) van overheidsgeld.

Het strafste was echter dat Vandermeersch het drie keer schaamteloos mocht hebben over de democratische functie van een krant, zonder dat hem de ‘bitterbrieven’ van Piet de Moor werden voorgeschoteld.

In 2006  schreef de Moor zes open brieven aan Peter Vandermeersch, waarin hij de toenmalige algemeen hoofdredacteur van  De Standaard verweet dat zijn krant het VB moedwillig in de kaart speelde. De passages over het VB doen vandaag wat pathetisch aan, omdat het VB bijlange niet meer is wat het in 2006 was, maar de Moors aanklacht over de intellectuele neergang van De Standaard en bij uitbreiding de hele Vlaamse media is actueler dan ooit.

Vandermeersch heeft nooit geantwoord op de brieven van de Moor. Hij reageert anders graag op mediakritiek, maar alleen als die oppervlakkig genoeg blijft. Een beetje naast de kwestie antwoorden als het NRC Handelsblad de bal grandioos misslaat, daar zit hij niet mee. Wat flauwe clichés spuien na Geert Buelens’ goedbedoelde kerstessay in 2009, met veel plezier. De iPad-vragen van de jongens van Room for Discussion beantwoorden, no problemo.

Maar de kritiek van de Moor situeert zich op een ander niveau. Volgens hem heeft de krant een belangrijke en kritische rol te spelen in een democratische maatschappij, maar weigert De Standaard die op te nemen en kiest de krant voor het gemakkelijke, populaire pad omdat het winstgevender is. De Moor verwijt Vandermeersch en De Standaard, maar eigenlijk alle Vlaamse media, morele gemakzucht.

Dat is nog eens andere koek dan de kritiek dat er teveel over BV’s wordt bericht of dat er blijkbaar bespaard wordt op de eindredactie want ik heb alweer een dt-fout gevonden. Dat is van een ander niveau dan wat de eigen ombudsman mag schrijven. Het gaat ook zeven stappen met zevenmijlslaarzen verder dan wat onze hoofdredacteur over De Standaard beweert als hij een halve fles Glenlivet op heeft.

Maar zes jaar na die vlijmscherpe brieven blijft Vandermeersch vrolijk en bij herhaling verkondigen dat hij zo graag kranten maakt omdat hij vindt dat kranten zo’n belangrijke rol in de democratische maatschappij te spelen hebben. En in een ellenlang dubbelinterview, en overal anders, gelooft iedereen hem zomaar.

Het is dus hoog tijd dat een kritische interviewer hem eens vraagt waarom hij nooit heeft willen antwoorden op de Moors bitterbrieven, als hij dan toch zo begaan is met de maatschappelijke impact van zijn krant. Wij zien hier een rol weggelegd voor Joël De Ceulaer, die qua mediakritiek heel wat beter kan dan zijn suffe dinsdagse tv-column.

Strak pak en das: professioneel marketeer. Ongeschoren kop, maf kapsel: bevlogen journalist. Ingehouden buik: ijdele vijftigplusser.

LINKS:

One Comment leave one →
  1. 16 augustus 2012 23:25

    “Ik heb geen andere organisatie achter me dan de onzichtbare en weinig gespierde maar daarom niet minder kritische massa van het onafhankelijke denken.”

    “Nu hoop ik maar dat u de onafhankelijke intellectuelen die geen opportunisten zijn, niet altijd als lastig in de negatieve zin en dus als querulanten gaat beschouwen, want die indruk heb ik soms wel eens.”

    “de andere kranten in Vlaanderen doen werkelijk niet veel moeite om u, mijnheer de hoofdredacteur, het gevoel te geven dat u beter kunt.”

    “(…) aangezien ik aanneem dat uw dagblad niet bij machte is om deze exponentiële groei van mijn intellectuele bemoeienissen in het ruimtelijke bestek van uw kwaliteitsbladzijden te verwerken.”

    Naarmate de eerste brief vorderde, steeg het “die zit”-gehalte merkelijk. Ik kan me voorstellen dat het volume de grootste ontradende factor werd, maar het kaliber en de inspanning van deze man had beter verdiend dan treiterig stilzwijgen.

    Ik ga de volgende brieven nu ook lezen. ’t Is prettige lectuur, in weerwil van de apocalyptische ondertoon.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s