Skip to content

Belangrijke bedenkingen bij de Grote Prijs Jan Wauters

31 oktober 2011

Er is heel wat te doen geweest rond de Grote Prijs Jan Wauters. Dat is een prijs die, zo lezen wij, uitgereikt wordt aan “een Nederlandstalige mediapersoonlijkheid die excelleert in het gebruik van het Nederlands, van wie het taalgebruik getuigt van een uitstekende taalbeheersing en een grote creativiteit”. Allez vooruit.

Taalbeheersing en creativiteit, goed dat daar een prijs voor in het leven wordt geroepen! Spontaan komen er allerlei liedjesmakers, cabaretiers en lichtgewichtdichters bij ons op. Literair graven de plezierdichters zelden diep, maar qua creativiteit en taalbeheersing zijn zij ongeëvenaard, omdat zij vaak binnen zeer strakke keurslijven werken.

Vooral in Nederland heeft een aantal generaties, geïnspireerd door de onevenaarbare Drs. P, bij wijlen knappe staaltjes van taalbeheersing en creativiteit getoond. In Vlaanderen, waar we het Nederlands nooit echt onder de knie hebben gekregen, is de spoeling wat dunner, al hebben Hugo Matthysen en Jan De Smet ook alleraardigst werk afgeleverd.

Die taalkundige ambachtslui worden altijd onderschat en minachtend bekeken door Grote Schrijvers die alleen hun eigen romancycli Literatuur vinden en al de rest tijdverspilling. Het werd wel eens tijd dat daar verandering in kwam en een Grote Prijs leek ons niet meer dan gerechtvaardigd. Hojo, een Grote Prijs!

Groot was dan ook onze verbazing toen wij het lijstje genomineerden lazen: Ruth Joos, An Olaerts, Stijn Tormans, Peter Vandenbempt, San F. Yezerskiy. Geen enkele Nederlander. Geen enkele dichter, niet eens een schrijver. Het zijn allemaal journalisten en columnisten die voor kranten of magazines schrijven. En na de verbazing kwamen de teleurstelling, en de verontwaardiging.

An Olaerts, kom zeg. Peter Vandenbempt. Waar is Kees Van Koten? Waar is Remco Campert? Waar is de geweldige Herman De Croo? Zijn dat geen mediapersoonlijkheden, zijn zij niet Nederlandstalig en beschikken zij niet over een ijzeren taalbeheersing en een kwikzilveren creativiteit? Komen zij niet veel meer in aanmerking voor een Grote Prijs?

Na een paar pilletjes alprazolam konden wij het probleem analyseren. Dat ligt in de omschrijving “Nederlandstalige mediapersoonlijkheid”. Correcter zou zijn: “Nederlandstalige werkzaam in de Vlaamse pers”. Het legt de lat voor de genomineerden meteen een mijl of zeven lager. Verder, zo lezen wij ook, “moet de prijs gezien worden als een aanmoediging, eerder dan als een bekroning van een carrière”. Zo zakt de lat nog een paar mijl en komen we uit bij vier journalisten en een aarzelende columnist.

Laat ons die vijf genomineerden nu eens ernstig bekijken. Ruth Joos heeft een loepzuivere stem die kan zwijgen en is verder een kritische sportliefhebster. Dat is heel goed van haar. Ze schrijft ongetwijfeld zonder dt-fouten, maar nomineer je zo iemand voor een, voor eender welke, Grote Prijs?

De term An Olaerts zal in de volgende editie van Van Dale als synoniem van ‘broodschrijverij’ worden opgegeven. Dat er tussen al dat ongeïnspireerde geëmmer af en toe een leuke vondst zit, is statistisch gezien niet uit te sluiten. Maar ’t is niet omdat ge al ne keer in schoon verkavelingsvlaams schrijft, dat ge een breed spectrum beheerst. Het spectrum van het Nederlands eindigt trouwens niet bij tussentaal (zoals het woord zelf aangeeft).

Stijn Tormans is een goed journalist, wij beamen het, en wie ons niet gelooft vraagt het maar aan Patrick Janssen. Wij hebben ook goed gelachen met zijn verkiezingsproject. Maar zijn eerste ollekebolleke moeten wij nog lezen.

Peter Vandenbempt is de opvolger van Jan Wauters bij de VRT en dat maakt het op z’n minst een lullige nominatie. Verder hebben wij nooit begrepen waarom het taalvermogen van sportjournalisten altijd zo hoog wordt ingeschat. Uit onderzoek blijkt dat van alle nieuwsartikels die over sport het best te schrijven zijn door computers. Dat geeft te denken.

San F. Yezerskiy is de enige die wat ons betreft een beetje in aanmerking komt. Het is de enige genomineerde die niet al minstens tien eeuwen in de media werkt en nog geen dertig is, en dus de enige voor wie een aanmoediging op zijn plaats is. Wij lezen Yezerskiy graag, hij doet ons denken aan de tijd dat wij zelf nog vijftien waren, maar als hij zijn imago van neerslachtig lethargicus hoog wil houden mag hij geen prijzen winnen.

Aan wie zouden wij de prijs dan wél uitgereikt hebben? Volgens de geldende criteria aan helemaal niemand. Van journalisten verwachten wij sowieso een vlekkeloze beheersing van onze moedertaal. Daarvoor moeten geen prijzen uitgereikt worden, daarvoor worden zij elke maand betaald. Meer dan die sobere degelijkheid willen wij ook niet, want teveel zwierigheid in de journalistiek leidt de lezer/luisteraar af van de inhoud van het stuk. Behalve bij sportjournalistiek, natuurlijk: daar is geen inhoud.

LINKS:

7 reacties leave one →
  1. Kaat permalink
    1 november 2011 11:47

    “…dat maakt het een op z’n minst een lullige nominatie”???

    Zucht!

    En dat midden in een voor de rest o zo taalkritisch stukje…

  2. Kaat permalink
    1 november 2011 11:49

    “Van journalisten verwachten wij sowieso wij een vlekkeloze beheersing van onze moedertaal”???

    Juist, ja. Maar van de creatieve taalvirtuozen achter deze blog daarentegen…

  3. 2 november 2011 17:43

    beste heer emile plasky

    op mijn bureau ligt een envelop van de sociale kas
    daarin een afrekening voor het laatste kwartaal van 2011
    misschien bent u tot een storting bereid
    kan ik eindelijk eens wat voor de eer typen
    of nog mooier, voor het plezier van een lezer

    groeten in schaarbeek
    tante annie

  4. 2 november 2011 22:36

    Als dilettantisme een aanmoediging verdient, dan houden wij muziekgroep Stanza sterk aanbevolen voor de grote prijs Jan Wauters. De criteria van Radio Plasky spreken in ons voordeel. De tekstleverancier en tevens ondergetekende heeft ooit nog een bescheiden landelijke bekendheid genoten toen De Standaard ollekebollekes publiceerde. Het landelijke karakter van die bekendheid dienen wij te duiden met het feit dat de twee andere gepubliceerden en vermoedelijk enige inzendelingen uit Brugge en Leuven kwamen.

    Verder staan wij in wijde vriendenkring en zeker ook in onze familie bekend als een slachtoffer van het onderhuidse en perfide culturele systeem, dat dociele stumperds beloont en Bulgakovs zoals de heren Plasky (evenzeer bewierookt in eigen nest en verguisd, wat zeg ik, genegéérd, daarbuiten) en ikzelf (die dan weer in mijn familie bijval geniet, zo is de loop der dingen) in de literaire vergeetput gooit.

    Naast creativiteit heeft schrijver dezes ook een stevige portie taalpurisme in huis én kennis van de groot-Nederlandse cultuur, die bijvoorbeeld mag blijken uit het feit dat de schrijfwijze “Kees Van Koten” in bovenstaand stukje, meteen pijn aan de ogen deed.

  5. 4 november 2011 15:19

    Jullie zijn verrassend lief voor mij gebleven, beste Plasky’s.

    Geen zorgen: ik ben niet van plan om, nu of in de toekomst, een prijs te winnen. Mijn luiheid kwijt geraken en eindelijk iets waardevols afleveren, dat wil ik wel. Een nominatie is daar al meer dan voldoende aanmoediging voor.

  6. 11 november 2011 18:24

    Bedankt Kaat, voor je alweer onmisbare bijdrage.

    Bedankt Stanza, voor je suggestie. De dag dat wij het voor het zeggen krijgen op de VRT, zal je op gepaste wijze beloond worden.

    Bedankt Annie, voor je impliciete erkenning van onze bewering dat je stukjes maar één inspiratiebron hebben en dat die erg mager is. Wij hebben hier, filantropen die we zijn, lang over nagedacht.

    De probleemstelling is dubbel, maar eenvoudig. Langs de ene kant zijn er de lezers, die je stukjes oervervelend vinden. Langs de andere kant is er de schrijfster, jij dus, die schrijven blijkbaar oervervelend vindt, maar dat moet doen om haar rekeningen te kunnen betalen. Een simpele oplossing dringt zich op: word database-analiste, projectbeheerster, stucadora of brandweervrouw. Verdien de kost met iets dat je zelf leuk vindt, of waarmee je ons in elk geval niet stoort. Betaal daarmee je rekeningen, en schrijf in je vrije tijd voor de eer en voor het plezier. Vraag eens aan Stanza hoe dat bevalt.

    Bedankt San, voor de geruststelling. Toch blijft in afwachting van je waardevolle aflevering behoedzaamheid geraden: met columns voor de VRT en Jobat ben je broodschrijver voor je het goed en wel beseft. Pas daar geweldig mee op.

  7. 20 november 2011 21:23

    En bedankt gebroeders Plasky, om mij te doen lachen …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s