Skip to content

Er kan er maar één de baas zijn

4 oktober 2011

Misschien heeft u met veel plezier Bladspiegel gelezen vorige week, in Knack. Indien niet: doet het alsnog. Het was een heel leuke aflevering, waarin Koen Meulenaere de eerste redactievergadering beschreef van de nieuwe hoofdredacteur, Johan Van Overveldt. Heeft u ook zo moeten schateren? Die gekke redacteurs toch, en dan die arme hoofdredacteur!

Ja, ook wij hebben hier flink wat afgelachen met dat hilarische stukje van Koen Meulenaere. Maar wie er niet mee kon lachen, was Van Overveldt zelf. Die man zat er maar mooi mee, met zo’n eigenzinnige redactie. Die hem dan nog eens bespotte in zijn eigen blad. Een mens zou van minder moedeloos worden.

Gelukkig weten de jongens van de Vlaamse pers intussen dat er één adres is waar ze altijd raad kunnen komen vragen: de studio van Radio Plasky. Of correcter: de suite van de hoofdredacteur in de studio van Radio Plasky. En zo kwam het dat Johan Van Overveldt op visite kwam bij onze hoofdredacteur om zijn beklag te doen.

“Het was een opstand, mijnheer Auguste, een revolte,” zuchtte hij. “Nog nooit heb ik zoiets meegemaakt.”
“Kom, kom, Johan,” suste onze hoofdredacteur. “Ik daag u uit mijn redactie te leiden. Dat is nog wel andere koek hoor, haha. Maar ik begrijp wel dat ge u wat ambetant voelt.”
“Maar wat kan ik hiertegen doen, mijnheer Auguste? Hoe herstel ik mijn gezag bij mijn redactie?”
“Johan, waarde vriend: aan deze zaak zitten een goede en een slechte kant,” doceerde Auguste. “De slechte is dat ge u als een onnozel Central News Desk-groentje hebt laten strikken. De goede kant is dat het probleem daardoor ook makkelijk op te lossen valt. Schenk mijn glas bij, en luister!”

En misschien is het u ook opgevallen dat Bladspiegel deze week geen verslag deed van de redactievergadering met de nieuwe hoofdredacteur. De verklaring daarvoor is eenvoudig: bijgestuurd door onze hoofdredacteur, heeft Van Overveldt korte metten gemaakt met de redactie van Knack. Van Overveldt stapte opnieuw naar het schoolbord en kondigde aan: “We gaan verder waar we vorige week gebleven waren. Dat wil zeggen…” Hij nam een krijtje en schreef opnieuw in sierlijke letters Caers kocht een zaak.

Er werd al volop onderdrukt gegniffeld, maar voor een iemand een vraag kon stellen, zei Van Overveldt: “En ik kom meteen terzake: het gaat hier om de ons bekende Jan Caers, die dankzij een erfenis een zaak in elektro-apparaten kon kopen. In Antwerpen, inderdaad, op het Zuid!”

Er werd nu luidop gegiecheld en geginnegapt en algauw barstte de redactievergadering los in de grapjes van de vorige keer: “Is de ouwe Caers dood?” “Zo heeft Rik ons dat niet geleerd!” en “Die vent is knots! Vanden Borre heeft net een groot filiaal ingehuldigd op het Zuid.”

Op dat moment sprong Van Overveldt recht: “Gij daar! Gij! Waart gij dat, over Vanden Borre?” Zijn wijsvinger wees priemend naar een redacteur met een ruitjeshemd en een brave bril. De man in kwestie moest toegeven dat hij dat inderdaad was. “Kom maar eens naar voor, dan moogt ge het mij haarfijn komen uitleggen.”

De redactievergadering was muisstil geworden en de redacteur schuifelde onzeker naar het schoolbord.

“Waar ligt die Vanden Borre van u, grapjas?”
“Euh… op het Zuid.”
“Waar op het Zuid? Heeft Rik u niet geleerd van nauwkeurig te zijn?”
“Jawel, jawel. Maar ik ken het precieze adres niet uit het hoofd.”
“Dat dacht ik al. Hoeveel vestigingen heeft Vanden Borre in Antwerpen?”
“Euh… drie? Nee, vier, denk ik.”
“Vijf. Er zijn vijf Vanden Borres in Antwerpen. En waar liggen die?”
“…”
“In de Leysstraat in Antwerpen City! Op de Turnhoutse Baan in Deurne! Twee op de Bredabaan in Merksem! En nog één op de Statielei in Mortsel! Welk van die vijf adressen ligt er op het Zuid, denkt gij?”
“Geen enkel…”
“Inderdaad, geen enkel. Er ís helemaal geen Vanden Borre op het Zuid! Hop, terug op uw plaats, kloefkapper. Als ik ooit zo’n verzinsel in een artikel van u vindt, vliegt ge buiten!”

“Dat wil hier doorgaan voor de beste journalisten van het land en dat zuigt de meest belachelijke onwaarheden uit zijn duim! Is er hier iemand die weet hoe hij een bron moet controleren of een informant moet contacteren?”

Maar niemand kreeg de kans om voorzichtig een vinger op te steken, want Van Overveldt ratelde ongenadig door.

“Waarom is Caers niet gedomicilieerd in Antwerpen? Omdat ge uw domicilie niet moet hebben op de plaats waar ge een zaak koopt! Waarom kennen ze hem nog niet bij Unizo? Omdat hij zijn zaak nog maar pas heeft gekocht, en nog niet heeft geopend! Goede journalistiek zit in details! Maar Caers zal zich allicht haasten om de zaak ook daadwerkelijk te openen, vóór Vanden Borre in dezelfde wijk een filiaal komt openen.”

De volledige redactie zweeg nu, onder de indruk van Van Overveldts exposé. Met een sluwe grijns ging die op zijn elan verder.

“Ge zou denken: dat zou toch niet rendabel zijn voor Vanden Borre, want ze hebben al een winkel in de Leysstraat en da’s helemaal niet zó ver van ‘t Zuid. Maar ze hebben ook twee winkels op de Bredabaan! Caers redeneert: Vandenborre kijkt niet op een filiaaltje meer of minder om de concurrentie te wurgen. En Caers heeft gelijk!”

“Even doortrapt als Vanden Borre, zijn Corelio en de Persgroep: die kijken ook niet op een magazine meer of minder om de concurrentie te wurgen”, sloeg Van Overveldt een perfect bruggetje. ” Ze zitten nog niet aan het aantal bijlagen dat Knack meestuurt, maar veel scheelt het toch niet meer. Het laatste waar wij in die omstandigheden nood aan hebben, is een columnist die zijn eigen hoofdredacteur belachelijk maakt!”

“Meulenaere, ik heb het over u! Nu uw grote vriend en beschermheer hier de plak niet meer zwaait, zult ge niet meer ongestoord uw goesting kunnen doen. Vanaf nu luistert ge naar mij! Volgende week maakt gij in uw cursiefke élke Vlaamse hoofdredacteur belachelijk, behalve mij. En hun bladen ook, dat spreekt voor zich.”

“Doen ze dat zelf al niet genoeg, chef?” vroeg Koen Meulenaere.
“Zolang ze nog één exemplaar verkopen, is hun belachelijkheid niet afdoende bewezen.”
“Ik zal het er dan wel dik moeten opleggen dan, vrees ik.”
“Niet liegen, Meulenaere. Ge vreest dat niet, ge verheugt u erop.”
“Inderdaad, chef.”

“Ingerukt mars, redactie!” besloot Van Overveldt zijn tweede redactievergadering. Bij zichzelf dacht hij dat het hem deze keer heel wat beter was afgegaan. En inderdaad: deze week las u in Knack een verpulverende beschrijving van het hoofdredacteurschap-voor-één-dag van Walter Van Beirendonck, een vernedering van Peter Vandermeersch’ beleid bij NRC Handelsblad en ook enkele fijne uithalen naar Yves Desmet.

Van Overveldt was in zijn nopjes met zoveel geweld. Dat geen van de drie belaagde heren vandaag nog hoofdredacteur is bij een Vlaamse krant, was een detail dat hij voorlopig welwillend negeerde. Het was goed om iets achter de hand te hebben op een volgende redactievergadering.

Bent u ook zo benieuwd naar de Bladspiegel van morgen?

LINKS:

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s