Financiële etymologie

De kredietcrisis etymologisch verklaren is hip. Karel De Gucht legt ons dit weekend in De Standaard erudiet uit dat het woord ‘krediet’ wortels heeft in het Latijnse credere, geloven of vertrouwen. De kredietcrisis is dus letterlijk een vertrouwenscrisis.

Ook Yves Leterme ondernam een poging in deze discipline, die u hieronder ziet.

Leuk geprobeerd, Leterme, maar ‘deposito’ komt van deponere, wegzetten. Het is geld dat je aan de kant legt, bij een bank bijvoorbeeld. Dat die bank dat nadien belegt, maakt van jou nog geen belegger. Behalve onjuist is Leterme in dit fragment ook storend onbeleefd.

Van de bescheiden boekhouder uit de lente van 2007 is anderhalf jaar later maar weinig meer over. Zijn boekhouding klopt niet en de bescheidenheid is tegenwoordig ver te zoeken. Het bevestigt wat Ewald Pironet schreef over Leterme, namelijk “dat er iets schort aan […] zijn capaciteit om met mensen om te gaan en aan zijn elementaire beleefdheid.” Wij zijn ook geen fan van Linda De Win, maar wij zijn wel zo netjes opgevoed dat we ons voor de camera niet als agressieve boeren gedragen.

Nee, dan is Frank Kalshoven in Vrij Nederland overtuigender in zijn uitleg dat niet alleen de dikke mijnheren van de bank roekeloze speculanten zijn.

Een gedachte over “Financiële etymologie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s