Rudy’s Super Doeboek

Op de zesde plek van de best verkochte non-fictie van vorige week prijkte vrijdag in De Standaard der Letteren Wedervaren van een ‘cabinetard’ van Rudy Aernhoudt (Rudy kijkt niet op een foutje meer of minder, dus zijn eigen naam mag er ook best aan geloven). Wie komt in diezelfde lijst echter vanuit het niets op een derde plaats terecht? Diezelfde Rudy Aernhoudt met Ketnet Super Doeboek 3!

Over zijn productiviteit heb ik geen klachten, maar gezien het niveau van die andere publicatie en me voorstellend welke kindertips een cabinetard van zijn slag zou kunnen verzinnen, begin ik toch te vrezen voor het welzijn van de Vlaamse jeugd.

Ongerede twijfel

Mijn vrijdagavonden stonden tot vorige week gelijk aan slemp-, bras- en zuippartijen. Stónden! Canvas heeft daar krachtig een einde aan gesteld. Hier realiseert de VRT zijn volksverheffende taak: vanaf nu blijf ik braaf thuis, ver weg van de giftige alcohol en de verlokkingen des vlezes. Twin Peaks wordt uitgezonden!

In De Standaard meende Mark Cloostermans die briljante serie aan een kritische blik te moeten onderwerpen:

Achttien jaar na haar tv-première is de cultserie ‘Twin Peaks’ voor het eerst te zien op Canvas. Voer voor nostalgici of een must voor een nieuw, jong publiek?

Beste Mark Cloostermans, is de muziek van Orlandus Lassus nog actueel? Zou een tentoonstelling van Caravaggio nog de moeite zijn? Is Aeschylos nog het opvoeren waard? Moeten we Augustinus nog lezen? Je kan op den duur alles in vraag stellen. Daar ben ik niet voor gevonden, zekerheden moeten er zijn. Twin Peaks is een onverwoestbaar monument.

Gelukkig heeft Cloostermans nooit écht aan Twin Peaks getwijfeld. Hij verraadt zich halverwege zijn artikel in deze zin:

De dvd-verkoop van seizoen één viel zelfs zodanig tegen, dat het jaren duurde voor seizoen twee eindelijk uitkwam.

“Eindelijk”, zegt Cloostermans. Hij snakte er zelf ook naar.

De eerste aflevering duurt één uur en 35 minuten. De aftiteling is voorzien om één uur ’s ochtends zaterdag, zodat ik die dag mooi kan beginnen door meteen na de uitzending naar het centrum van de stad te racen en er een stevig drinkgelag in te zetten.

Allegorie lacht rockjournalist uit

Soms weet je niet meteen welke titel welke bevoegdheid impliceert, of omgekeerd. Wat bestuurt een markies eigenlijk? En wie regeert ook weer een prinsbisdom? Plaats dergelijke vraagstukken in de Belgische bestuursstructuren en de minder ontwikkelden van geest moeten afhaken. Dat begrijpen wij, we waren zelf ook nietde slimste van de klas.

Desalnietemin zijn er combinaties waarvan wij dachten zeker te zijn. Koning, koninkrijk. Stad, burgemeester. Dat leek logisch – tot gisteren. Toen bracht Jan Claeys in De Standaard ons geloof aan het wankelen, met een allegorie die in inspiratieloosheid enkel overtroffen werd door de rest van zijn artikel.

Vanaf vandaag is Werchter vier dagen de wereldhoofdstad van de muziek. En Herman Schueremans is de koning.

Zomerstemming

LOG 080704 15:27

Op het balkon van de redactie ligt Emile te soezen. Onder zijn hangmat ligt een lege fles witte wijn, op zijn buik de zomereditie Cryptogrammen voor gevorderden (***). Max is op hetzelfde balkon ijverig bezig: in reisgidsen zoekt hij op hoe je het best met de Chinese maffia onderhandelt en wat de beste openingszinnen zijn als je op een camping in Beijing logeert. Voor hem staat ook een lege fles witte wijn. Alles is peis en vree op het balkon, tot Auguste het balkon opwandelt. Hij heeft de broekspijpen van zijn Italiaanse designkostuum opgerold en wuift zich koelte toe met een zware dossiermap waarop een sticker B-H-V (deel XIV) plakt.

Auguste: “Mannekes, ik weet dat het zomer is! Maar zomer is niet gelijk aan vakantie, ik heb klachten!”
Max: “Tiens, waar heb ik dat eerder gehoord?”
Emile: “Denk aan het spreekwoord: ‘Hij is geen baas die geen klachten heeft’, Max.”
Auguste: “’t is niet om mee te lachen, mannekes. Ten eerste, waar hangt die kwajongen van een stagiair uit? Ik had zijn moeder weer aan de lijn.”
Emile: “Onze neef is ergens in Zuid-Amerika. Een oude vlam gaan opzoeken.”
Max: “Of meerdere. Maakt ook niet uit, het is komkommertijd.”
Auguste: “Komkommertijd? Leg mij dan eens uit hoe het komt dat we meer luisteraars dan ooit hebben?”
Emile: “Ik zend amper iets uit. Alleen nog over mijn vorige baas, om mijn oud-collega’s te plezieren. Dat interesseert verder toch geen hond?”
Auguste: “Er bereiken mij nochtans geruchten dat intussen heel de Vlaamse regering meeluistert!”
Emile: “Ah, ik heb wel eens met de secretaresse van dingske gebeld. Hoe heet hij weer, die saaie minister? De saaiste van allemaal?”
Max: “Bourgeois.”
Auguste: “Waarom hebt gij in godsnaam met Bourgeois gebeld!?”

Auguste loopt rood aan, maar beheerst zich. Hij haalt een fles witte martini uit zijn jaszak, die zich in combinatie met een stevige scheut citroen, een groen olijfje en enkele ijsblokjes tot de perfecte vergaderkatalysator laat ontwikkelen.

Emile: “Santé. Ik wou wat weten over zijn quota voor smartlappen. Maar ik kreeg hem niet zelf aan de lijn, hoor. Een soort secretaresse was het. Ze was heel vriendelijk.”
Auguste: “Hoe zijn ze onze frequentie dan te weten gekomen?”
Emile: “Ze vroeg waar Radio Plasky ergens uitzond. Ik heb uitgelegd dat we eigenlijk subsidies en een zendmast missen. Ze heeft niets beloofd, maar ik denk wel dat ze mijn hint begrepen heeft.”
Max: “Vrouwen begrijpen uw hints zelden, Emile. En da’s maar goed ook.”
Emile: “Dat komt omdat ik ze zelden hints geef. Maar dat begrijpt gij dan natuurlijk weer niet, macho.”
Auguste: “Ja, als we even bij de vergadering kunnen blijven…?”
Max: “Ja, hoor.”
Emile: “Wat dan?”
Auguste: “Dan kan ik ze tenminste gesloten verklaren. Jullie zijn toch hopeloos: als jullie minder uitzenden, trekken we meer luisteraars. En als jullie meer uitzenden, ook. Geniet van jullie vakantie, broers. De vijftiende zal ik jullie onverwijld vervoegen.”

Jaarlijkse julidrama in De Standaard

We zijn er aan begonnen, aan de maand juli. Voorwaar geen pretje, dat kan ik u wel vertellen. Juli betekent bij De Standaard namelijk een onprettige stijging van het aantal opiniestukken van de hand van Zijne Marketeerigheid. Ik veronderstel dat de vaste leveranciers van meningen op dat moment aan de Turkse kust liggen te stoven, waar zij weigeren iets anders te schrijven dan een occasionele postkaart met zonnige groeten.

Op zo’n moment moet de hoofdredacteur-directeur zelf aan de slag. Deze erg professionele grafiek toont de gevolgen daarvan. Het aantal artikels van Peter Vandermeersch’ hand in De Standaard, per maand sinds januari 2005:

Het probleem met Vandermeersch zijn pennenvruchten is vooral dat er zelden een gevatte opinie uit spreekt, toch een ernstige handicap voor een opiniestuk. En de rustige zomerperiode lijkt misschien een geschikt moment voor Vandermeersch om zijn pen te leren aanscherpen, maar het tegendeel is waar.

Ten eerste hebben zijn vorige vakantieoefeningen weinig tot geen verbetering opgeleverd. En ten tweede is het in het nieuwsluwe juli extra moeilijk om zinnige kanttekeningen bij de actualiteit te bedenken. Eergisteren moest Vandermeersch het al over Carl Devlies hebben. Dat belooft voor binnen twee weken, als er écht niets meer gebeurt.

Uit onze nog steeds professionele grafiek blijkt evenwel ook het goede nieuws: in augustus geeft Vandermeersch het op en schrijft hij amper nog. Tenzij postkaarten met zonnige groeten van aan de Turkse kust, maar daar hebben wij geen last van.

Spinal Graphix II – Hoge verwachtingen

De deur van het bureau waar Emile en zijn drie collega’s werken vliegt open. De Baas beent haastig binnen.
“Emile, hebt gij al iets van software gevonden voor dat project?”
“Ja, maar de kwaliteit die de gratis programma’s opleveren is ondermaats. Er is wellicht beter te krijgen, maar ik kan geen software aankopen voor ons bedrijf, dus de betalende programma’s heb ik niet kunnen uitproberen. Daar ben ik een lijst van aan het maken.”
“Niet kunnen uitproberen, Emile, niet kunnen uitproberen… ge hebt dus niets gevonden!”
“Jawel, maar ik kan toch niets testen dat ik niet kan aankopen?”
“Laat maar, Emile, ik zal het zelf wel doen.”
Bang, de deur van het bureau vliegt dicht als De Baas vertrekt. Emile blijft vertwijfeld achter, onzeker of dit nu betekent dat hij de volgende keer moet de Visa-kaart van Spinal Graphix moet proberen kraken.

Spinal Graphix I – Een gewoon verzoek

De binnenlijn rinkelt en Emile neemt op.
“Met Emile.”
“De Baas hier. Heb ik dat visitekaartje van die klant op uw bureau laten liggen?”
“Ja, dat ligt hier. Zal ik u de adresgegevens …”
Doormailen, wil Emile nog vragen, maar De Baas heeft de hoorn al op de haak gegooid. Letterlijk. Emile haalt de schouders op en typt snel de gegevens van het kaartje over om ze naar De Baas te mailen. Nauwelijks heeft hij op ‘send’ geklikt, of daar rinkelt de binnenlijn alweer.
“Met Emile.”
“Gaat ge mij dat nog doormailen of moet ik dat kaartje bij u komen halen?”
“Ik heb het al doorge…”
Klak, de telefoon weer dichtgegooid. Emile haalt opnieuw de schouders op en werkt verder. Dit soort weinig hoffelijke behandeling blijkt nu eenmaal de standaardprocedure bij Spinal Graphix.