Min of meer ongeveer bijna

Dat journalisten intellectuelen kunnen zijn, weten we sinds Rik van Cauwelaert en Yves Desmet in de Knack-toptien prijkten. Ook Sigrid Spruyt hoort is er zo eentje. Je verwacht het niet meteen van een Radio 2-medewerkster, maar wie haar blog leest ontdekt het ware intellect van de oud-nieuwslezeres.

Spruyt verhaalt een heleboel geschiedkundige wetenswaardigheden in een discours dat zo diepzinnig doordacht is, dat simpele zielen zoals uw favoriete radiopresentator er kop noch staart aan kunnen knopen. Het declameren van historische feiten is op zich natuurlijk een koud kunstje, maar Spruyt gaat ook verder en verschaft ons nieuwe inzichten:

[Ik weet] Wel dat Victor vorige maand 170 jaar werd. Om maar een idee te geven. Hij heeft het Ancien Régime, waar mevrouw Desguin heimwee naar heeft, bijna nog zelf meegemaakt. Gestorven bij ‘t begin van de Nieuwste tijd, na de Eerste Wereldoorlog.

Victor Desguin zag het levenslicht in 1838. Het Ancien Régime eindigde in 1789 door de Franse revolutie. Wat Spruyt ‘bijna’ noemt, is bijna vijftig jaar, een halve eeuw. Dat is interessant want we kunnen er heel wat nieuwe geschiedkundige perspectieven uit puren:

  • Op het einde van de Eerste Wereldoorlog was de mens er bijna in geslaagd een man op de maan te krijgen.
  • Op het einde van de Tweede Wereldoorlog traden Oostenrijk, Finland en Zweden bijna toe tot de Europese Unie.
  • Tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel werd vice-premier Leterme bijna opgenomen in het ziekenhuis met een, toen en vijftig jaar later nog steeds bijna, onbekende ziekte.

U bedenkt er zelf ongetwijfeld ook nog wel enkele die de geschiedschrijving nieuwe wendingen kunnen geven en tot voor kort onvermoede feiten aan het licht kunnen brengen. Wist u bijvoorbeeld dat Radio Plasky bijna vijftig jaar bestaat?

Waar zit Hilde Dierickx?

Fientje Moerman zit in het Vlaams Parlement. Het is jammer dat de berichtgeving daarover zo beknopt blijft, want het kan iets zeggen over de positie van Moerman binnen de Open VLD. Maar misschien durven de Vlaamse perslui niet meer goed schrijven over de politica die ze eerst tot op de grond hebben afgebrand, om haar na haar ontslag heilig te verklaren. René Girard heeft daar eens iets over gezegd, geloof ik, maar ter zake nu.

De Morgen probeert om ons toch wat extra mee te geven:

De Oost-Vlaamse volgt Marc Cordeel op. Die zet zijn mandaat stop, zoals binnen de partij al was afgesproken. Een eerherstel dat kan tellen dus, voor Moerman.

Vooral de tweede zin is interessant, omdat daarin kan worden gelezen dat binnen de partij is afgesproken dat Cordeel speciaal baan ruimt voor Moerman. En als je de derde zin erbij neemt, moet je het inderdaad zo interpreteren. Het zou natuurlijk kunnen kloppen. Maar twee weken geleden schreef onder meer De Standaard (01/02) dat Cordeel niet zou opgevolgd worden door Moerman:

Bouwondernemer Marc Cordeel (Open VLD) geeft zijn mandaat als Vlaams parlementslid op. Hij wordt vervangen door Hilde Dierickx uit Dendermonde die onder de vorige legislatuur al eens kamerlid was. Volgens Cordeel (61) is er geen bijzondere reden voor zijn ontslag. ‘Na het verlies van mijn partij bij de gemeenteraadsverkiezingen wil ik Open VLD opnieuw op de sporen zetten in Temse en daarvoor wil ik mijn energie in jonge mensen steken’, zegt Cordeel in Gazet van Antwerpen.

Cordeel is dus wel vertrokken, maar blijkbaar niet met de intentie Moerman weer naar het parlement te laten komen. Waardoor je je kan afvragen of sprake is van eerherstel van Moerman of dat ze zelf heeft opgeëist wat haar blijkbaar toekwam.

Cordeel kan als supporter van jong talent in elk geval tevreden zijn: Moerman is drie jaar jonger dan Dierickx.

Lolbroek Peter Vandermeersch

Peter Vandermeersch is een onverbeterlijke grapjas, die maar één doel voor ogen heeft: zijn lezers aan het lachen brengen. Of hij is een arrogante marketeer bij zijn publiek de portefeuille belangrijker vindt dat het verstand.

Wat denkt u?Hoewel het tweede erg begrijpelijk is als je de reacties zijn lezers bekijkt (een aanrader), zou ik toch durven gokken op het eerste. Lees zijn recentste opiniestuk er maar eens op na. Is dat geen smakelijke grap? Vandermeersch verdedigt vinnig:

Ernstige media moeten zelf niet het voorwerp zijn van het nieuws. Ernstige media moeten het nieuws verslaan. Moeten duiding geven, inzicht brengen en commentaar leveren. Bovenal moeten zij op zoek gaan naar de waarheid op terreinen die maatschappelijk relevant zijn.

Héhé. Met het opiniestuk maakt Vandermeersch zijn medium wel zelf tot voorwerp van het nieuws. En bekijk voor de grap even de laatste vier voorpagina’s van De Standaard (klik onderaan op ‘lees de rest van dit onderwerp’). Zoals u kunt zien is: het medium dat zelf geen voorwerp van nieuws wil zijn, maakt van zijn eigen reeks wel drie dagen het voorpagina-artikel. Hilarisch, toch?

Er staat nog meer lolligs in natuurlijk, onder meer hoe slim Vandermeersch zijn eigen redactie vindt. De marketeer van het jaar besluit met een grandioze oneliner:

In een medialandschap waarin er steeds meer ‘content’ en ‘public relations’ is en steeds minder journalistiek, geloven we meer en meer in de essentiële rol die wij, de media, te spelen hebben.

Maar alle gekheid op een stokje. Natuurlijk hebben de wetstraatjongens van De Standaard puik werk geleverd. Natuurlijk moeten ernstige media zo’n dingen kunnen brengen. En natuurlijk stoor je daarmee een politiek proces, maar dat moet een krant zich niet aantrekken.

Een krant moet ook niet doen alsof het puur om journalistiek draait is, als ze dag na dag met zichzelf op de voorpagina uitpakt en de controverse enthousiast aanmoedigt. Het is ronduit ergerlijk, omdat het pretentieus én overbodig is, en De Standaard heeft er een handje van weg zichzelf razend interessant te vinden. Clown Vandermeersch gaat in deze beslist niet vrijuit.

Nee, dan liever Yves Desmet, die listig probeert de prestigieuze reeks te kaderen als CD&V-manoeuvre. Volgens mij is het pure jaloezie, maar het ene sluit het andere niet uit. Want Desmet heeft me wel nieuwsgierig gemaakt. Vandermeersch zegt:

(…) we hadden alles samen bijna honderd uren gesprek met de formateurs Yves Leterme en Guy Verhofstadt, met de bemiddelaar Dehaene en de verkenner Van Rompuy, met de oranje-blauwe delegatieleiders Somers, Reynders, Milquet en Vandeurzen, met de twee partijvoorzitters van SP.A en die van de PS en Ecolo, en met enkele tientallen andere politici, medewerkers, betrokkenen en getuigen.

Hoeveel uur interview was dat met CD&V’ers? En hoeveel uur met de anderen? Ik ben benieuwd welk licht dat op de spraakmakende reportage zou gooien.

 

Lees meer »

Een gevoelige lens

Het is altijd iets met dat onveiligheidsgevoel. Met alle gevoelens, trouwens: je kan er niets mee aan, omdat je niets concreets in handen hebt om mee aan de slag te gaan. En als je toch wat onderneemt, weet je op voorhand nooit wat het resultaat zal zijn.

Je moet je daar als beleidsmaker natuurlijk niets van aantrekken. Je kan best in het wilde weg camera’s gaan plaatsen en een beetje hopen dat het wel zal helpen. Sommige burgemeesters doen dat.

Interessant is dan een diagonale lectuur van Veto. In Leuven zal men pogen het onveiligheidsgevoel in het station tegen te gaan door camera’s te plaatsen. Grappig is dat, want in hetzelfde blad klagen caféuitbaters op de Oude Markt dat door de veiligheidscamera’s en alle heibel die ermee gepaard ging het onveiligheidsgevoel is toegenomen (en hun inkomsten zijn afgenomen).

De Xenolanse Taalunie

In zijn chagrijnige repliek op Piet Grijs, waarover we al eerder uitzonden, schrijft Benno Barnard:

Ooit was Grijs iemand, zij het onder de naam Battus. Zijn Opperlandse taal- & letterkunde is een alleraardigst boek, waar ik veel plezier aan heb beleefd.

Barnard moet de recentste editie dringend ter hand nemen en pagina nx eens goed lezen.

Laat die modder maar komen, jongens

Hee kijk, er wordt nog eens openlijk met modder gegooid in ons kleine medialandschapje. Aanleiding is de afgelasting van de Fenomenale Feminateektentoonstelling in het Antwerpse fotomuseum. Knack berichtte er vorige week als eerste over, De Morgen nam het bericht gretig over, en bombardeerde Ludo Helsen tot boeman der natie. Helsen, bestendig gedeputeerde in de provincie Antwerpen, had immers zijn twijfels geuit over de kwaliteit, en de ‘zedigheid’ van de beelden. Daarop werd de tentoonstelling afgelast. De vraag is vooral in hoeverre het eerste invloed had op het tweede.

Een interessante zaak. Knack noteerde vorige week: ‘Ik val compleet uit de lucht’, zegt uitgever Polis. ‘Ik dacht al maanden dat alles in kannen en kruiken was. Ik wist niet dat anno 2008 politieke angst zo zwaar kon wegen op het beleid van een artistieke instelling.’

Het waren waarschijnlijk net die woorde, ‘politieke angst’ die onder meer De Morgen noopten er een voorpagina artikel van te maken. Altijd leuk, als je verhaal wordt opgepikt. Maar wat lezen we dezee week in Knack? Nijdige commentaren allerhande. Vooral de keuze van de foto’s in De Morgen moest het ontgelden. Joël de Ceulaer:

En daarmee bedoelde hij volgens mij niet de zedige prentjes die De Morgen afdrukte. Een krant die echt durft, had vast iets jongere modellen geselecteerd.

Eén pagina verder Karl Van den Broeck:

De Morgen toonde onder de titel ‘De foto’s die de provincie Antwerpen verbood’ alleen onschuldige, oudmodische naaktfoto’s van volwassen vrouwen. Het ‘harde’ materiaal kreeg de lezer niet te zien.

Ook Yves Desmet krijgt van Van Den Broeck een veeg uit de pan:

Dat de zaak hem (Helsen) hoog zit, blijkt uit de rechten van antwoord die hij stuurde naar Yves Desmet en Stefan Brijs. Daarin somt hij zijn verwezenlijkingen als gedeputeerde van Cultuur op. En die zijn, het moet gezegd, niet gering.

(Maandag schreef Desmet in een antwoord op die brief nog:)

U bent, begrijp ik, verantwoordelijk voor twee culturele initiatieven, en u bent betrokken bij drie andere. dat is, rekening houdend met het gegegeven dat u inmiddels twintig jaar lang bestendig afgevaardigde bent in de provincie Antwerpen, een waarlijk indrukwekkend palmares. Dat u, ondanks een dergelijke werdruk en prestatiedrang, toch nog tijd hebt gevonden om een brief te schrijven, dwingt bewondering af.

Wat is hier aan de hand? Is Knack boos omdat De Morgen met haar verhaal is gaan lopen? Is De Morgen linkser en genieten ze ervan een CD&Ver de mantel uit te vegen, en kan Knack daar niet tegen?

En nog iets: het blijft makkelijk verwijten dat De Morgen de ‘pedofiele’ plaatjes niet toont. Ik had ze dan graag eens in Knack gezien.

Zuiverder en strengerder

Piet Grijs heeft een beetje cynisch gereageerd in Vrij Nederland op Barnards klagerige stukje over de Nederlandse Taalunie, dat eerder in NRC Handelsblad en Knack verscheen. Het antwoord van de Taalunie werd al door Knack zelf geplaatst.

Helaas was dat degelijk en goed onderbouwd. Dat maakte het vervelend repliceren voor Barnard, en dus was hij stiekem best blij was met Grijs’ column. Zo kon hij op iets anders, makkelijkers reageren dan het antwoord van de Taalunie. Dat deed hij dus ook, waardoor ik me ging afvragen of het Barnard wel werkelijk wat kon schelen.

Barnard vindt dat de Taalunie streng zou moeten ingrijpen om het Nederlands zuiverder en schoner te maken. Normaal moei ik me niet met Barnard zijn gejammer, een mens kan zo bezig blijven. Maar in zijn verkrampte repliek viel deze zin mijtoch  op:

Vlaamse en Nederlandse linguïsten schiepen samen de Statenvertaling, de dichters van de Muiderkring brachten purismen in omloop, predikanten lieten wekelijks vanaf de kansel het volk horen welke mogelijkheden het Nederlands bezat.

Purismen, Barnard weet het even goed als ik, zijn taalfouten. Hoe kan je nu pleiten voor een strengere en normatievere Taalunie, en tegelijkertijd fouten aanprijzen? Ik weet wel: ten tijde van de Muiderkring was er nog geen AN, dus eigenlijk waren het geen fouten. Maar juist omdat er geen normerende instantie was, kon de Muiderkring proberen purismen ingang te doen vinden. Met een strenge Taalunie zou het niet waar geweest zijn.

Het toont aan hoe Barnard denkt over taal: vanuit de buik en weinig wetenschappelijk. Dat mag natuurlijk en hij mag er ook blaadjes mee volschrijven. Hij moet alleen niet verwachten dat de Taalunie rekening houdt met zijn emotionele verzuchtingen.