Belgen betogen

Vanmiddag was het Brusselse Jubelpark het eindpunt van een pro-Belgische betoging. Zowat 35 000 betogers zongen er de Brabanconne in de drie landstalen, en genoten van speeches, muziek en – zoals het een goede Belg betaamt – frieten en bier.

Waarmee?

Eén van mijn broers heeft een lading zeep voor me gekocht. Dat is vriendelijk, want zelf heb ik geen verstand van zulke zaken. Nu zit ik dus met een douchegel die zeep en shampoo in één is (handig) van een merk waarvan ik dacht dat het enkel sportschoenen en sportkleding produceerde. Maar dus ook doucheartikelen, blijkbaar. Niet zonder sportaspect evenwel, want onderaan op de fles staat in zilver glanzende lettertjes developed with athletes.

Ik had het geruststellender gevonden als mijn zeep ontwikkeld was met wetenschappers of dermatologische instituten. Of desnoods met kennis van zaken, respect voor het milieu of biologisch afbreekbare producten. Maar ik mag niet klagen; dat komt er van als een mens zijn eigen hygiënica niet aanschaft.

Tromgeroffel

Zaterdag schreef De Tijd (tot twee maal toe) dat CD&V/N-VA de Vlaamse trom roffelden. Een alleraardigste verschrijving, als u het mij vraagt.

Verder was de verslaggeving aangenaam beknopt, neutraal en sober. Het is eigenlijk beetje treurig dat de beste politieke verslaggeving te vinden is in een krant die daar eigenlijk helemaal niet op focust.

Timing

Soms moet een journalist niet veel moeite doen om het te verpesten. Meestal is dat wanneer hij nog minder moeite had moeten om zijn werk fatsoenlijk af te handelen. Bart Brinckman schrijft vandaag in De Standaard een stukje reportage over de kamercommissie die gisteren de splitsing van B-H-V stemde. Een stukje waar hij fier op mag zijn. Over Pieter De Crem weet Brinckman bijvoorbeeld te melden:

De christendemocraat was zich bewust van het historische moment. Toch waakte hij er resoluut over het er niet al te dik op te leggen. Klokslag 14.30uur opende hij de vergadering. Op een afspraak met de geschiedenis komt een politicus niet te laat.

Op het moment dat Brinckman onze cultuurgeschiedenis deze vier geniale zinnen schenkt, heeft hij waarschijnlijk niet gelezen wat zijn minder literair begaafde maar vermoedelijk wel harder werkende collega LLC reeds over de commissie had gepubliceerd:

14.34 uur. Voorzitter Pieter De Crem opent met 4 minuten vertraging de commissievergadering. Iedereen wacht af of hij zijn bijnaam ‘Pieter De Rem’ nu kan afgooien en of hij nu ‘Pieter De Stem’ wordt.

Als hij minder lui was geweest, was hij niet genadeloos door de mand gevallen als fantast. Klokslag 14u30? Ik dacht het niet. Brinckman wist het niet, en sloeg er dus maar een slag naar. En ach, als we dan toch aan het verzinnen zijn, moet hij gedacht hebben, waarom niet meteen nog een lyrische frase toegevoegd? Hopla: “Op een afspraak met de geschiedenis komt een politicus niet te laat.” Zo, dat kan de annalen van de journalistiek in! Dat het volledig door hem zelf bedacht is, deert Brinckman niet. Per slot van rekening vallen zo’n dingen zijn lezers niet op. En als het hen toch opvalt, zullen ze wel niet twijfelen aan de woorden van de grote wetstraatkenner en opiniemaker Brinckman.

Het lijkt een detail, maar dat is het niet. Want wie weet wat Brinckman zo nog meer verzint en als feit verkoopt? En wat zegt het over De Standaard dat er reportages verschijnen over gebeurtenissen waar de auteur blijkbaar niet eens bij aanwezig was (of waar hij blijkbaar hoogstens wat zat in te dutten)?

Eén van mijn broers beweert graag, zelfs als hij niet gedronken heeft, dat journalisten niets anders doen dan lui achterover leunen aan hun bureau om dan, als de deadline nadert, snel een artikeltje uit hun duim te zuigen. Vervolgens vinden ze zichzelf interessant en invloedrijk en leunen lui verder achterover. Het is dit soort hoogst ergerlijke missers, die voortkomen uit luiheid en pretentie, die maken dat ik zeer tegen mijn zin mijn broer – nochtans ook niet gespeend van flink wat luiheid en pretentie – gelijk moet geven.

Dat, of Bart Brinckman zijn horloge liep vier minuten achter.

Good times, bad times

Voor de belgicist, de flamingant en de anarchist in mij zijn het met de huidige regeringsonderhandelingen trieste tijden. Als belgicist omdat die verdomde flaminganten blijkbaar van geen ophouden weten. Als flamingant omdat we die vervloekte belgicisten nog geen stap verder hebben gekregen dan 150 dagen geleden. En als anarchist omdat er nog steeds geen rellen zijn uitgebroken tussen beiden vervloekte en verdomde partijen.

Eigenlijk leeft enkel de komkommertijdhater in me op, maar die laat zich dan weer deprimeren door de beperkte verslaggeving van buitenlandse nieuws. En dan heb ik het nog niet over het ellendige weer en dat anderstalige werklui al om acht uur ’s morgen met behulp van pneumatische hamer en vals gefloten deuntjes onze achtergevel te lijf gaan. Bad times, quoi.

De weblog van Eric Van Rompuy staat echter garant voor een humoristische opflakkering in deze duistere periode. Vandaag heeft hij het over het “hebben van de moed van onze overtuiging”, een “etherende wonde” en het “leggen van een hypotheek onder België”. Dat laatste is wellicht een onschuldige contaminatie, het voorlaatste misschien een revolutionaire medische ontwikkeling, maar de eerste krijg ik voorlopig niet doorgrond. Ik vermoed er een nieuw soort metafysische constructie met neurolinguïstieke inslag in. Maar niets is zeker.

Kan een overtuiging moed bezitten? Indien ja, is het mogelijk deze overtuiging toegedaan te zijn zonder dezelfde moed te koesteren? Neemt een overtuiging de mate van moed van haar bezitter over? Ik kom er niet uit, maar mijn beperkt bevattingsvermogen maakt de schoonheid van zoveel taalcreativiteit er niet minder op. Drie pareltjes in slechts dertien zinnen, 7 november blijkt alsnog een mooie dag geworden. Jammer dat het al zo laat is en weer donker.

Blogbeu

Zelden iemand zo pisnijdig en toch gefundeerd het hele bloggerswezen weten afkraken als Wanda Perez in Een blog voor je kop, dat de Martin Van Amerongen-prijs won. Ze gaat daarin kort maar lekker scherp door de bocht en vindt dat er weinig gewonnen is met de hele blogcultuur, die er vooral op neerkomt dat idioten overal hun idiotie neerkladden – iets wat moeilijk te ontkennen valt. Op zich vind ik dat niet problematisch, zolang het niet op mijn voorgevel is, maar de blogcultuur infecteert helaas ook ernstige media (hoewel Perez’ voorbeeld van De Telegraaf daar natuurlijk een beetje belachelijk is) en dat is minder fijn.

Vanzelfsprekend ben ik het met haar eens, maar ik heb toch een klein puntje van kritiek. De anonimiteit van bloggers ‘reaguurders’ is niet van doorslaggevend belang voor de povere kwaliteit van het geblogde materiaal. Verplichte identificatie op blogs of reacties op blogs tilt de discussie niet naar een hoger niveau. Het volstaat om af en toe de lezersreacties op DS online te lezen om dat te zien. Mijn voorlopige favoriet van vandaag is ene André Billiet, die in een reactie op de kerstactie van Peeters & Pichal, het volgende laat optekenen, zonder enige interpunctie of gêne:

radio 1,heeft,zoals altijd gelijk.Kerstgedoe vanaf 15/12 is vroeg genoeg,de bells jinglen nu al mijn oren uit.Jammer genoeg zijn we nu al reeds teveel gecommercialiseerd,halloween,valentijn,overgewaaide yankee-toestanden,amerikanen hebben nu eenmaal geen traditie en geen geschiedenis!

Verder hoop ik met dit bericht Wanda Perez danig in verwarring te hebben gebracht. Want wat met waardeloze blogs die haar gelijk geven?

De beuzelarijen van Debels

Soms mag een mens zich al eens opwinden, meer nog, soms is het van moeten: de beuzelarijen van Debels, weerlegd door iemand die er iets van weet.

Ge moet niet alles geloven wat in boeken staat.