De Wever brult, maar hij zegt niets
Bart De Wever heeft voor de politiek gekozen om zijn carrière in uit te bouwen, niet voor de wetenschap. Dat is uiteraard zijn goed recht, alleen heeft het tot gevolg dat zijn veel gelezen en vaak ten onrechte geprezen columns vaker wel dan niet van een intellectuele oneerlijkheid of krom denkwerk getuigen. Overigens gaan ze meestal dan nog over de intellectuele oneerlijkheid of het kromme denkwerk van een of andere Paul Goossens , Tom Lanoye of Jos Geysels, maar tot daar aan toe. De Wever schuwt de discussie tenminste niet. En wij nemen die gelegenheid uiteraard te baat.
Vandaag maakt hij het weer behoorlijk bont. De N-VA’er (overigens de enige N-VA’er van enig belang) vergelijkt het Ierse ‘no’ tegen het Verdrag van Lissabon met het Franstalige ‘non’ tegen een Belgische staatshervorming. Dat levert hooguit prettige politieke fictie op voor bij de ontbijtgranen, met de realiteit heeft het slechts heel in de verte te maken. De man die ‘politiek correct links’ er zo graag — en vaak terecht — op wijst dat ze de zaken niet uit hun context mogen halen, lijdt zelf aan hysterische vergelijkingszucht.
De kern van het onrecht dat De Wever ontwaart:
Met de Ieren vormen wij geen democratie, maar we zouden ze moeten buiten zetten als ze een verdrag met ons weigeren. Met de Franstaligen vormen we (zogezegd) wel een democratie, maar zij hebben daarin het vanzelfsprekende recht om de meerderheid te blokkeren.
De Ieren tegenover de rest van Europa zijn volgens de voorzitter zoals de Franstaligen tegenover de rest van België: een minderheid. Bovendien hebben de Ieren op zich meer rechten dan de Franstaligen aangezien ze over een hogere mate van soevereiniteit beschikken. Het gaat echter helemaal niet om dezelfde verhoudingen: zowel het grootteverschil als het type relatie verschillen grondig. Vier miljoen tegenover bijna vijfhonderd miljoen is niet hetzelfde als vier miljoen tegenover zes miljoen. Of: één natie op de zevenenwintig is geenszins hetzelfde als één bevolkingsgroep (of zeg maar twee gemeenschappen en zelfs gewesten, ik denk niet dat De Wever veel Brusselaars tot zijn kamp rekent) tegenover een andere (één gemeenschap/gewest).
De tweede geciteerde zin leert ons niets nieuws: De Wever vindt dat de Vlamingen (of in het geval van daadwerkelijk separatisme: negen procent van de Vlamingen) zonder pardon een wijziging van de essentie van de staat moeten kunnen opleggen aan de Franstaligen. Dat het niet alleen beleefd maar ook niet meer dan logisch is dat zoiets in overleg dient te gebeuren, waarbij men niet enkel over de eigen eisen wilt spreken (iets wat tot nader order aan beide kanten van de taalgrens een probleem lijkt), ziet hij niet in. Dat we een democratie zijn, betekent niet dat we probleemloos ‘onze wil’ kunnen opleggen, wat die ook mag wezen. Bart De Wever ziet daar natuurlijk wel heil in, getuige zijn aversie jegens de grendelgrondwet (cfr. infra). Benieuwd wat zijn mening zou zijn als de Franstaligen toevallig met een miljoen meer waren dan de Vlamingen.
Ook de hervorming waarvan sprake is totaal anders, om niet te zeggen volstrekt het tegenovergestelde. De Wever en andere Vlamingen willen federale bevoegdheden naar lagere niveaus overhevelen, in Europa gaat het net om een optimalisering van het hoogste bestuursniveau, al gaat het naast een duidelijkere omschrijving van bevoegdheden vooral over de manier waarop de unie functioneert, over institutionele aanpassingen. Bovendien lijkt me de crisis in de EU groter en vooral van een andere aard te zijn dan die in België. Europa is zodanig uitgebreid dat de oorspronkelijke spelregels niet meer werkbaar blijken en dus wil men die aanpassen. In België, dat meer en meer beleidsruimte net naar hogere niveaus zoals de Europese Unie ziet verdwijnen, merkt men enkele problemen (die ik niet wil minimaliseren maar die het land ook niet lam leggen), en blokkeert dan het bestuur van het land precies door te roepen dat ze niet meer kunnen besturen. Je hoort mij niet zeggen dat een staatshervorming overbodig is, maar omzeggens niets doen tot er een komt en op die perverse manier je gelijk krijgen, is alleszins waanzin.
Het ‘non’-kamp heeft zich van de meest populistische en leugenachtige standpunten bediend om zijn gelijk te halen.
Dit is grof: iemand die, net als Guy Tegenbos in De Standaard, alle problemen van het land afschuift op de Franstaligen en bij wijze van stunt een vrachtwagen geld naar het zuiden rijdt, moet anderen geen populisme verwijten, laat staan leugenachtige standpunten.
Maar zelfs als de staatshervorming gereanimeerd wordt, is er niets veranderd aan de democratische absurditeit van de Belgische unie, het feit namelijk dat een minderheid de meerderheid kan gijzelen. Aan de grendelgrondwet wordt immers in de voorstellen tot hervorming niet eens geraakt. Met democratie heeft dat niets meer te maken, wel met achterhaalde prerogatieven van regio’s en zelfdestructie. Het is tijd dat men inziet dat ook een brullende muis een ridicuul, klein beestje blijft.
Deze vergelijking is helemaal bij de haren getrokken: de hervormingen zoals ze worden vastgelegd in het Verdrag van Lissabon behelzen onder andere dat het unanimiteitsbeginsel wordt aangepast. Met andere woorden: de huidige toestand waarin “een minderheid de meerderheid kan gijzelen” zal op heel wat beleidsdomeinen niet meer zo makkelijk voorkomen. Straf ook hoe De Wever democratische principes omdraait in zijn pleidooi vóór democratie: hij, en niet een bepaalde meerderheid van het volk, zegt onomwonden: “Met democratie heeft dat niets meer te maken, wel met achterhaalde prerogatieven van regio’s en zelfdestructie.” Wie zichzelf als een andere democratie beschouwt dan de Franstalige bevolking, kan toch op z’n minst de democratische zeggingskracht van die andere democratie erkennen. Niet dus, De Wever zal wel zeggen wat democratisch is en wat niet.
Bijna de helft van de bevolking van een land reduceren tot “een ridicuul, klein beestje” is tot slot helemaal te gek. Bart De Wever beseft waarschijnlijk niet welk gezicht menige Belg voor zich ziet als hij de woorden ‘brullende muis’ leest.
-Zowel uw artikel als dat van De Wever gaan voorbij aan een essentieel punt : het is weinig waarschijnlijk dat het Ierse nee een nee van een minderheid binnen Europa vertegenwoordigd. De kans is groot dat een referendum op Europese schaal desastreuse resultaten zou tonen, waarbij het Ierse nee nog een vrij gematigd nee zou blijken te zijn. Dat weten de Europese leiders maar al te goed. Alleen Ierland, Frankrijk en Nederland hebben echter de kans gekregen om hun stem uit te brengen en het was drie keer prijs.
-Akkoord met De Wever wat het de facto vetorecht over van alles en nog wat, en het misbruik daarvan, van de Franstaligen betreft. Rechten moeten binnen de marges van de redelijkheid gebruikt worden. In een democratie beslist de meerderheid, binnen de grenzen van het redelijke. Dit is het basisprincipe. Als de wil van de meerderheid tegengehouden wordt door een veto- of blokkeringsrecht kan dit dan ook slechts om een zeer restrictieve redenen. Franstaligen misbruiken op een flagrante manier de (speciaal voor hen) ontworpen vetoprivileges : zie bijvoorbeeld het geval BHV waar ze herhaaldelijk hetzelfde belangenconflict inroepen voor een doodgewone toepassing van de grondwet. In het oude Rome maakte iemand als Gracchus ook op een dergelijke lichtzinnige wijze misbruik van zijn vetorechten en blokkeerde zo het hele maatschappelijke leven. Hij eindigde in de Tiber. (Ben geen kenner van het oude Rome, maar heb dit gezien in een film :0) )
1) Ik zie niet goed in waarom uw eerste punt zo essentieel is. Wat zouden volgens u de voordelen zijn van een grootschalig referendum? Zou de EU beter werken indien meerdere landen een volksraadpleging zouden houden?
Het probleem met die referenda (waar ik, dat mag duidelijk wezen, tegen ben) is dat ze zelden over de juiste vraag gaan. Zeker als het gaat om een erg technisch verdrag (zelfs Leterme heeft het naar ‘t schijnt niet gelezen) dat uitgaat van een unie die enkel zichtbaar wordt gemaakt als het slecht gaat, verwordt zo’n referendum tot een populariteitspoll over de EU. De Ieren hebben zich volgens mij niet uitgesproken tegen een betere werking van de EU, maar tegen ‘Europa’, dat verre bestuursniveau waarop de lokale politici ongetwijfeld heel wat vervelende wetten en beslissingen kunnen afschuiven. De EU is in de rest van Europa wat ‘de Walen’ voor de Vlaamse politici zijn: een handige boosdoener als je het zelf niet meer goed weet of machteloos staat. Misschien dat we dankzij de onze interne zondebokken hier nog positiever staan tegenover Europa.
Soit: u kan best gelijk hebben dat een groots opgezet referendum desastreuze gevolgen zou hebben, maar ik begrijp niet wat daar het essentiële punt aan is.
2) Het aanhalen van Romeinse anekdotes heeft u alvast gemeen met Bart De Wever.
Inderdaad: iedereen moet ‘redelijk’ omgaan met de rechten men heeft. Zowel Vlamingen als Franstaligen hebben er een handje van weg alles door de bril van de eigen rechten en ideologie te zien.
Uw voorbeeld houdt evenwel geen steek: de crisis is de laatste maanden zelden zo precair geweest als wanneer de Franstaligen net níet een tweede belangenconflict zouden gaan inroepen. Ook Vlaamse politici (met uitzondering van de separatisten, die enkel baat hebben bij een nog grotere crisis) riepen toen op om tijd te winnen met een belangenconflict om zo een oplossing te kunnen onderhandelen.
Ten slotte: BHV als akkefietje van de hand doen (”een doodgewone toepassing van de grondwet”) is flauw en incorrect en gaat bijvoorbeeld al voorbij aan het immense symbolische belang dat vele Vlaamse politici hechten aan de splitsing. Wetten worden niet uitgevaardigd of aangepast in een steriele ruimte: de politieke context maakt sommige dossiers gevoeliger dan ze in se zijn. En het onevenredige belang van het BHV-dossier is er heus niet enkel door de Franstaligen gekomen.
Daarenboven is een splitsing niet de enige grondwettelijke oplossing, als ik mij niet vergis; enkel dat de huidige situatie ongrondwettelijk is, staat vast.