‘De 16 is voor u’: kroniek van een tragiek
Zo langzamerhand begin ik voor de politieke redactie van De Standaard plaatsvervangende schaamte te voelen, een emotie die mijn cynisme meestal weet te voorkomen. Maar de hele heisa rond de uitgave van het boek is meer dan dagdagelijks ergerlijk, meer dan jeukend irritant. Het is dieprood beschamend.
Vrijdagmorgen op de voorpagina van De Standaard: het grote nieuws dat het boek uitgegeven is en één anekdote uit het boek. Op de site DS online: het grote nieuws dat het boek uitgegeven is en één anekdote uit het boek. Plus een filmpje, waarin Bart Brinckman het grote nieuws verkondigt dat het boek uitgegeven is en één anekdote vertelt. Driemaal dezelfde anekdote, die blijkbaar bijzonder moet zijn.
Bijzonder ergerlijk is dan ook om zaterdag te moeten lezen dat die anekdote over Phara de Aguirre niet echt juist is. Volgens de Aguirre kloppen de citaten niet. Pijnlijk is dat, want De 16 is voor u steunt grotendeels op citaten, aan de hand waarvan reconstructies worden gemaakt. En nu blijkt dat die citaten niet allemaal gecontroleerd zijn en niet allemaal kloppen. Wat zijn de reconstructies dan waard? De Aguirre is vernietigend in haar lezersbrief:
[...] dit gaat over een telefoongesprek tussen twee mensen. Check and double check zou voor mij betekenen dat je zowel de ene als de andere hierover belt. Dat is mijn idee van goeie journalistiek, maar ik heb begrepen dat het tegenwoordig belangrijker is om een bericht als eerste te brengen dan om een bericht correct te brengen. Dus zetten we ‘t eerst in een boek, dan op de voorpagina van de krant om het boek te promoten en als we nog even tijd hebben, bellen we wel eens om te zien of het klopt.
Dat is weinig flatteus voor boek en reeks en het wordt nog minder mooi. Zeer aanstootgevend vind ik de ongezonde opvatting over journalistiek die Brinckman in naam van alle auteurs van het boek naar voren schoof:
Het is niet onze taak om te speculeren over de beweegredenen waarom niemand weigerde aan het project mee te werken.
Talloze malen is in de discussie over de reeks de relatie tussen pers en politiek aangehaald. Ook in De Standaard werd er op gewezen dat de media zelf een onderdeel zijn geworden van het politieke spel, dat politici de pers vaak en graag inschakelen voor hun politieke manoeuvres.
Wie dan een analyse van die manoeuvres wil maken, is absoluut verplicht om te speculeren over de beweegreden waarom niemand weigerde aan het project mee te werken. Het lijkt de logica zelve, maar Brinckman poogt zich aan die logica en zo aan de kritiek te onttrekken.
Dat gaat natuurlijk niet, want de journalist die niet aan zelfkritiek doet, kan de politicus die hem probeert te sturen ook niet kritisch beoordelen. Wie denkt als politiek verslaggever een objectieve waarnemer te zijn, is wereldvreemd. Wie denkt dat hij onaangetast blijft door de machinaties en manipulaties van de politiek, getuigt van een verwaandheid die goede journalistiek in de weg staat.