Voetbalcolumn getuigt: psychische armoede bestaat
Een reis naar de derde wereld opent mensen meestal de ogen voor armoede. In sommige gevallen echter, sluit zo’n bezoek ze gewoon. In dit geval vindt Jorrit Smink de vierde wereld onbestaande, omdat het in Chili erger gesteld is. Hij heeft natuurlijk gelijk. In Nederland bestaat geen armoede, want daar hebben werklozen een uitkering en bejaarden een pensioen. Daarom zegt Jorrit:
In Nederland heb ik met de allerarmsten gewerkt in het voetbal, maar die zouden voor steenrijk worden aangezien door iedere speler van de Pudahuel Barrancas. Armoe is een relatief begrip, maar in Nederland bestaat het voor mij in ieder geval niet. Hooguit psychische armoe.
Een ijzersterke stellingname. Jorrit geeft toe dat armoede relatief is, maar negeert dat verder volledig. Hoogst verstandig, want anders zou deze paragraaf hem aardig in verlegenheid brengen (en verlegenheid, dat kent Jorrit niet):
De twee zussen, de broer en de moeder van de voorzitter kijken in een van de slaapkamers naar een soap. De slaapkamers zijn allen niet groter dan zes vierkante meter, maar dat neemt niet weg dat die gedeeld moeten worden.
U leest het goed: er zijn meerdere slaapkamers. Er is ook televisie. Verder blijkt een opa een pensioen te hebben, de voetbalclub lonen te kunnen uitbetalen en werkt er iemand als vuilnisophaler.
Dat zou ik bezwaarlijk nog armoe durven noemen, Jorrit. In Bangladesh schijnen families te bestaan die maar één kamer hebben en één geit. Geen televisie, zelfs geen electriciteit. Er is amper een overheid, die zeker geen pensioenen en lonen betaalt. Dat noem ik armoede! Maar jouw Chilenen, met televisie en pensioen? Kom nou. Bangladesh, dat is the real stuff; in Chili mogen ze niet klagen.
En als we heel eerlijk zijn: in Bangladesh ook niet. Want in Congo leven mensen zonder huis. Ze zijn in het oerwoud op de vlucht voor de oorlog. Ze slapen onder de blote hemel. In tassen dragen ze al hun bezit bij zich dat is niet veel. Ze kunnen enkel dromen van een een kamer en een geit. Eén kamer en één geit in Bangladesh, dat is eigenlijk geen armoede. En die Congolozen vinden de spelers van Pudahuel Barrancas steenrijk.
In Brussel slapen ook elke nacht mensen onder de blote hemel. Op een stuk karton, met enkele tassen rond zich. Daarin zit alles wat ze hebben en dat is niet veel. Geen televisie en geen geit in elk geval. In Nederland zijn er ook zo’n mensen, Jorrit, maar jij ziet hen blijkbaar niet omdat ze niet naar jouw voetbalprojecten kwamen.
Misschien weten ze niet eens dat die bestonden, kunnen ze niet lezen of komen ze niet waar jij gul je foldertjes strooit. Zijn ze te oud of te ziek om te voetballen. Durven ze niet komen, omdat hun ene paar schoenen toch al zo versleten is. Jij hebt helemaal niet met de allerarmsten in Nederland gewerkt, Jorrit, want de allerarmsten komen niet naar jouw hippe projecten. En zelfs als arme maar fitte, getalenteerde, voetballiefhebbende schoenenbezitter zou ik jouw cursussen proberen ontlopen.
Ik volg namelijk geen workshops waar de begeleiding mij uitlacht. Arm zijn is al vernederend genoeg zonder dat flinke voetbalbink Smink je ook nog eens psychisch armoedige zeurkous noemt. Het verbaast me niets dat het project naar Chili moest uitwijken. Veel succes zal het in Nederland niet gehad hebben, als je geen minimum aan begrip en eerbied kon opbrengen voor de ellende van mensen.
Ik geef je wel gelijk dat er grote psychische armoede in Nederland is, Jorrit. Maar er schijnt iets op gevonden te zijn: export naar Chili.